VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan : T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid
D. V. te S. vraagt nadere verklaring van 2 Sam. 24 : 1, waar staat, dat God David aanporde het volk te tellen.
Antwoord: Vele zijn de verklaringen van deze tekst. Krumacher, da Costa, Hoedemaker, Kerl, Maastricht en zoveel anderen hebben er over'geschreven.
De verklaring van P. Bonnet wil ik U niet onthouden. Deze redeneert aldus: Dat aansporen tot zonde in 1 Kon. 21, satan wordt toegeschreven is zeker. Maar wie wordt het in 2 Sam. 24 : 1 toegeschreven?
Dit wordt hier niet uitgedrukt. Er staat: „De toorn des Heeren voer voort te ontsteken tegen Israël, en — porde David enz. Sommigen vullen hier in: Satan, anderen: Men, of duidelijker de satan.
De straffende oorzaak is dan: , , 's Heeren toorn, de verleidende oorzaak: iemand. Wie? De satan. Maar wie is satan? Elders in Gods Woord wordt het hoofd der afgevallen engelen aldus genoemd. Maar ook beledigende mensen worden zo genoemd. „Wij kunnen", zegt Bonnet, hier met vermaarde uitleggers zeer wel denken aan een zeker mens, b.v. een hoveling, die onbedachtzaam, Israël ten kwade, de koning tot dit stuk aandreef."
Zo. verklaard, is er niet veel moeilijkheid en toch houd ik het liever met onze Staten-Vertalers, die bij „Hij" optekenen: „Te weten, de Heere. Niet dat Hy zulks zou hebben ingegeven, maar omdat Hij naar Zijn rechtvaardig oordeel, door Zijn verborgen regering, de satan zulks heeft willen toelaten en hem gebruiken tot een verdiende straf der Israëlieten en het kastijden en vernederen van David."
Kort samen gevat zouden wij dus kunnen zeggen: „Er was zonde bij Israël. Daarom ontstak Gods toorn tegen het volk en porde Hij door satan David aan.
Een antropomorfistische of mensvormige wijze van spreken, om aan te geven, dat deze zonde van David niet buiten Gods bestel ging, maar dat Hij er de hand in had.
Natuurlijk is de Heere daarmee nog niet de auteur van het kwade; de zonde blijft ten volle voor Davids verantwoordelijkheid. Alleen de Heere regeert alle dingen. Satan en zonde hebben geen macht buiten Hem om. God is groot en wij begrijpen het niet.
J. de T. te D. vraagt of er zeemeerminnen bestaan?
Antwoord: Neen, die bestaan niet. 't Zijn fabelachtige wezens, half man, half vis (meerman) half vrouw, half vis (meermin).
Van zulke meermannen of meerminnen is sprake in vele oude volksverhalen. In boekjes, die handelen over folklore (spreek uit: fookloor) kunt U licht wat vinden, omdat zij tracht door te dringen tot de betekenis van oude spreekwijzen, uitdrukkingen, raadsels, sprookjes, legenden en sagen.
Volgens overlevering zouden zeemeerminnen leven in de zee en vandaar schadelijke invloed uitoefenen op de mensen, waarom ze veelal gevreesd worden.
Afbeeldingen vindt men nog op vele wapens, in.symbolische voorstellingen, enz.
Zr C. S. te Z. vraagt of hypnose als geneesmiddel geoorloofd is.
Antwoord: Hypnose is een toestand, waarin iemand kan geraken of gebracht worden. De gehypnotiseerde is alleen ontvankelijk voor de indrukken, die de hypnotiseur hem geeft, met wie hij z.g. in rapport staat. Door die indrukken kan hij zich in een geheel andere omgeving wanen, ja zelfs menen, dat hij in een geheel andere persoon veranderd is. Men onderscheidt, zegt Dr Haverbeeke, verschillende graden van hypnose. In lichte graad ontstaat alleen een zekere slaperigheid en is de patiënt geneigd te geloven alles wat de hypnotiseur zegt.
Bij de diepste graad treedt een totale herinneringloosheid oj: > . In zulk een toestand kan men iemand alles laten geloven (suggereren) en alles laten doen, behalve datgene, waar iemands geweten sterk tegen opkomt."
In hypnose kan men iemand iets bevelen, hetgeen op 't moment en zelfs later door hem blindelings wordt volvoerd. Hieruit blijkt dus, dat we met hypnose zeer voorzichtig moeten wezen. Zelfs in het gewone leven sta ik er afwijzend tegenover.
Juist het geval, dat de hypnotiseur een willoos werktuig maakt van degene, die hij hypnotiseert, doet ons ernstig waarschuwen, dat iemand zich voor de aardigheid laat hypnotiseren.
Als geneesmiddel gezien staat de zaak wel enigszins anders. Bij zenuwziekte wordt door de zenuwarts dikwijls gebruik gemaakt van hypnose. Onder hypnose gebracht kunnen de patiënten zich dikwijls tal van bijzonderheden herinneren uit hun vroeger leven. Hiervan wordt vaak gebruik gemaakt door de medici om het leven van de patiënt beter te leren kennen en zo beter de oorzaak van zijn lijden te kunnen opsporen.
Men zij echter voorzichtig.
W. D. te V. schreef mij, dat hij een gesprek heeft gehad met iemand, die meende, dat een gepensioneerde spoorman geen lid kon worden van de Gei'ef. Gemeente, mits hij schuldbelijdenis doet en zijn pensioen laat varen.
Hij vraagt: „Wat denkt U er van? "
Antwoord: Als iemand Zondagarbeid verricht (niet de geoorloofde, als verpleegster enz.) kan hij of zij geen lid van de Geref. Gemeente worden. Dit is een besluit van de Generale Synode en terecht.
Kan hij echter aantonen, dat zijn Zondagsdienst is afgelopen, m.a.w. dat hij des Zondags niet meer behoeft te werken, dan kan hij lid der Gemeente worden.
Van schuldbelijdenis doen is mij niets bekend, ook niet wanneer iemand als gepensioneerd spoorwegman lid van de gemeente wenst te worden.
Zijn pensioen is niet gebaseerd op zijn Zondagsarbeid maar op het loon, dat hij per jaar heeft verdiend aan de spoorwegen.
Mej. M. M. te O. schrijft mij het volgende:
„Daar ik lid ben van een gemengde zangvereniging kwam ons reclame in handen van de G-se Oratoriumvereniging om de uitvoering van het Oratorium Daniël bij te wonen. Thuis gekomen was dit aanleiding tot een gesprek met mijn broer. Wij zijn beiden lid van de Geref. Gemeente en mijn oordeel was, dat wij daar niet hoorden, omdat ik het een grote spotternij vond, want hoe kunnen ze het Godsvertrouwen van Daniël nabootsen? En moeten ze Gods heilig Woord op zo'n manier misbruiken ? "
Wat is Uw mening?
Antwoord: Het bewuste stuk heb ik niet gelezen en daarom kan ik er geen oordeel over uitspreken, 't Kan gebeuren, dat U gegronde bezwaren heeft tegen de Oratorium-vereniging en dan moet U er niet heen gaan.
Alleen merk ik op, dat we toch geen bezwaar behoeven te maken, dat enkele gedeelten uit Gods Woord in dichtmaat worden gezet en gezongen. Hoe menig vertrouwd oud-vader heeft zulks gedaan.
Zelf ben ik geen zanger, maar gewijde muziek .en zang hoor ik graag. Ik maak van deze gelegenheid gebruik uw aandacht te vestigen op het Landelijk Verband van Zangverenigingen, uitgaande van de Geref. Gemeente in Nederland, waar Ds v. d. Berg voorzitter van is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1948
Daniel | 12 Pagina's