dE zon
De zon verdrijft de donk're nacht En rijst in t Oosten, vol van pracht.
Zij Idimt, gelijk een koningszoon Vol majesteit op haren troon.
Zij stelt cle landman weer in staat Te werken tot de avond laat.
Haar stralen geven warm gevoel,
Het duister van de nacht wüs koel.
Haar licht, dat ons nog schijnen mag,
Tot heerschappij over de dag,
Is I kunststuk van Gods Scheppingswerk;
En daag'lijks gaat zij langs het zwerk.
Wi/ zien haar, en we weten niet liet kwaad, dat onder haar geschiedt.
Maar Hij, Die alles bracht tot stand Weet al hel werk van s mensen hand.
Hoelang zal Jaar de zon nog slaan En in het W esten ondergaan ? »
Eens neemt een end haar heerlijk licht,
Straks bij het grote eindgericht.
Dan zal de Christus, wonderschoon,
Zijn stralen zenden van Gods troon;
En blinken aan het firmament Voor al de zijnen, zonder end.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1948
Daniel | 8 Pagina's