JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze CATECHISMUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze CATECHISMUS

5 minuten leestijd

(Uit Zondag 7.)

| jxxx^

Van het zaligmakend geloof.

II. De inlijving des geloofs.

Deze inlijving, waarvan we de vorige maal spraken, is een souvereine daad Gods. Hier kan niet in het minst gesproken worden van een menselijke activiteit. De inlijving in Christus door een oprecht geloof is de grootste zegen die een mens van God tebeurt kan vallen. Bij deze inlijving in Christus wordt niet gevraagd of de mens dat wil, het heeft plaats gehad omdat God het

wil. Hier zegt de Heere: „Ik wil en zij zullen". Maar desniettemin mogen en moeten wij haar met ernst van de Heere begeren in de weg der middelen.

Door een oprecht geloof wordt de zondaar in Christus ingelijfd. Hier begint de onderwijzer te spreken van het geloof en daarvan zal in het vervolg in verschillende opzichten gesproken worden. In de innerlijke geloofsvereniging met Christus ligt des mensen eeuwige behoudenis ter zaligheid en in het ongeloof, dat Christus - verwerpt zijn eeuwig verderf. Onze innerlijke verhouding tegenover God wordt er door bepaald. Onderzoekt uw hart en leven of u die innerlijke geloofsvereniging met Christus kent, of Hij in u is geworden een fontein springende tot in het eeuwige leven. (Joh. 4.) Die het verstaat: „Ik ben het, die met u spreekt" drinkt van het water des levens om de wateren der ongerechtigheid te haten en te verlaten.

Het is niet mogelijk, dat de mens zo maar weer gesteld kan worden in die zalige geloofsgemeenschap met God. Die breuk is niet te helen gelijk een beenbreuk heelt als het been gezet is, maar in onze bondsbreuk staat de zaak anders. Alleen door de verheerlijking van het Goddelijk genadewonder kan het ongeloof verbroken en het geloof in ons geplant worden. Door een oprecht geloof wordt de zondaar in Christus ingelijfd en rechtvaardig voor God. De Heere komt met Zijn opzoekende liefde door Christus tot de zondaar en stelt hem zonder zijn toedoen in gemeenschap met Christus, door het oprechte geloof. Dit doet God door de krachtdadige en onwederstandelijke werkingen des Heiligen Geestes. En door deze inlijving in Christus is hij rechtvaardig voor God, wat ons duidelijk blijkt uit de kleine kinderen, die mogen ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Met minder kunnen die kleine uitverkoren kinderen het niet doen en meer hebben zij niet en kunnen zij niet hebben, daar zij geen geloofsoefeningen kennen.

Nu moeten we niet denken, dat de zondaar, die door een oprecht geloof in Christus wordt ingelijfd, zichzelf direct in Hem rechtvaardig kent en alzo ziet staan voor God. In geen geval. Door deze inlijving in Christus ontwaakt de zondaar uit de slaap des doods, leert hij zich kennen en ziet hij zich staan als een verloren zondaar voor God om te komen, onder de bearbeiding des Heiligen Geestes, tot een dadelijke geloofsgemeenschap met Christus. Maar daarover gaat het hier nog niet. Het gaat bij de inlijving in Christus door een oprecht geloof niet over de daad, maar over het wezen of de hebbelijkheid des geloofs, waarmede God de zondaar komt te begiftigen. Hier is het dus alleen een daad van de Heere. Het antwoord spreekt daarom dan ook van een ingelijfd worden! Daar dit geloof een geschenk en een gewrocht van de Heere, de Heilige Geest is, is het een oprecht geloof, een geloof van het echte stempel.

Mij dunkt, dat er niet op één terrein meer namaak, meer bedrog heerst, dan op het terrein des geloofs. Het is niet mogelijk alle geloven te noemen en te bespreken, die het echte stempel missen. De verwarring en verdeeldheid, die er is ten opzichte van het geloof, is onnoemelijk groot. Hierom heet het geloof, waardoor de zondaar in Christus wordt ingelijfd, een oprecht geloof. Het is wel waar, dat de zondaar, die een bedrieger is, in zichzelf door dit geloof oprecht wordt en dat allen, die het deelachtig zijn, oprechten genaamd worden, maar daarop doelt de onderwijzer hier niet. Hier gaat het niet om de oprechtheid van de gelovige, doch over de oprechtheid van het geloof, wat de gelovige in oprechtheid des harten doet buigen voor de Heere in het stof der verootmoediging.

Het is een opreGht of echt geloof, daar het een levend geloof is, dat de God des levens werkt in het hart. Het is een geloof, dat als een oog ziet, als een oor hoort, als een neus riekt, als een mond spreekt, als een voet gaat en als een hand om Christus aan te nemen als een geschenk van de Vader. Het is een levend geloof, vanwege de hebbelijkheid, die er is in dit geloof. Door dit geloof is het alleen mogelijk te dorsten naar God en Zijne gemeenschap. Het is het geloof der uitverkorenen, daar Gods verkiezende liefde er in gesmaakt wordt, door een innerlijke gemeenschap met Christus.

Het is een oprecht of echt geloof, daar het hart er door gesteld wordt in een onverbrekelijke gemeenschap met Christus. Het hart, dat dood was, gaat nu door dit geloof uit tot Christus, de Vorst des levens. Met de komst van dit geloof in ons hart is Christus in ons hart gekomen en Hij is in ons een fontein, springende tot in het eeuwige leven. Het hart, dat niet dorst naar de verzoening met God, is niet in de staat des geloofs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1948

Daniel | 8 Pagina's

Onze CATECHISMUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1948

Daniel | 8 Pagina's