JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BEKERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKERING

4 minuten leestijd

Matth. 3 : 2. Bekeert U

Hoe menigmaal komt dat woord in de Schrift voor. Zowel in het Oude alsook in het Nieuwe Testament komen we het herhaaldelijk tegen. De noodzakelijkheid van, en de roepstem tpt bekering. Johannes de Doper zegt het; de Heere Jezus laat het horen en Joel, alsmede Petrus op de Pinksterdag.

Waarom toch^ die herhaaldelijke vermaning tot bekering? We kunnen ons toch zelf niet bekeren, zo horen we in velerlei toonaard zingen?

Laat ons bij het. begin beginnen. We praten over de zaak heen. De Heere schiep ons goed en naar Zijn beeld. We hebben de Heere verlaten en kozen de duivel en de zonde. Dat kostelijke beeld Gods zijn we kwijt, en hebben alleen nog maar kleine vonkskens overgehouden, zegt de belijdenis en Calvijn. We zijn mens gebleven. Niet verduiveld, en geen beest geworden. We blijven, met onze totale doodstaat, verantwoordelijk voor al onze daden en onze verhouding tot God. Dat we ons nu van de Heere hebben afgekeerd neemt de roeping om tot God weer te keren niet weg.

Het gebod blijft ten volle zijn kracht houden en de eis tot wederkeer. Daarom dat herhaaldelijk: Bekeert U. Nu merkte ik op, dat dit in tweeërlei zin gezegd wordt, n.1.: We kunnen ons niet bekeren. Ten eerste zeggen we dat in onze bittere vijandschap tegen God. In de valse ijdelheid geven we de schuld aan de Heere als we niet bekeerd zijn, en in dat: „we kunnen niet, " is de loochening van onze doodstaat, waarin we ons zelf hebben gebracht. Ons kiezen voor de zonde en de duivel, ons verkleefd zijn aan de dingen van beneden, onze eigenliefde voert in ons de boventoon. O, we zitten zo vastgevroren in onze zuivere belijdenis, dat we alles door elkaar praten, en met dat al de zonde vasthouden en God de schuld van alles geven. Het tweede echter vloeit uit een geheel andere bron.

Dat wordt gezegd door een volk dat de boodschap van Godswege thuis kreeg en waar de Heere op het hart de eis tot bekering bond. Dat volk heeft getracht uit de waardigheid Gods en de liefde tot God en Zijn wet en deugden, zich te bekeren. Zij hebben zonden afgebroken en deugden opgebouwd om zo de Heere te behagen en weder té keren tot God. Zij zijn evenwel met al hun werk in de dood terecht gekomen. Zij moeten het tot hun schande en schuld en smart voor de Heere bekennen, dat ze zich niet bekeren kunnen. Erkennend de rechtvaardige eis des Heeren vallen ze voor God en moeten het bekennen dat ze zich van alle kostelijke gaven bei'oofd hebben, door het ingeven des duivels en moedwillige ongehoorzaamheid. O, roepen ze* naar de hemel, Heere bekeer Gij mij zo zal ik bekeerd zijn. O, als de Heere niet naar hen omziet en hen laat waar ze zijn, Hij doet geen onrecht. Maar dat aankleven aan de troon der genade doet de Heere geboren worden, opdat ze erkennen zullen dat het uitsluitend een werk Gods is. Daarom is er ook sprake van een bekeerd worden.

Er zijn zoveel mensen die bekeerd zijn, en dat blijven, terwijl Gods volk bekeerd is, en in eigen waarneming onbekeerd wordt. Daar ligt het grote onderscheid. De bekering is een werk Gods, en duurt het ganse leven van Gods lieve volk door. O zeggen ze, hoe raak ik nog-ooit tot God bekeerd. Onze Catechismus spreekt daar zo kostelijk van in Zondag 33. Het is een afsterving van de oude, en een opstanding van de nieuwe mens. Het is dat bekeerd worden tot God om alleen in Christus het leven te vinden. Het ontdekt worden aan de totale onmogelijkheid aan 's mensen zijde om ooit weer God terug te krijgen door eigen kracht, doch alleen uit het eeuwige welbehagen Gods in Christus.

O, dat het de Heere behage ons daarvan te leren. Mijn beste jonge vrienden: vraagt bij dagen en bij nachten of de Heere U bekeert zoals Hij al Zijn lieve volk bekeert. Dat we toch met onze zuivere belijdenis God niet de schuld geven van onze onbekeerlijkheid. Die ligt bij ons. We willen bekeerd worden, zonder te sterven. Niet zoals God het wil. O dat de Heere ons daaraan ontdekke opdat het wonder een wonder worde en al groter wonder worde, dat God in Christus Zich zo diep nederbuigt om te vragen naar zulken die nooit naar Hem zouden vragen. Ge leeft nog en het is nog niet te laat. Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is, en de Heere bekere ons tot Hem meer en meer, opdat onze zielen erkennen dat Hij het heeft gedaan tot ere van Zijn grote en driemaal geheiligde Naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1948

Daniel | 8 Pagina's

BEKERING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1948

Daniel | 8 Pagina's