Onze CATECHISMUS
XXXII
Uit Zondag 6.
Bij de oprichting van het Verbond heeft God in het hart van Adam en Eva vijandschap gezet. Door de liefde Gods, die uitgestort werd in het hart, werd de vriendschap met satan verbroken en de vijandschap tegenover God afgelegd. Met deze gebeurtenis kwam de mens als een vijand te staan tegenover satan en als een vriend tegenover de Heere. Kaïn wil als het zaad der slang zich niet verzoenen met Abel en Abel kan als het zaad der vrouw zich niet verenigen met Kaïn. Daar zijn twee volkeren op de wereld, die lijnrecht tegenover elkander staan. Het volk, dat d^ geestelijke en bevindelijke kennis van Christus haat, is niet alleen buiten, maar ook in de kerk, gelijk die ook waren in de tent van Abraham en van Izak.
Door Christus zal satans kop vermorzeld worden en de verzenen van Christus zullen vermorzeld worden door satan, wat plaats gehad heeft toen Hij genageld is aan het vloekhout des kruises, om het oordeel des doods en der verdoemenis te niet te doen voor Zijn volk. Met de volle zegen des Evangeliums kwam God tot de mens in het Paradijs als hij zich verscholen had met angst en vrees onder het geboomte. Niet één goede gedachte kon de mens van God denken en van-
wege de schrik, die hij had in zijn consciëntie, kon hij niet anders verwachten, dan dat God kwam om hem te verderven. Wat viel het de mens mee en onuitsprekelijk mee, toen de Middelaar des Verbonds hem werd geopenbaard en Zijn gerechtigheid hem werd toegerekend. God handelt met de mens, in wiens hart Hij genade verheerlijkte, gelijk de vader handelde met zijn verloren zoon.
Van dit dierbare Evangelie hebben de Patriarchen gesproken, daar het geopenbaard was in hunne harten. Met de zegen des Verbonds kwam de Heere tot Abraham toen hij geroepen werd met een onwederstandelijke roeping. „En ik zal zegenen die u zegenen en vloeken die u vloekt en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden". Hierover heeft Abraham gesproken met zijn vrouw, met Loth, met Eliëzer en anderen. Hierover heeft Abraham zich verheugd met Melchizedek en Melchizedek met Abraham. Met blijdschap heeft Job gesproken van zijn Verlosser en zich aan Hem vastgeklemd toen alles hier op aarde hem ontviel. Van dat Evangelie heeft hij niet alleen getuigd met woorden, maar ook met daden door een godzalige levenswandel.
Het Evangelie dat Izak zijn kinderen heeft verkondigd is door Ezau verkocht, als een waardeloos goed, maar door de Heere bevestigd in Jakob, toen hij de ladder des Verbonds mocht aanschouwen. Dat heeft de Heere in de loop der jaren met meer klaarheid aan zijn hart geheiligd, zodat hij op zijn sterfbed zich mocht verblijden in de eeuwige zaligheid, die voor hem bereid was.
Met klaarheid hebben de Profeten gesproken van de Middelaar des Verbonds. Zij hebben het volk gewezen op de zekerheid van Zijn komst, op de staat van Zijn vernedering en van Zijn verhoging. Als de Schrift voor ons geopend wordt, dan is het ons duidelijk, dat zij het altijd hebben over Hem en over Hem alleen. Het ongeloof was een verwerpen van Hem en het geloof een kussen van Hem.
Niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar werd het Evangelie gepredikt door de sacramenten en ceremoniën der wet. Door een bloedige besnijdenis op de achtste dag werd een nieuw leven, uit de Middelaar voortkomende, gepredikt. En door het Pascha werd het Israël duidelijk gemaakt, dat het door de kracht van Christus verlost werd uit Egypte. Het pad door de Rode zee, het manna dat gegeten en het water dat gedronken werd in de woestijn, en de weg die gebaand werd door de Jordaan, wezen op de komende Heiland. Het vlieden naar de vrijstad en het wachten op de dood van de Hogepriester was een levendige prediking van het Evangelie en dat is het tot op de dag van heden.
Door de ceremoniële diensten werd het volk, bij elk offer dat ontstoken werd, gewezen op de offerande van Jezus Christus. De tien koperen wasvaten getuigden dat Hij de wet volmaakt zou onderhouden en de koperen zee predikte, dat de zee van Gods eeuwige liefde stroomde door Hem in het hart van verloren Adamskinderen. Het bloed dat geplengd werd op het verzoendeksel, getuigde van betere dingen, dan het bloed van Abel. Door het bloed des Verbonds kwam het volk in verzoening met God. Welgelukzalig is het volk, dat zijn verzuchtingen mag leggen op het gouden reukofferaltaar van Zijne verdienste bij het licht van de gouden kandelaar om gesterkt te worden door het brood des levens, waarvan de tafel der toonbroden sprak.
Al deze ceremoniële diensten hebben hare vervulling of verwezenlijking bekomen in Christus. Hij is de inhoud van het Oude en van het Nieuwe Testament. Hij is het Evangelie en heeft zelf het Evangelie gepredikt. Van Hem ontvingen wij sieraad voor as, vreugde-olie voor treurigheid en een gewaad des lofs voor een benauwde geest. Hij reinigt de melaatsen. Hij heelt gebrokenen van hart en Hij stelt de gevangenen in vrijheid.
Wat onuitsprekelijk voorrecht, dat wij nu onder een vervuld Evangelie mogen leven. Het is een blijde boodschap voor allen die treuren over hunne zonden en wenen over hun Godsgemis. Hier is brood en wijn om jongelingen en jonkvrouwen sprekende te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1948
Daniel | 8 Pagina's