JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek | T. MOLENAAR. Leede 18, Rotterdam-Zuid

Enige vragers zouden van mij gaarne iets willen weten over het verschil tussen de Geref. kerken en de Geref. Gemeenten.

Antwoord: Hoewel ik deze vraag liever niet had gehad, durf ik hem onbeantwoord toch niet in de prullemand te gooien. Behalve dat beide kerkformaties hun eigen historie hebben, zijn er voorts nogal punten van verschil.

Bij de beantwoording van deze vraag is het mijn bedoeling niet de Geref. Kerken eens extra met een zwarte kool te tekenen en de Geref. Gemeenten op een voetstuk te plaatsen, van hetwelk wij roepen: „Des Heeren tempel, zijn deze!"

Een volmaakte kerk hebben wij ook niet. U zult dus van mij niet horen, dat wij de kerk zijn. Wel geloof ik, dat de Geref. Gemeenten één van de zuiverste openbaringen zijn van Christus' kerk op aarde. Dit betekent echter niet, als zou de Heere Zijn volk alleen maar in de Geref. Gem. hebben. Neen, de Heere kent degenen, die Zijne zijn en U kunt gerust geloven, dat 's Heeren volk ook in andere kerkformaties is.

De ware kerk (art. 27 Ned. Gel. Bel.) ligt als beenderen aan de - mond des grafs en een ieder, die het welzijn van de kerk gevoelt zal bidden om de Una Sancta, één heilige, algemene, Christelijke kerk.

Bij alle gebreken, die ook onze gemeenten aankleven, geloof ik toch, dat de Heere van haar evenals van de gemeente Filadelfia zegt: „Gij hebt kleine kracht en gij hebt Mijn Woord bewaard".

Wat nu de Geref. Kerk betreft, och het zou weinig moeite kosten verschillende zaken op te noemen, waar

wij het helemaal niet mee eens zijn. Ik noem slechts de veronderstelde wedergeboorte, met haar funeste gevolgen. Het schrappen van de 21 woorden uit art. 36 van de Ned. Gel. Belijdenis. Dit laat ik verder onbesproken, omdat er op andere plaatsen genoeg over geschreven i3. (Saambinder, Banier.)

Waar ik wel de nadruk op leg is dit, dat de G. K. zowel als de G. G. de Waarheid Gods objectief, zoals die beschreven is van Gen. 1 tot Openb. 22 aanvaarden, maar dat de Waarheid subjectief moet worden toegepast door de Heilige Geest aan de harten van Gods volk, nadat de Heere er eerst zelf plaats voor gemaakt heeft, beluistert ge in de G. K. heel weinig.

Het spijt mij wel, dat ik dat schrijven n\oet. Men schermt daar wel met „je moet geloven", „je moet vertrouwen", „je mag niet twijfelen", „ongeloof is de grootste zonde", enz., .maar met al die waarheden kan Gods volk het niet doen.

De oprecht gemaakte ziel, weet wel, dat ongeloof zonde is, maar hij weet ook, dat het geloof een gave Gods is.

In het algemeen kan ik zeggen, dat het arme zondaarsleven daar weinig gevonden wordt. In de G. K. vindt ge veel rijke mensen, die 't geloof altijd bij zich hebben. In welke omstandigheden ge ze ook ontmoet, bekommernis is er niet. Hun gebed is vol lof en dank en ik heb mij menigmaal afgevraagd of zij Davids danktoon ooit hebben verstaan, toen hij niet eenmaal het woord „dank" gebruikte. (2 Sam. 7.) Het doet mij leed, dat ik zulks schrijven moet, temeer omdat er wat de uiterlijke verklaring van Gods Woord betreft, bij de G. K. nog zoveel goede dingen zijn.

In de Zondagsheiliging zijn de Geref. Kerken ruimer dan de Geref. Gem. Wat bij de Geref. Gem. censurabel is, is dat niet bij de Geref. Kerken. Ook glijden de G. K. meer en meer af naar de wereldgelijkvormigheid. Alles kan er mee door.

't Is waar, wat het laatste betreft, ziet ge ook in de Geref. Gem. een geleidelijke afglijding, maar het grote voorrecht is ons gelaten, dat door al Gods knechten daartegen ernstig wordt gewaarschuwd.

De Gemeente des Heeren behoort te zijn een afgezonderd volk, een volk, dat" alleen zal wonen, een gemeente, die wel leeft in de wgrdld en door een dure roeping heeft te vervullen, maar zich nooit gelijk mag schakelen aan de wereld.

Een voorts doe ik er het zwijgen aan toe. In de G. K. gevoel ik mij niet thuis.

De Geref. Gem. heb ik lief, ondanks vele tekortkomingen. Ik heb haar lief, omdat naar Gods Woord, zegen en vloek, leven en dood, wet en evangelie van elke preekstoel wordt gepredikt en wij ons zelf en onze kinderen durven toevertrouwen aan die bediening, een bediening, waarin de meris niets en God alles is.

Niets uit ons en al uit Hem, Zo reist men naar Jeruzalem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1948

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1948

Daniel | 8 Pagina's