Briefwisseling met mijn jonge vrienden
Waarde jonge Vriend.
Nu ik mij neerzet om je weer eeri brief te schrijven, wil ik je doen opmerken wat voorrechten en weldaden ons nog van 's Heeren wege worden geschonken.
Ba ruc h heeft weieens gehoord dat een oude Ch ristin legen een jonge, die met veel vreze en bekomr/tering bezet was. zeide: , , Mijn kind. je bidt genoeg, maar je dankt le weinig .
Als regel wordt er in de gesprekken, utflke wij houden, meer gesproken over de behoeften, welke wij hebben (ik bedoel lichame lijke èn geestelijke nooddruft), dan dat ons gesprek er op gericht is, melding te maken van Hem, die zovele van die nooddruftigheden ver vu ld h eeft en nog dagelijks vervuil.
Wijst dat niet een beetje op ..gemaakt arm zijn f Het is goed, dat ons oog gericht is op Hem, die de bron'en fontein van alle goed is. van Wien alle goede garen en volmaakte gijten zijn afdalende. Maar, missen wij niet veel van de vrucht, doordat wij al le weinig stilstaan bij Zijn goedheid, die het wèl maakte lol op dit ogenblik/ En toch. wij genieten in de volle zin des woords alleen maar voor zover wij het gegeierie waarderen. Anders zijn wij net als gierige mensen : Wij halen alles naar ons toe. en God geejt óns de macht niet daarvan le eten.
Dat behoort tot het wèl leven, waarvan wij. voorgenomen hadden in onze briefwisseling met elkaar le sp reke n. YVa / kostelijke les leert ons hiervan de Prediker, in hoofdstuk 5. Lees dat eens na.
Ik zeide: Lichamelijke en geestelijke nooddruft.
Het is Gods wijsheid, de mens als nooddruftig mens te hebben geschapen. Wij zijn niet zelfgenoegzaam geschapen: aangewezen op onsz elf. Wij zijn geschapen in verband met onze Schepper èn met de schepping. De nooddruft van onze geest kart niet vervuld worden Aan alleen in God onze Schepper. Maar ook, met alle zegeningen welke ons van Gods hand toekomen, zijn wij alleen maar gezegend als wij daarmee in Ilem eindigen. Dat doet ons alleen maar ver blijd zijn in God met de vervulling van wat wij in het lichame lijke tot onze nooddrnft behoeven.
Sommigen menen dat de godza ligl leid ddürin bestaat, dat wij zo min mogelijk aandac ht schenken aan de dingen des tijds. Dat, nu ja, deze dingen wel niet direct zondig zijn, maar toch enkel maar ballast en tot niets nat. Daar maken wij ons geestelijk gewicht van.
Je hebt mensen, die hebben ogenschijnlijk zoveel verdriet, ze zijn zo ernstig. Ze schijnen gestorven aan de lijd. Maar de vraag is of ze aan zichzélf enigermate gestorven zijn.Zijn wij wijs tot matigheid? Laat het blijken uit ons nederig gedrag, ook als hel gaal over datgene wat vón Godswege ons toekomt in het tijdelijke leven. Dat moet ons oorzaak zijn om ons in de llfere Ie verblijden. Hopr Salomo 's raad:
..Zie, wat ik gezien heb een goede zaak, die schoon , , is: te eten en le drinken en te genieten het goede , , van al zijn arbeid, die hij bearbeid heeft onder de ..zon. gedurende het getal der dagen zijns levens. , , hetwelk hem God geeft ; want dal is - zijn deel. ..Ook een iegelijk inens. aan dewelke God rijkdom , , en goederen gegeven heeft, en Hij geejt hem de ..macht om daarvan te eten en om zijn deel te nemen , .en zich te' verheugen van zijn arbeid, dat is een ..gave (jods. Want hij zal niet veel gedenken aan , .de dagen zijns levens, dewijl God hem verhoort in , , de blijdschap zijns harten."
Daar gaal het over in heel ons leven. Over die blijdschap des harten. Onze kanttekenaars zeggen van die blijdschap, dat er een drieërlei blijdschap is. Ten eerste een natuurlijke, welke rijst uil hel gevoel van tijdelijke welstand, ten tweede ven burgelijke blijdschap, voortkomende uit de oefening der deugden, en ten derde een geestelijke blijdschap des harten, welke rijst uil hel gevoel van onze vrede met God.
In drieërlei opzicht mogen wij ons in God verblijden. Dat is h el wi •I le ven, dat is ons geluk: dat is een gave Gods. De goedertierenheid Gods leidt de mens tot be'kering. De gierigheidsblijdschnp trekt zijn hart van God af en ontvangt de loon van zijn ongerechtigheid in zicli zelf.
Letter mist de levensblijdschap, ook de natuu rlijke. Letten wij er wel x> p. dat de. blijdschap groter gave Gods is, dan de gave op zit hzelf.
Vooral de blijdschap, in de derde plaats genoemd, daar moge ons hart op gezel zijn. Zoek eerst hel koninkrijk Ctods en zijn gerechtigheid en alle andere dingen zullen ons toegeworpen worden.
Dan zal de dank niet van de bede gescheiden zijn. Dan zullen ook alle tijdelijke zegeningen tot ons nut en tot Gods eer zijn. Dan zullen wij geen ongeestelijke, maar ook geen onnatuurlijke mensen wezen. Schrijf mij eens. hoe je hierover denkt en of je er iets in de practijk van moogt hebben. In afwachting noem ik mij
Ie vriend,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1948
Daniel | 8 Pagina's