Het ontstaan van ons PSALMBOEK
I.
Het mag als bekend worden verondersteld, dat wat de inhoud betreft, onze hedendaagse psalmboeken een * keur van verscheidenheid geven. Sommige geven, behalve de psalmen, het Oude-en Nieuwe Testament, terwijl in weer andere beide worden weggelaten. Sommige uitgaven geven de gezangen, bij de Hervormde Kerk hier en daar in gebruik, andere laten ze weg, terwijl ze hierin allemaal overeenstemmen, dat ze behalve de 150 psalmen en enkele gezangen opnemen de Catechismus, de Formulieren, Liturgie enz. Met bovenstaande titel wordt echter alleen bedoeld de 150 psalmen, dus: hoe zijn we eigenlijk wel gekomen aan de hedendaagse wijzen en de hedendaagse berijming. Het'bleek mij onlangs nog weer in een gesprek hierover met iemand, dat sommige mensen hierover wel wat al te naïeve denkbeelden op na houden. Er zijn er, die werkelijk nog menen, dat Oud-Israël ten tijde van David en Salomo en later de x psalmen hebben gezongen, zoals ze nu nog gezongen worden.
Dit is natuurlijk niet het geval. Zeker, David heeft, geïnspireerd door de Heilige Geest, de woorden van verscheidene psalmen opgetekend. Maar dat zijn niet dezelfde als die in ons psalmboek voorkomen. Bij ons zijn ze berijmd, verzen van gemaakt. Wie heeft dat gedaan? Wanneer is dat gebeurd?
David heeft de psalmen bij de dienst des Heeren laten zingen, veelal begeleid met allerlei muziekinstrumenten. Maar dat waren niet dezelfde wijzen van ons psalmboek. Hoe die wijzen geweest zijn, weten we niet meer. Maar wie heeft dan onze wijzen gemaakt? En wanneer is dat gebeurd? En hoe? Op al deze vragen hopen wij in het vervolg van dit onderwerp een duidelijk antwoord te geven. En daar iedere psalm bestaat uit woorden en een zangwijs, moeten we dus nagaan:
1. Hoe komen we aan de hedendaags gebruikelijke woorden ?
2. Hoe komen we aan de thans gangbare psalmwijzen ?
Het ligt voor de hand, dat we zullen moeten teruggrijpen in de geschiedenis en ook ligt het voor de hand, dat we moeten beginnen bij de Kerkhervorming. Zoals de Kerk toen opnieuw werd gevormd (dat betekent immers het woord Kerkhervorming), zo is ze in grove trekken uitwendig nu nog, ook wat betreft het psalmgezang. Daar ons land voor 't grootste gedeelte Calvinistisch is, komen we dus vanzelf terecht bij Calvijn en zijn gemeente: Genève in Zwitserland in het jaar 1536. Toen toch ging de kerk van Genève over tot de Reformatie. De mis en het priestergezang werden afgeschaft, terwijl het kerkorgel voortaan zweeg en voorlopig zou blijven zwijgen. In tegenstelling met Luther verbande Calvijn alles, wat met de roomse eredienst ook maar iets te maken had. Met volkomen loslating van het roomse verleden zou de kerk haar hele eredienst van de grond af weer opbouwen.
Het volgend jaar schreef Calvijn in zijn „Kerkelijke regeling": „Wj^j wensen, dat de psalmen in de kerk worden gezongen, zoals wij daarvan in de oude kerk een voorbeeld hebben; en volgens het getuigenis van Paulus, die zegt, dat het goed is om te zingen. Het zingen van de psalmen kan onze harten tot God opheffen."
Het zwijgen der gemeente beviel Calvijn dus helemaal niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1948
Daniel | 8 Pagina's