Onze CATECHISMUS
xxix
Dierbaar wordt de Middelaar des Verbonds ons, naar mate wij in onze verlorenheid worden ingezet, om Hem te mogen kennen tot rechtvaardigheid.
Het moet niet slechts zijn een blote wetenschap of een oppervlakkige beschouwing, maar een grondige inleving, dat wij in Adam verloren liggen. Dan gaat het niet over het verloren gaan, maar over het verloren liggen. Al is de diepte van die verlorenheid niet te peilen, zo hebben wij het toch van node er steeds meer ' kennis van te bekomen. Door de toerekening van Adams ongerechtigheid liggen wij werkelijk, rechtvaardig en gans verloren voor God. Daar is niets in ons overgebleven, waaraan wij ons zouden kunnen vastklemmen, om uit. de diepte van die verlorenheid op te kunnen klimmen. Wij kunnen het oordeel des doods niet van ons afwenden en het recht ten eeuwigen leven niet verwerven. Onze onrechtvaardigheid is een totale onrechtvaardigheid. Wat onuitsprekelijk voorrecht, volk des Heeren, dat de Vader de Zoon van Zijne liefde heeft geschonken tot rechtvaardigheid. De gerechtigheid, die Hij heeft verworven door Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, wordt door een richterlijke daad Gods toegerekend, daar Hij als /borg de schuld heeft betaald en het recht ten eeuwigen leven heeft verworven. In Hem zijn we zo rechtvaardig voor God alsof men nooit geen zonde gehad had doo^ toerekening of bedreven had door daden. Rechtvaardig zijn we voor God, door de toerekening van Zijne gerechtigheid en daarom noemen wij Hem: „De Heere onze gerechtigheid".
Door Zijne rechtvaardigheid zijn wij rechtvaardig voor God en hebben wij vrijmoedigheid in het naderen tot de Heere. Al de verschrikkingen van Gods rechtvaardigheid en verbolgenheid zijn in Hem en door Hem te niet gedaan. „Zo is er dan nu gene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest". (Rom. 8.) Door Zijne rechtvaardigheid zijn wij rechtvaardig voor de engelen en kunnen zij ons niet binden aan handen en voeten om ons te werpen in de buitenste duisternis. Daarom zijn ze onze dienaren die ons omringen en ons straks zullen dragen in Abrahams schoot.
Door Zijne rechtvaardigheid zijn wij rechtvaardig voor Gods kinderen, die ons in ons eertijds aanschouwd hebben en veroordeeld in onze ongerechtigheden. Het is door de rechtvaardigheid van Christus, dat zij met ons de gemeenschap der heiligen onderhouden. Hoeveel kwaad Paulus het volk des Heeren ook aangedaan had, het werd hem vergeven, daar hij gekomen was tot het geloof in Jezus Christus.
Door Zijne rechtvaardigheid zijn wij rechtvaardig voor de duivelen, die ons bij God verklaagd hebben. Door het bloed des Lams, hebben wij de verklager der broederen overwonnen en mogen wij hem tarten, daar hij ons voor eeuwig kwijt is.
Door Zijne rechtvaardigheid zijn wij rechtvaardig voor de wereld. Wij willen en moeten het bekennen, dat wij even slecht, even ellendig en verdorven zijn als de wereld en dat wij niet door onszelf, maar door de rechtvaardigheid van Christus onderscheiden zijn van deze wereld. En dat is het, wat wij de wereld hebben te boodschappen. Deze rechtvaardigmaking is ii\ Christus volkomen, maar in haar geestelijke en bevindelijke kennis zijn trappen. Inzover wij die weldaad met een gelovig hart aannemen, wordt Gods verzoenende liefde gesmaakt.
Dierbaar wordt de Middelaar des Verbonds ons, naarmate v/ij in onze verdorvenheid worden ingezet, om Hem te mogen kennen tot heiligmaking.
Het is niet mogelijk, dat wij in de kracht van onze rechtvaardigmaking kunnen wandelen op de weg van heiligmaking en dat baart menigmaal grote verwarring in het innerlijke leven, daar men meent het in die kracht te kunnen. Met de geestelijke en bevindelijke kennis van Christus tot onze rechtvaardigheid, komen we in de stand van ons leven te staan voor een totale onmogelijkheid. Bij de verzoening met God, door de rechtvaardigheid van Christus, hebben wij het verderf of de smet der zonde nog in ons overgehouden en dat maakt het ons onmogelijk om een rechte gang te maken. Het verderf der zonde kleeft ons aan in de allerheiligste verrichtingen. Met een gebrekkige heiligmaking kunnen we niet bestaan en zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. De Vader heeft de Zoon van Zijne liefde gegeven tot heiligmaking, opdat wij in Hem onze heiligmaking zouden zoeken. Wandelen in Hem, gelijk wij Hem hebben aangenomen als ellendige zondaren.
In Hem alleen is het mogelijk een biddend leven te leven, daar Hij biddende geleefd heeft. Biddende is Hij in het openbaar opgetreden bij de doop en de hemel werd Hem geopend. Biddende heeft Hij geleefd en biddende is Hij gestorven. Hij is de weg, de pleitgrond en leermeester des gebeds.
In Hem alleen is het mogelijk een gelovig leven te leven, daar Hij altijd door het geloof op Zijn God heeft vertrouwd. Met de volle zekerheid des geloofs, dat de Vader Hem zou verheerlijken is Hij de diepste diepte der vernedering ingegaan. In Hem is de sterkte van ons geloof en de kracht van ons vertrouwen.
In Hem alleen is het mogelijk een Gode verheerlijkend leven te leven, daar Hij altijd de verheerlijking van Zijn God heeft bedoeld en Zichzelf heeft verloochend in het dragen van smaadheid. Door Zijn kracht is het mogelijk de weg van zelfverloochening te betreden en de verheerlijking van Gods Naam te bedoelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1948
Daniel | 8 Pagina's