GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.
Het leren door Gelijkenissen.
Een Westerling werkt met begrippen, een vurige Oosterling met beelden.
De Bijbel heeft een Oosterse kleur, d.w.z. dat we veel gelijkenissen aantreffen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament.
De dingen, betrekking hebbende op het Koninkrijk der hemelen, zijn voor ons niet in werkelijkheid te kennen. Daarom wordt er over die dingen gesproken in beeldspraak.
Het woord gelijkenis betekent oorspronkelijk: iets naast iets stellen en zo vergelijken.
Om de hemelse dingen te verstaan worden dan naast die dingen beelden uit het leven der natuur, of uit het rijke leven der mensen geplaatst.
Een gelijkenis is een beeld uit het gewone leven, om ons de hogere dingen te doen verstaan.
Een aardse inkleding voor een hemelse gedachte. Dat de Heere door gelijkenissen spreekt is voor ons beschamend en bemoedigend.
Beschamend, omdat wij door de zonde aan onze hoge bestemming zijn ontzonken en onvatbaar geworden voor de geestelijke dingen.
Bemoedigend, omdat de Heere Zich zo laag buigt, dat Hij tot ons spreekt in een taal, die zelfs een kind kan verstaan.
De gelijkenissen rusten op de werkelijkheid.
In Gods Woord vinden we ook enkele fabelen, die echter niet op de werkelijkheid rusten.
In de fabel spreken dieren ën planten en verrichten levenloze voorwerpen allerlei werkzaamheden.
Een fabel vindt ge in 2 Kon. 14 : 9, waar de Koning van Israël, Joas, tot Amazia, de Koning van Juda, een bode zendt met de volgende opdracht: De distel, die op de Libanon is, zond tot de Ceder, die op de Libanon is, zeggende: eef Uw dochter mijn zoon tot vrouw", enz.
Ook is er verschil tussen allegorie en gelijkenis.
Bij de allegorie wordt het beeld en datgene, wat beeld voorstelt, telkens verwisseld. het
Een gelijkenis vertelt de profeet Nathan aan David, als hij David wil ontdekken aan zijn zonde en spreekt van de rijke man, die het enige oorlam van de arme man wegneemt.
De allegorie vindt ge bijv. in Joh. 10 en in Joh. 15, waar Jezus zich de goede Herder en de ware Wijnstok noemt.
Het doel van de gelijkenissen is om de Waarheid te openbaren en om de Waarheid te bedekken.
Ze had meermalen verblinding der ogen en verharding van het hart tengevolge.
Maar dat vond zijn oorsprong niet in de onduidelijkheid van de gelijkenis, maar in de onwil des mensen.
Dan gaat in vervulling de profetie van Jesaja: „Met het gehoor zult gij horen en geenszins verstaan, en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken."
Bij de verklaring der gelijkenis heeft men altijd deze vraag te stellen: „Wat heeft Jezus bedoeld? "
We mogen aan alle natuurlijke zaken geen geestelijke betekenis verbinden.
Coccejus hield er ten opzichte van de gelijkenissen dit beginsel op na: de Bijbelwoorden betekenen alles, wat zij betekenen kunnen.
Zodoende krijgt men allerlei dwaze verklaringen. We moeten de hoofdgedachte zoeken te verstaan en de voornaamste bedoeling in het oog vatten.
We hebben vooral in deze tijd te waken voor inlegkiinde, en voor overgeestelijkheid.
De gelijkenissen kunnen we samenbrengen in drie groepen.
De eerste groep omvat de zeven gelijkenissen van Matth. 13 en de ene gelijkenis van Marcus 4 : 26—29.
Zij hebben betrekking op het koninkrijk der hemelen. Voorts kunnen we de gelijkenissen van Lucas samenvatten. Zij worden uitgesproken als er bepaalde vragen tot Jezus werden gericht.
De derde groep vindt men in Matth. 21—25 en in Lucas 19 : 12—27.
Zij worden de profetische. gelijkenissen genoemd. De grote Leraar der gerechtigheid bezit een buitengewone kennis.
Hij kan spreken over de bloemen des velds, en over de vogelen des hemels.
Hij is op de hoogte met de visserij en de landbouw. Hij is bekend met het openbare en verborgen leven der mensen.
Hij is de Opperste Wijsheid en meer dan Salomo is hier.
Vele leraars werken met ingewikkelde, voor eenvoudige mensen, onbegrijpelijke formules.
Deze Leraar is eenvoudig, natuurlijk, duidelijk. Doe de Heere vooral onze jonge mensen kinderlijk vragen: Heere, ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend.
Vragen:
1. Wat is het onderscheid tussen een fabel en een gelijkenis ?
2. Staan er fabelen in de Bijbel?
3. Staan er gelijkenissen in het Oude Testament?
4. Wat^is het gevaar van het vergeestelijken van de gelijkenissen ?
Bronnen: Sillevis Smit. Knap. Gelijkenissen. Stock Renkema. Matthew Henry.
Ds. A. DE BLOIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1948
Daniel | 8 Pagina's