JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze CATECHISMUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze CATECHISMUS

4 minuten leestijd

XXVIII

Dat wij 'van nature dwaze zondaren zijn, staat vast, daar wij de dood boven het leven, de duisternis boven het licht, de slavernij boven de vrijheid en de hel boven de hemel kiezen. Gelijk de rijke dwaas, geeft de mens zijn hart aan de dingen van deze wereld. Zolang die dwaasheid wordt uitgeleefd, is de mens wijs in eigen oog. Maar krijgen we door de ontdekkingen des Heiligen Geestes, die dwaasheid in te leven, dan gaan we haar belijden en bewenen voor het aangezicht des Heeren met de dichter van Ps. 38, die we horen klagen: „Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild vanwege mijne dwaasheid." Het is volkomen waar, dat de natuurlijke mens niet begrijpt de dingen, die des Geestes Gods zijn, want zij zijn hem dwaasheid. In zijn vermetelheid vindt hij zelfs de prediking van het Evangelie een dwaasheid. Zijn wijshfeid staat hem in de weg om zalig te worden. De zot is wijs in eigen oog en heeft geen lust in verstandigheid. Die daaraan ontdekt is, krijgt behoefte aan het onderwijs van de Opperste Wijsheid om met de wijze maagden de olie der genade te bekomen in het vat des harten. De Vader heeft de Zoon van Zijn liefde gegeven tot wijsheid om dwaze zondaren wijs te maken tot zaligheid.

Door de komst van Zijn wijsheid in het hart bij de wedergeboorte, is de onberouwelijke keus gedaan. De keus om God te dienen en te vrezen, is het allerredelijkste wat te bedenken is. Toen de verloren zoon tot zichzelf kwam, kwam het voornemen in zijn hart in dienst te treden bij zijn vader." Het is de grootste dwaasheid, die we kunnen bedenken, de wereld en de zonde te dienen, daar dat nooit enige bevrediging kan geven in onze harten. Door het Goddelijk onderwijs wordt het hart steeds meer opgewekt om in de wegen des Heeren te wandelen.

Door de komst van Zijn onderwijs in het hart, leerde Hij ons wenen over onszelf. De mens weent in zijn eigengerechtigheid over de Heere Jezus en beschouwt Hem als een martelaar. U behoeft over Mij niet te wenen zegt Hij, maar ween over Uzelf, daar U ligt onder het oordeel des doods. Hij onderwijst ons in de diepte van onze val en in de verdorvenheid van ons bestaan, om dat in boetvaardigheid des harten, voor God en mensen te belijden.

Door de komst van Zijn onderwijs in het hart leerde Hij ons bidden. De - farizeeër heeft aan dat onderwijs geen behoefte, maar de discipelen hebben het van Hem begeerd en geleerd. Hij leert ons boetvaardig bidden als de tollenaar en aanhoudend bidden als de weduwe, die aanhield bij de onrechtvaardige rechter en recht gedaan werd, met de verzekering, dat God Zijn uitverkorenen recht zal doen, die dag en nacht tot Hem roepen. Hij leert ons gelovig bidden gelijk de Kananeese vrouw, die niet uit het veld te slaan was, ondanks al de bezwaren, die tegen haar werden ingebracht. Met de volle zekerheid des geloofs bleef zij zich vastklemmen aan Gods ontfermende liefde en daarom werd zij door de Heiland geprezen.

Door de komst van Zijn onderwijs in het hart leerde Hij ons graven in de diepte. Wie zou zonder dat onderwijs het huis van zijn verwachting voor de toekomst niet gebouwd hebben op een zandgrond, die de waterstromen van Gods ongenoegen niet kan trotseren en keren? Alleen zij, die door Zijn onderwijs gebouwd hebben op de Rotssteen der eeuwen, Wiens werk volkomen is, wonen veilig.

Door de komst van Zijn onderwijs in het hart leerde Hy ons ootmoedigheid en nederigheid, daar Hij gezegd heeft: „Neemt Mijn juk op U en leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart en ge zult rust vinden voor Uwe zielen." Niet een mens onder de zon kan het ons leren, hoe groot zijn geleerdheid ook is, dan alleen Hij, die tot dat einde waarachtig mens geworden is. En zo wordt Hij, die door de Vader gegeven is tot wijsheid, steeds meer dierbaar. Was Hij met Zijn wijsheid niet gekomen in ons hart, dan hadden we in onze dwaasheid om moeten komen. Het is profijtelijk en Gode welbehagelijk zo .ons hart steeds meer uit gaat naar Zijn Goddelijk onderwijs, daar Hij ons de Waarheid leert beleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1948

Daniel | 8 Pagina's

Onze CATECHISMUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1948

Daniel | 8 Pagina's