JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE WAARDE VAN HET GEBED

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WAARDE VAN HET GEBED

5 minuten leestijd

... En zij noemde zijn naam Samuël; want, zeide zij, ik heb hem van den Heere gebeden. (1 Sam. 1 : 20a.)

Dat het bidden niet waardeloos en vruchteloos is, zien wij duidelijk in de welbekende en roerende geschiedenis van Hanna. Wat een invloed geeft het gebedsleven op het gehele leven. Het is waar, dat het geen vrucht is van eigen akker, maar dat men ook nooit vergeten moge, dat wij redelijke schepselen zijn en geen stokken en blokken. Men zegt het soms zo koud „ik kan toch niet bidden", maar mijn lezer, hoe is U daar achter gekomen, want de onmacht is geen plaats waar men achter kan schuilen, maar het moet in de practijk geleerd worden, en die het leert, die leeft dicht aan Gods genadetroon. Worden wij niet gewezen naar de jonge raven, hoe zij tot God roepen? Wie voedt hen, wanneer de oude raaf zijn nest verlaat? Is het niet de Heere, die ons daardoor leren wil, dat wanneer Hij zich bemoeit met het redeloze schepsel, Hij zich zeker zal inlaten met de redelijke mens wanneer hij zich tot Hem wendt in de weg des gebeds. Wat heeft Hanna een rijke gebedsvrucht verkregen. Hoe heeft zij het ondervonden, dat de Heere de nooddruftigen verhoort als zij tot Hem roepen'. Hoe heeft zij het uitgedrukt in de naam, die zij haar afgebeden kind schonk. Naar de letterlijke betekenis wordt „Samuël" door sommigen overgezet met deze woorden: „Zijn naam is God." Maar de moeder zelf heeft duidelijk verklaard, wat haar bij het geven van die naam bovenal voor de geest heeft gestaan. Haar zoon toch is door goddelijke verhoring geschonken. Ziet eens welk een getuigenis en een prediking voor Samuël zelf, maar ook voor ons allen.

Wat een roeping voor elke vader en moeder, om uw kinderen de Heere op te dragen in de huiselijke kring, maar ook in het verborgene. Zie toch eens in, ons tekstwoord wat het gebed vermag. Het is waar, dat een gebed, dat Gode aangenaam is en zeker zal verhoord worden, zulk een is waarvan de grondtoon is: „niet mijn wil, maar Uw wil geschiede." Maar toch leert de Schrift ons, dat er verband bestaat tussen het biddend leven van deze moeder en het biddend leven van haar zoon. En nu doet de Heere het niet om het gebed, want dan zou er verdienstelijkheid onzerzijds in gevonden worden, maar wel op het gebed. Wat moeten Gods kinderen dat menigmaal ondervinden in al hun wegen en lotgevallen. Hoe groot toch is het gemis als het biddend leven in de practijk niet gevonden wordt, wat berokkent het ons grote schade in ons geestelijk, maar ook in ons natuurlijk leven. Zegt de Heere niet: „ken Mij in al Uw wegen en Ik zal Uw paden recht maken? " Wat heeft ons volk en wat hebben onze gemeenten behoefte aan biddende vaders en moeders. Wat zijn de ouders bekommerd over de tijdelijke belangen hunner kinderen, maar helaas, wat wegen de eeuwige belangen zeer weinig. Wat kunnen wy onze kinderen gemakkelijk laten wandelen op de weg, die ten verderve leidt. Maar wat is ook het gebedsleven onmisbaar voor onze jonge mensen. Het is waar, de geest van deze Godonterende tijd spot met het gebed en de zuigkracht der wereld trekt er ons van af. Maar arm, ja ongelukkig is het

leven buiten en zonder het gebed. Wij durven het U aan te bieden en aan te prijzen: Gij mocht het eens wagen Uw knieën voor de Hoge God te buigen, ja Uw smekingen tot Hem eens op te zenden. Wie weet, Hij mocht Zich Uwer nog ontfermen. Het is toch de moeite wel waard, om het de Heere te vragen, dat Hij Uw ogen opene voor de diepte Uwer ellende, waar wij zo stekeblind voor zijn. Het is toch nog de vindenstijd! Dadelijk als de dood komt, als het te laat is, ja dan, dan zal men roepen, had ik maar! had ik maar! O, leert de tijd des levens kostelijk achten. De Heere leeft, die in Jezus Christus een gebedsverhorend God is.

Ik denk ook aan onze vrienden in Indië. Hoe menigmaal zullen er ook voor U bange ogenblikken aanbreken. Hoe zult ge wel eens met alle bezwaren bezet zijn, die niet door een mens kunnen worden opgelost. Maar denk dan ook aan Hanna, en ziet waar zij met haar bezwaren mocht henen gaan. En die weg staat toch ook voor jullie open. Leert er toch gebruik van maken, want het gebed toch is een lopen tot een sterke Toren; het is een uitstorten des harten voor het aangezichte Gods en het is het onneembare wapen in de geestelijke strijd.

En wat is het groot, als U het geheim mocht leren, om met Daniël te betuigen, dat wij onze smekingen mogen werpen op de barmhartigheid Gods in Christus. O, die grote Hogepriester, die gezeten is aan des Vaders rechterhand. Door Hem mochten onze gebeden geheiligd en gereinigd worden, opdat zij door de hand des Engels mogen opklimmen voor Gods troon. Dan blijft het gebed de voedster van het zaligmakend geloof en zullen wij ervaren, dat Hij is een hoorder en verhoorder der gebeden. Dat zal ons leven verrijken, onze weg verlichten en onze mond vervullen met Zijn lof.’

Ds. A. VERHAGEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1948

Daniel | 8 Pagina's

DE WAARDE VAN HET GEBED

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1948

Daniel | 8 Pagina's