Onze CATECHISMUS
| XXVII
Uit Zondag 6: De Middelaar des Verbonds.
Wat onuitsprekelgk voorrecht, dat de Vader van alle barmhartigheid, de Zoon van Zijn liefde U heeft geschonken en dat U Hem met vrijmoedigheid hebt mogen aannemen tot zaligheid van Uw hart. Nu moogt U met veel vrijmoedigheid van Hem spreken en door Hem met de volle zekerheid des geloofs gaan tot de Vader.
Hoelang is U wel onder voogden en verzorgers geweest" in het tuchthuis? Ik kan het U niet zeggen, maar dit weet ik wel, dat ik U daar menigmaal bezocht en met U gesproken heb över de noodzakelijkheid van het sterven aan de wet. Men zegt wel eens, dat de een sterft onder het zwaard en een ander van de honger. Daar Mozes U niet voeden kon met enige vertroostingen, moest U wel sterven van de honger. Het was een smartelijke geschiedenis. Zeg nu niet, het is geleden, want het is niet onmogelijk, dat. U dingen gaat beleven, die nog erger zijn, dan dat U daar doorgemaakt hebt.
Het is waar, dat het verschil van deze Man met Uw eerste man groot is. Deze Man doet alles voor U. U hebt er niets aan te doen. Nu moogt gij U laten zaligen. Niet werken, maar geloven en vertrouwen, dat Hij alles voor U gedaan heeft en doet. „Doch degene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid." Hij is blank en rood en Hij draagt de banier boven tienduizend en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Nu is *U van doodarm, schatrijk geworden, want Hij heeft U getrouwd in gemeenschap van goederen. Hij heeft al Uwe ongerechtigheden voor Zijn rekening genomen en al Zijn gerechtigheid Komt Hij U toe te rekenen. U is nu inderdaad met rijkdom overladen. Hij wil dat U met Hem eet en drinkt en vrolijk zijt. Het is groot en heerlijk, zoet en zalig, dit met Hem te mogen beleven.
Maar eer we verder gaan, om van Zijn rijkdom te opreken, moet ik U toch nog iets zeggen, dat mij op het hart ligt en waartoe ik mij verplicht gevoel. Bij al het geluk waarin U moogt delen, zijn er nog gevaren, die U omringen. Het is ons bekend uit Gods Woord en de ervaring van kinderen Gods, dat er een breuk kan komen in het huwelijk met deze Man, die vermaard is in Bethlehem. Hoseazegt: „Twist tegen Ulieder moeder, twist omdat zij mijn vrouw niet is en Ik haar man niet ben." Daar waren kinderen uit dit huwelijk geboren en die worden opgewekt om met haar moeder te twisten, daar zij een verkeerde weg is opgegaan. De gevallen zijn niet onbekend, dat kinderen, die nog in de eerste beginselen staan van 'het genadeleven, moeten twisten met degenen, die veel verder geleid zijn en die hun leven niet versieren met een heilige wandel. Groot was de ellende, waarin de bruid gekomen is, toen zij van verveling was gegaan naar het bed van zorgeloosheid en uit liefdeloosheid weigerde op te staan, toen aan haar deur geklopt werd en geroepen met een stem van liefde: „Doe mij open, want mijn hoofd is vervuld met dauw, mijn haarlokken met nachtdruppen." Daarna hebben de wachters haar geslagen, verwond en beroofd. U kunt er zeker van zijn, als U de huwelijksrechten van Uw Man schendt, dat U aan de pijnigers wordt overgeleverd.
Wat wij U aanraden om een gezond geestelijk huwelijksleven te mogen leven, is dit, onder de bearbeiding dés Heiligen Gêestes veel te denken aan Uw afkomst en over de dierbaarheid van Christus, wat ons verzekerd doet zijn, dat Uw hart steeds inniger aan Hem verbonden zal worden. Het ligt dan ook op onze weg, aan de hand van deze vraag, Zijn dierbaarheid te roemen. De Middelaar des Verbonds wordt dierbaar in het hart, daar Hij geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en tot een volkomene verlossing.
In deze orde schenkfe de Heere Jezus de weldaden, die Hij verwierf voor Zijn volk. Deze orde heet de orde des heils. Hij schenkt niet eerst heiligmaking en verlossing en daarna wijsheid en rechtvaardigheid, maar de volgorde is. wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing.
God is een God van orde. In de tempel had elk voorwerp tot onderhouding van de openbare eredienst zijn vaste plaats ontvangen van God en zo is het ook "in het rijk der natuur. Orde is er zowel in de tempel .van Gods algemene als in die van Zijn bijzondere genade. En zo is er ook orde in de tempel des Geestes omtrent de weldaden, die daar verheerlijkt worden.
Door de orde des heils, die daar gevolgd wordt, verstaan we de orde, die Christus heeft in het toepassen van de heilsweldaden, waarvan hier. gesproken wordt.
In die orde werkt de Heere altijd en daarom is het te veroordelen, dat wij dikwijls zo onordelijk zijn in het spreken over die zaken. Het is van betekenis, zo wij het van de Heere geleerd hebben met geoefende zinnen te spreken over deze geestelijke en Goddelijke zaken. De geestelijke meubelstukken kunnen wel aanwezig zijn, maar dat men ze niet weet te plaatsen waar zij, om een harmonisch geheel te verkrijgen, geplaatst moeten worden. Die verwarring brengt verwijdering teweeg tegenover de Heere, daar een geestelijke slordigheid hiervan de oorzaak is. Men ontziet de moeite zijn zinnen te oefenen in de onderzoeking van Gods dierbaar Woord. Wij moeten met steeds meer ernst letten op de plaats en het verband» der zaken, door de Heere bepaald.
Dierbaar wordt de Middelaar des Verbonds ons, naar mate wij onze dwaasheid inleven om Hem te mogen kennen tot wijsheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1948
Daniel | 8 Pagina's