JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE Catechismus

5 minuten leestijd

(xxv)

Uit Zondag 6: De Middelaar des verbonds

De Middelaar des Verbonds wordt geschonken van God. Hier wordt Zijn naam: Heere Jezus Christus, genoemd en Zijn afkomst vermeld, daar Hij een geschenk is van de Vader.

Hij is een geschenk van Gods souvereine welbehagen.

Niets en niemand heeft de Allerhoogste van buiten af kunnen bewegen tot deze daad van schenking. De Middelaar is een gift van Gods eeuwig en souverein welbehagen. Mensen kunnen een gave geven, daar zij opgewekt werden tot medelijden. Hiervan was geen sprake bij God, ten opzichte van de mens, daar de mens levende in zijn vijandschap niet gezaligd wil worden. Voor dit geschenk moet God zelf plaats maken in het hart, daar de mens geen behoefte heeft aan deze Middelaar. De Allerhoogste is bewogen in Zichzelf en door Zichzelf om de mens te schenken wat hij nodig heeft tot zaligheid.

Hij is een geschenk van Gods ondoorgrondelijke wijsheid. Hier hebben we de allerduidelijkste en de allerheerlijkste openbaring van de wijsheid des Heeren. In deze Middelaar zijn al de deugden Gods tot overeenstemming gekomen omtrent het zaligen van de zondaar. Het zalig worden geschiedt nu niet alleen met behoud van Gods deugden, die gekrenkt zijn door de zonde, maar ook tot verheerlijking van Gods deugden. Buiten de Middelaar om hadden al Gods deugden nooit tot openbaring en verheerlijking kunnen komen.

Hij is een geschenk van Gods onuitsprekelijke liefde. Het is niet mogelijk die liefde in haar lengte, breedte, diepte en hoogte te meten. Die eeuwige liefde Gods is belichaamd in de geschonken Middelaar. God gaf Zijn enige en eeuwige Zoon tot zaligheid voor hel-en doemwaardige zondaren. Het is wel mogelijk die liefde met ons hart te bewonderen, maar het is niet mogelijk haar met ons verstand te omvatten.

Hij is een particulier geschenk. Het gaat hier niet alleen over de voorwerpelijke schenking in het Woord, maar ook over de onderwerpelijke schenking in het hart. Velen kunnen het met de voorwerpelijke schenking van de Middelaar stellen en eigenen zich Hem toe, om met de dwaze maagden voor eeuwig om te komen, die de olie van Zijn genade niet hadden in het vat des harten. In het hart van de zondaar, wien de Middelaar wordt geschonken is door de ontdekkingen des Heiligen Geestes plaats gemaakt voor Hem.

Door de onderwijzingen des Heiligen Geestes wordt het hart er van overtuigd, dat deze Goddelijke Middelaar hem geschonken wordt. Het deksel des harten wordt weggenomen, het bewindsel des aangezichts te niet gedaan en dan wordt het de ontdekte zondaar duidelijk, dat God door Zijn Woord en Geest met die dierbare Middelaar tot hem komt. De Vader stelt Hem voor en presenteert Hem. „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik Mijn welbehagen heb."

Dat velen weinig of geen klaarheid hebben in deze Goddelijke schenking, heeft haar oorzaak in de onboetvaardigheid des harten. Deze Middelaar kan ons alleen met klaarheid geopenbaard worden, zo wij onze verlorenheid en verdoemelijkheid in Adam van ganser harte aanvaarden.

Wordt Hij geopenbaard in het hart, dan gaan al de genegenheden des gemoeds naar Hem uit om Hem te mogen omhelzen. Toen het familiegeheim de Moabitische Ruth geopenbaard was, ging haar hart naar de bloedvriend Boaz uit. De raad van moeder Naomie zich te baden, te zalven en te kleden werd dan ook terstond opgevolgd. Het recht om naar Boaz te gaan, die als bloedvriend Losser was, had zij van de Heere ontvangen en daarvan maakte zij een dankbaar gebruik. Als Ruth het niet begeerd had door Boaz getrouwd te worden, dan had hij geen verplichting gehad haar te trouwen. Alleen, die door de trekkingen des Vaders met een heilbegerige ziel tot Christus komen, worden door Hem getrouwd, wat Hij de Vader beloofd heeft. Die door de kracht van Gods genade weet zich te baden in het badwater der bekering en te zalven met de zalfolie des gebeds en zich te kleden met het kleed van ootmoed, gaat uit tot de Middelaar des Verbonds, die van God geschonken is om door Hem getrouwd en gezaligd te mogen worden. Gelijk Boaz Ruth heeft geprezen in haar komst tot hem wordt u geprezen in uw komst tot de Bloedbruidegom Jezus Christus.

Wij moeten deze schenking van twee kanten bezien. God schenkt hier niet alleen de Middelaar aan de zondaar, maar Hij schenkt ook de zondaar aan de Middelaar. Gelijk Boag geschonken wordt dóór de Heere aan Ruth, wordt Ruth door Hem geschonken aan Boaz in het Leviraatshuwelijk. En gelijk het niet alleen een oorzaak van vreugde was voor Ruth, maar ook voor Boaz is de schenking van de Middelaar aan de zondaar en van de zondaar aan de Middelaar een oorzaak van vreugde voor beiden. Het vermogen van Boaz, dat geweldig was, zou verloren gegaan zijn zo hij niet getrouwd was met Ruth, daar hij geen kinderen had. En zo zou de genade van de Heere Jezus niet tot haar recht gekomen zijn, zo Hij niet geleid werd door de Vader tot de zondaar en de zondaar Hem niet gegeven werd door de Vader, in de weg van boetvaardigheid. Hierover spreekt de Borg Zijn vreugde uit, zeggende: (!De snoeren zijn Mij in lieflijke plaatsen gevallen, ja een schone erfenis is Mij geworden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948

Daniel | 15 Pagina's

ONZE Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948

Daniel | 15 Pagina's