Briefwisseling met mijn jonge vrienden
(33)
Jonge Vrienden.
Baruch zit bij zijn correspondentie met moeilijkheden. Hij ontvangt vele brieven. Openhartig worden allerlei moeilijkheden blootgelegd. Nu zijn er enigen, die een hele uiteenzetting willen hebben over de leer der Geref. Gemeenten. In hun omstandigheden is dat begrijpelijk. Ze hebben verkering met een meisje uit een andere kerk. En dat geeft wrijvingen. Vooral met de ouders van het meisje. In het algemeen botst het niet onderling tussen de verloofden. Of het op de duur niet èal gaan botsen, laat zich moeilijk tevoren bepalen. Misschien komen die botsingen .... als het te laat is. Na de huwelijkssluiting. Maar nu, en dat is begrijpelijk, begint het steekspel tussen de jonge man en zijn aanstaande schoonouders. Die hebben er op tegen, dat hun dochter meegaat naar de Ger. Gemeente. Nu worden leergeschillen opgeworpen. En nu willen ze van Baruch een hele cursus hebben over de verschillen die er in de leer onzer gemeente en die van het meisje bestaan.
Sommigen vragen het per particuliere correspondentie te behandelen. Daaraafi zijn grote moeilijkheden voor Baruch verbonden.
In de eerste plaats gaat het boven zijn krachten, om zulk een brede verhandeling te schrijven. Maar er komt nog wat bij.
Moet Baruch nu de gedachte gaan kweken, dat wij d é zuivere leer hebben? Het is zo'n aantrekkelijke gedachte: W ij zijn hetf En al wat buiten ons is, is niets. Baruch zou heel wat vrienden (en aanbidders erbij) krijgen, als hij zo te werk wilde gaan. De wereld hangt aan elkaar van partijschappen, én de kerk, helaas, ook. Het was de kracht van de farizeën, dat^ z ij de zuivere leer hadden, in tegenstelling van de andere secten hunner dagen.
Misschien zijn er, die zeggen: Ja maar onze belijdenis is toch zo zuiver. Zie eens onze drie formulieren van enigheid.
Het is waar. Maar, daarmee zijn wij er niet. Als wij die lezen, zullen wij er onze onzuiverheid in lezen. En dan bedoel ik niet alleen gebrekkigheid in onze kennis van de inhoud daarvan, onze wanbegrippen. Maar dan bedoel ik voornamelijk praktijk en de geestesrichting onder al deze waarheidswoorden. Wij moeten niet vergeten, dat andere kerken hoofdzakelijk ook deze zelfde formulieren van enigheid hebben. Ze varen onder dezelfde vlag. Maar het gaat over de lading. En nu is het de vraag: Hoe staat het bij ons met de lading? Baruch bedoelt niet, dat het niet op de letter óók aankomt. Maar, als wij in de letter opgaan; als wij daarmee klaar denken te zijn, dan vraagt Baruch: Wat is je beleving? Wat komen er dan een negatieve antwoorden. „Dat we niet zijn als die of die", enz. Zo kan Baruch verstaan het rijmpje: „Die aan des waarheids woord en letter. Maar hangt. Wat scheelt die van een ketter? dan in de klank die 't oor bedriegt? Hij heeft geen waarheid, dan gestolen. Hij gaat op rechte paden dolen, Hij spreekt de waarheid en hij liegt."
Ketterijen-bestrijding moet beginnen bij het eigen hart. En nu is Baruch zo bevreesd, dat hij met een cursus over onze eigen rechtzinnigheid, zijn jonge vrienden en vriendinnen af zou voeren van die weg, van te beginnen bij zichzelf. Graaf maar dieper mensenkind, en ge zult nog meer gruwelen vinden. Bovendien, wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele. Paulus zegt: Opdat ik Hem kenne. *
Ook onder, ons. het gebrekvol. Geloven mijn jonge vrienden en vriendinnen dat? Of kijken ze nu een beetje boos naar Baruch? l Kijk dan maar eens boos, hoor. Het eerste gebrek is, dat wij ons gebrek niet zien. Pan zullen
wij ook geen behoefte hebben aan de zuiverende werking van 's Heeren Geest.
Nu hoor ik er al een vragen: Maar moeten wij dan ons niet oefenen in het onderzoek van Gods Woord en de belijdenisschriften?
Ongetwijfeld. Daar zijn ooM de jongelingsverenigingen geschikt voor, om ons te oefenen in de waarheid. En dan ga je zakken, hoor. Dat is de vrucht.
Jonge vrienden, laat ons onderzoek eenvoudig zijn. Laat ons niet beginnen met ons te spitsen op de verschillen, die wij met een ander hebben. Het is zo gevaarlijk. Wij verheffen ons zo gauw. Dat wil niet zeggen, dat wij niet zouden mogen letten op allerlei gevaren, die ons van elders dreigen. Maar als wij alleen maar in beweging zijn te krijgen bij de beschouwing van onze eigen voortreffeijkheid, dan hapert er wat aan onze betrachting.
Baruch wil wel aan zijn vriend, de vragenbusredacteur vragen, of hij eens wat inlichtingen wil geven. Een briefwisseling lijkt er weinig voor geschikt.
Ik moet ook nog enig geduld vragen van andere briefschrijvers. Zoveel mogelijk antwoord ik in volgorde van de binnenkomende brieven.
Met hartelijke groeten verblijf ik.
Jullie vriend BARUCH.
ONDERSCHRIFT.
In brief No. 32 zijn twee zinstorende fouten ingeslopen, waardoor de zin der woorden omgekeerd werd. De kundige en goedwillende lezer zal dat wel hebben bemerkt. In regel 18 stond: Baruch dacht, dat niemand die zijn val in Adam recht erkent, kan overreed zijn, dat hij moet verloren aaan.
Dat moet zijn: Baruch dacht, dat niemand dan die zijn val in Adam recht erkent, kan overreed zijn, dat hij moet verloren gaan.
Verder stond in regel No. 16 van onderen: Wil zij staan blijven in de ondervindingen van Gods gerechtigheid?
Dat moet zijn: Wil zij staan blijven in de ondervindingen van Gods goedertierenheid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948
Daniel | 15 Pagina's