Briefwisseling met mijn jonge vrienden
(34)
Waarde jonge Vriend.
Je hebt je hart voor mij uitgestort in een brief. Aanleiding daartoe waren de artikelen geschreven in „Daniël" over het huwelijk door K. te A. Je leeftijd, je omstandigheden, je innerlijke neigingen brengen mede. dat je zoekt naar een wederhelft. En> zie, je pogingen falen tot hiertoe. Steeds wordt het afgebroken. Je ouders schijnen die behoefte (of moet ik maar ronduit zeggen: noodt) niet te zien, niet aan te voelen. Het is of je eerder bespeurt, dat het wordt tegen gewerkt. Als dat waar is, spruit dat niet uit een geest die zegt: „Zoude ik het goede niet voor u zoeken? " Je durft er dan ook niet over te praten. — Waarom niet? Zou je het toch niet eens op een geschikt tijdstip proberen?
Er kunnen soms van die verhoudingen zijn, die niet wenselijk zijn. Maar oprechte, eerlijke samenspreking kan daar toch wel eens verbetering in brengen. Dat is nooit geheel van te voreri te zeggen. Alle wanbegrippen vloeien nog niet voort uit opzettelijke onwilligheid. Er zijn voorbeelden te over in het leven, dat zulk een gesprek een oplossing brengt, waarvan wij nauwelijks hadden durven dromen. Dan zeggen wei „Had ik dat maar eerder gedaan!" Ook dat mag biddende betracht worden. Zolang er middelen, geoorloofde middelen zijn, mogen wij ze niet verwaarlozen, maar moeten wij ze onder biddend opzien gebruiken. Je Vreest verkeerd begrip te zullen ontmoeten, maar. . . weet je dat wel zeker? Het is waar, men is in onze kringen soms veel te geheimzinnig met deze dingen. Het is alsof het een zondige zaak betrof. '
Heèft zulk een gesprek niet het gewenste resultaat — welnu, je hebt gedaan wat je kon doen. Dat zat je de vrijmoedigheid niet benemen, om je weg voor de Heere neer te leggen. Integendeel. Als de wegen en middelen op een bepaald punt afgesneden worden, mag het gebed vermenigvuldigen. Als er wegen en middelen open staan en wij bewandelen die wegen niet biddende, dan zal ons gebed versterven. Lijdelijk wachten gaat niet samen met vurige gebeden. Dat is maar het gebed van de luiaard. Zijn er geen wegen, die wij mogen bewandelen, dan kan lijdzaam wachten wèl samengaan met vurige smekingen.
Waarom is mijn vriend moedeloos, omdat zijn pogingen nog niet zijn bekroond; omdat zijn gebeden nog niet zijn verhoord? Is het dan voor goed afgesneden? Was dat het geval, dan zou hij genade moeten zoeken om erin te berusten. Het is) voor ons een moeilijke zaak, om op 's Heeren tijd te wachten. Is het soms nu de tijd voor mijn vriend niet, om een betere zaak te zoeken? Verzuimt hij die niet7 Zoek eerst, zoek voornamelijk het koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid, en al die dingen zullen u toegeworpen worden.
Er zijn dikwijls zulke teleurstellende wegen. Wij hoopten en hef werd afgesneden. Zelden zullen wij bereid zijn aanstonds daarvoor de Heere te erkennen.
Mijn jonge vriend spreekt van nood. Mag ik hem wijzen op de belofte Gods: „Die Hem aanroept in de nood. Vindt Zijn gunst oneindig groot." Is Gods hand verkort1 Zou de Heere niet willen horen1 Hij hoort de jonge raven als zij roepen. Hij is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al zijn werken (Ps. 145 i 9)* Wordt ons iets een nooddruft - het is de Heere die ons nooddruftig maakt, om deze op zijn tijd te vervullen. Daarbij moet onze wijsheid wel eena dwaasheid worden„ Het steunen op ons eigen verstand moet wet eens verbroken worden.
En wat de omgang met anderen betreft, lees No. 7 over het huwelijk eens aandachtig na. Misschien kan het je een aanwijzing geven in de omgang met anderen. Als wij in stijve vormelijkheid ons verheffen boven anderen, is dat niet veël meer dan het oude „Raak niet en smaak niet en roer niet aan, want ik ben hediger dan gij." Zulk een persoonlijke houding, maar ook zulk een houding van een gezin geeft als regel minder stichting dan men denken zou. Het ontaardt in zo'n gezin zo licht in critiek op anderen, welke buiten de maat gaat. Is dat vrucht van ware vreze Gods of van hoogopgevatte onderwerping onder 's Heeren Woord? wordt het gevoed door de gedachte: „Wij staan boverti anderen? " Zulk een houding kan, zoals je schrijft, zeer zeker belemmerend werken bij het zoeken van een vrouw.
Wie een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden en hij heeft welgevallen getrokken van de Heere. De bevalligheid in bedrog en de schoonheid ijdelheid, maar een vrouw die de Heere vreest zal geprezen worden.
Zulks voege de Heere je op Zijn tijd toe, is de wens van
Je vriend
BARUCH.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948
Daniel | 15 Pagina's