§ 22 A. DE STRIJD OVER DE TWEE NATUREN VAN CHRISTUS.
Evenals de Ariaanse strijd, is ook die over de twee Naturen van Christus in het Oosten gestreden. Dat houdt verband met de Oosterse geaardheid, die totaal anders is dan die van het Westen. Het Oosten is bespiegelend: daar staat het mystieke „schouwen", het „zien" op de voorgrond. En zo kwam daar ook de „beschouwing" der waarheid, het stelselmatige nadenken over en uiteenzetten vè, n de geloofswaarheden, tot ontwikkeling. En vooral de boven-natuurlijke en boventijdelijke waarheden der Schrift, namelijk de leer aangaande God en Christus, hadden de belangstelling van de Oosterling. De Westerling was practisch en zakelyk. In het Westen kwam de organisatie der kerk tot stand. Daar ontwikkelt zich ook de leer van de verdienstelijkheid der goede werken. Daar vroeg men niet, hoe de Drieëenheid moest begrepen worden; daar dacht men niet na over het God-en-mens-zijn van Christus. Maar daar onderzocht men veeleer, hoe de mens zalig kon worden!
De strijd over de twee Naturen zou men het vervolg kunnen noemen van de Ariaanse strijd. De laatste handelt over de Godheid van Christus, maar thans ging het om Zijn waarachtige mensheid. Dat was niet minder belangrijk! Alléén de belijdenis van Christus' waarachtige Godheid was voor de kerk niet voldoende. De waarachtige God moest waarachtig mens geworden zijn, de mensen in alles volkomen gelijk, uitgenomen de zonde. Anders was immers de verlossing des mensen nog gans onmogelijk! (Heid. Cat. Vraag 14, 15, 16). Zeer belangrijk is deze strijd dus geweest, daar het ging om één van de hoofdwaarheden der Schrift. Viel die steunpilaar der belijdenis, dan stortte het ganse gebouw der zaligheid inéén!
Toch ligt de belangrijkheid van deze leertwist niet alleen in haar waarde voor de belijdenis der kerk. Want achter en onder deze strijd over de leer werd een felle krijg gevoerd om de macht. En hier komen we eindelijk terug op wat we behandeld hebben in
No. 22, § 11, waar we spraken van het ontstaan en de ontwikkeling-van drieërlei theologie: de Kleinaziatische, de Alexandrijnse en de Westerse theologie! Nu moeten we .ons ook nog even in herinnering brengen, dat de Volksverhuizing min of meer een scheiding had gemaakt tussen de Oostelijke en de Westelijke rijkshelft waardoor Rome's bisschop de kans kreeg, om zijn zedelijk overwicht en geestelijke invloed in wereldlijke macht en aardse heerschappij om te zetten en tot gelding te brengen. Daarmee werd eigenlijk ook in een innerlijke behoefte der kerk voorzien, want heel de organisatie was zó ingericht, dat het wereldse bouwwerk der kerk een top, een kroon moest hebben, om volkomen te zijn. Het gebouw der kerk was in zijn organisatie zo werelds, zo on-geestelijk, dat het geestelijke Hoofd: Christus, er niet bij paste! Welnu, de kerk in het Westen kreeg in Rome's bisschop haar hoofd, maar dat geschiedde ten koste van de keizerlijke heerschappij. Ze kreeg een Paus, maar ze verloor een keizer. En dat was in het Oosten niet het geval. Daar zetelde de keizer nog in zijn residentie: Constantinopel. Toch wilden ook daar verschillende patriarchen zich van de oppermacht in de kerk verzekeeren. Zo kwam het tot een bittere strijd tussen de • patriarchen van Alexandrië, van Antiochië, van Constantinopel en van v - Jeruzalem. Alexandrië doet ons denken aan de Alexandrijnse school; Antiochië aan de Kleinaziatische of Antiocheense school. Constantinopel's patriarch maakte aanspraken op de macht, omdat zijn patriarchaat de keizerlijke residentie was; en Jeruzalem meende rechten te hebben, omdat het de hoofdstad was van het heilige land.
Maar ook Rome en het Westen hielden zich bij deze strijd niet afzijdig: Rome wilde ook het Oosten onder zijn invloed trachten te brengen.
Zo zien wij hier dus bij nauwkeurige beschouwing de factoren, die aanleiding gaven tot deze grote strijd: Enerzijds de botsing tussen de Alexandrijnse, de Antiocheense (= Kleinaziatische) en de Westerse (Rome!) theologie; anderzijds de heerszucht der verschillende patriarchen.
Helaas, nog véél sterker, dan bij de Ariaanse strijd, trad de naijver der patriarchen onderling naar voren. Veel meer dan toen werd de leertwist vertroebeld door de heerszucht. Het. ging bij velen in de eerste plaats om de macht en d£n pas om de Waarheid. En tóch, door al die menselijke jaloezie en machtswellust héén, voerde God Zijn Raad uit; deed Hij de Waarheid in de kerk zegevieren over de leugen. Dat zal het vervolg ons zó klaar tonen, dat wij verbaasd zullen moeten staan en erkennen: God regeert!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1948
Daniel | 15 Pagina's