§ 20. De betekenis van Augustinus.
Niet alleen zijn strijd met het Donatisme en Pelagianisme heeft aan Augustinus zijn betekenis gegeven. Een zo veelzijdige figuur als hij heeft zich op andere terreinen eveneens bewogen en ook daarover zijn eigen, nieuwe opvattingen gehad. Wij zouden hem dan ook onrecht doen, indien wij daarvan niet wat zeiden.
Duidelijk zien wij in zijn geschriften weerspiegeld, dat zijn denken zich steeds meer van het Neoplatonisme af en naar Gods Woord toe bewogen heeft. Zijn geest volgde getrouw zijn levensweg. De diepzinnige, wijsgerige bespiegelingen moeten plaats maken voor practische zielszorg, omdat hij van filosoof bisschop wordt. Zo wordt 't hem steeds onbelangrijker, wat hij van God denkt en steeds meer tracht hij te onderzoeken, wat God zegt van Zichzelf en van de ganse Schepping en van alles wat met ons bestaan verband houdt. Zo kreeg zijn theologie steeds meer een Bijbels karakter. We moeten er altijd op letten, of een leer Bijbels is. En dan niet zó, dat éen bepaalde waarheid uit Gods Woord éénzijdige nadruk ontvangt, maar dat èlle waarheden Gods de plaats krijgen, die ze in Gods Woord hebben, opdat ze Goddelijk-harmonisch in de theologie zijn verwerkt. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken: Het is een waarheid der Schrift, dat de mens zichzelf niet kan bekeren, maar dat Gods Geest die waarachtige bekering moet werken. Maar de gehele werkelijkheid is dat niet. De werkelijkheid omvat meer waarheden, dan die, éne waarheid van 's mensen, onmacht. Ze omvat ook de waarheid van Gods eis en onze verantwoordelijkheid. De Heere eist, dat wij ons zullen bekeren. En wat zien wij nu? De op zichzelf rechtzinnige waarheid van 's mensen onmacht voert tot dode lijdelijkheid. De andere waarheid, namelijk van Gods eis, en onze verantwoordelijkheid, op zichzelf óók rechtzinnig, geeft aanleiding tot werkheiligheid. Maar beide waarheden der Schrift moeten altijd met elkaar in verband gezieA worden. En dan ook niet op zichzelf staand, maar in het licht van al de waarheden der H. Schrift, die tesamen de werkelijkheid vormen. Dè, t heeft Augustinus verstaan! En deze grote kampioen voor de Praedestinatie-leer is niet eenzijdig nadruk gaan leggen op de uitverkiezingsgedachte, maar de menselijke verantwoordelijkheid heeft hij ook voortdurend in haar volle kracht gepredikt.
Zo zieh wij de man, die met zijn verstand tot de Bijbel kwam, meer en meer een dwaas worden voor God, die nodig heeft, dat God hem leert denken naar Gods Woord. Och, dat is hem niet in alles gelukt! Hij heeft bepaalde afwijkende gevoelens gehad, die ons Rooms aandoen. Om iets te noemen: Hij heeft voor zijn gestorven moeder gebeden! Maar dat mag ons toch niet verhinderen, om hem een zeer begenadigd mens te achten, een strijder Gods! En als we onszelf bij 't licht des Geestes mogen leren kennen, dan zullen we zien, dat wij vol zitten met allerlei ketterse ideeën. En wie zal durven beweren, dat hij volstrekt rechtzinnig is ? Wij mogen ons gelukkig achten, indien we in oprechtheid kunnen zeggen: „Ik ben op weg, om rechtzinnig te worden!"
!Faar laten we nu nog enkele denkbeelden van „Augustinusj bespreken. Eigenlijk moeten wij het anders zeggen en wel zó: Laten we eens gaan zien , hoe Augustinus getracht heeft, met Gods Woord en Gods gedachten mee te denken.
Allereerst: ij zien, hoe Augustinus in zijn theologis he werken aanvankelijk over God dacht als iets onpersoonlijks. Evenals de Neoplatonisten was God voc ' hem het hoogste „zijn". En daarbij vergeleken was het „zijn" der schepselen eigenlijk een „niet-zijn". Tever ziet hij God als het hoogste goed, het louter-eenvoudige, het wonderlijk-schone. Maar meer en meer raakt dat onpersoonlijke, dat „het", op de achtergrond en we zien steeds meer de persoonlijke God van de Bijbel naar voren komen. En tegelijk komt ook de Middelaar Gods en der mensen allengs meer in het middelpunt van zijn denken. De oneindige afstand tussen God en mens ziet Augustinus in Christus overbrugd. In Hem ontmoet God de mens en ontmoet de mens zijn God. Steeds dierbaarder wordt hem die Middelaar Gods en der mensen en hij wordt niet moede, om Zijn lof te bezingen. En het steeds terugkerend refrein, zijn lievelingswoord, is Psalm 73 : 28 (Latijnse vertaling): Mij evenwel is het goed, God aan te hangen." In God vindt de ziel haar rust, haar verzadiging, haar vreugde en vrede: Gij hebt ons tot U geschapen en onrustig is ons hart, totcjat het rust vindt in U."
Zijn beschouwingen over de Doop hangen ten nauwste 'samen met het karakter en de sfeer van zijn tijd. Algemeen was men van oordeel, dat de gelovige na zijn Doop niet meer in openbare zonden mocht vallen. Daarin was de öude kerk zéér streng. We hebben daar indertijd iets van gezegd in § 12 B, No. 26. Eensdeels had dat zijn goede zijde en werd er ernst gemaakt met de doop. Maar anderzijds gaf het aanleiding tot verkeerde begrippen omtrent de Doop. Volgens Augustinus wordt bij de Doop Gods genade als een kracht ingestort. Bij volwassenen moet geloof en bekering voorafgaan, anders heeft de Doop geen heilzame werking. De Doop geeft de vergeving der zonden alléén binnen de kerk, want daarbuiten is geen zaligheid. Bij kinderen neemt ze de plaats van het geloof in, dat zij zelf nog niet kunnen oefenen. Ongedoopt stervende kinderen gaan verloren. De Doop heeft een ondelgbaar karakter, zodat de gedoopten aan Christus en aan de kerk toebehoren, ook al keren zij zich van alle godsdienst af. Niemand heeft volkomen zekerheid, dat hij uitverkoren is, waar dat zal blijken uit zijn leven, of hij namelijk volhardt in Godsvrucht. Zo worden Gods kinderen in vreze klein gehouden. In goede werken kunnen zij de vruchten der verkiezing tonen.
Zoals we reeds gezegd hebben: Er zit veel goeds in deze beschouwingen van Augustinus. Volle nadruk viel er voor hem op de practijk der godzaligheid. De oude kerk leefde meer in daden, zij beleefde haar godsdienst in de practijk. Daardoor kreeg de leer wel eens te weinig nadruk en slopen de dwalingen binnen. Maar onze tijd is vol van woorden, van beschouwingen; en de beleving wordt gemist! En beide moeten hun plaats ontvangen in ons leven: Zuiver in de leer, maar vooral ook godzalig in 't leven!
Bij het H. Avondmaal maakte hij scherp onderscheid tussen teken en betekende zaak. Geen verandering dus ' van brood en wijn in 't lichaam en bloed des Heeren! Daarom blijft deze kerkvader de Roomse leer veroordelen! Neen, Calvijn kon zich in vele opzichten op Augustinus beroepen. De sacramenten noemt hij „het zichtbare woord". Dat is ook de Gereformeerde beschouwing ervan.
Nog een vóórnaam onderwerp van bespreking blijft over: Datgene, wat Augustinus heeft behandeld in zijn boek: De Staat God». Dit schreef hij naar aanleiding van de heidense beschuldiging, dat de rampen, die over het Romeinse rijk kwamen, (de invallen der Germaanse stammen en vooral de val van Rome in 410), door de godeh werden ^gezonden, omdat men de oude heidense godsdienst verlaten had. Augustinus "kon die gruwelijke aantijging niet verdragen en schreef zijn prachtige verdediging. Dertien jaar werkte hij eraan en inmiddels werd het meer dan alleen een verdediging van het recht der kerk. Het groeide uit tot een schildering van de twee rijken, die in de wereld tegenover elkander staan: Het rijk Gods en het rijk van Satam„In allerlei vormen en gedaanten staan die beide tegenover elkaar, de een gekenmerkt door nederigheid, de ander door hoogmoed. Doorgaans staan de wereldrijken in dienst van Satan, maar ze kunnen ook de kerk en dus Christus dienen, door te zorgen, dat de kerk zich rustig kan ontplooien. Maar dat is alleen mogelijk, als de Staa, t zich aan de ware godsdienst onderwerpt.
Zo is Augustinus de man geweest, die aan de Westerse kerk nieuwe wegen gewezen heeft, juist toen die kerk voor een eigen toekomst stond. Zijn persoonlijkheid betekent de afsluiting van het tijdperk der oude kerk en tegelijk nemen de Middeleeuwen met hem een aanvang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1948
Daniel | 8 Pagina's