JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

A. S. te W. schrijft het volgende: „Ik lees in de dagbladen van de Groot-Moefti van Jeruzalem, dat hij is de oorlogsmisdadiger bij uitnemendheid.

1. Wat is hij voor een figuur? 2. Is hij Mohammedaan? 3. Wat is zijn doel en streven?

Antwoord: Moefti is de oorspronkelijke titel van het kerkelijk hoofd der Mohammedanen in Jeruzalem. Later van geheel Palestina. Nog later niet alleen kerkelijk maar ook politiek leider.

Deze ontwikkeling is te vergelijken met die van de bisschop te Rome tot paus (kerkelijk hoofd der Westerse Christenheid) en later ook politiek hoofd der kerkstaat in Italië).

De invloed van de moefti gaat echter niet zo ver, als die van de paus.

Zijn doel is Palestina een zuiver Arabische, d.i. Mohammedaanse Staat te maken en alle Joden er uit te verdrijven.

Hij streeft er naar dit te bereiken door terreur en door de vereniging van alle Arabische staten in de Arabische Liga.

Hij is de verpersoonlijking van het anti-sionisme, wat hem er toe bracht Hitier van advies te dienen bij de Jodenvervolgingen.

Na! de oorlog werd hij geïnterneerd in Frankrijk, maar wist per vliegtuig te ontsnappen. Sindsdien werd

hij gast van de Egyptische koning. Thans verblijft hij in het staatje Libana. Hij is een buitengewoon politicus en zeer fanatiek.

J. de B. te Kr. V. vraagt de betekenis van het 39e vers van Matth. 23.

Antwoord: Vrager schijnt te menen, dat „Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: „Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren, " slaan zou op de z.g.n. palmzondag, waarvan gesproken wordt in Joh. 12. Daar toch lezen wij, dat de scharen takken van de palmbomen namen, de Heere Jezus tegemoet gingen en riepen: „Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israëls."

Neen vriend, daar ziet Matth. 23 : 39 niet op. Sla de Staten-vertaling maar eens op of lees de verklaring van Matth. Henry.

Als ge nauwgezet het verband leest, dan zult u zien, dat de Heere Jezus het „wee u" heeft uitgesproken over de Schriftgeleerden en Farizeën. Wel tot achtmaal. Dan zegt Hij in het 38e vers: „Ziet uw huis wordt u woestgelaten". Daarmee wordt de tempel bedoeld.

Het is alsof de Heere Jezus wil zeggen: „Hij wordt u gelaten, neemt hem en doet er mee, wat ge wilt. Zij hadden hem tot een huis van koophandel, tot een moor. denaarskuil gemaakt en zo wordt hij hun dan gelaten.

Hierop volgt nu het bewuste vers.

De tijd was nabij, dat de Heere Jezus naar de onzichtbare wereld zou gaan en daar blijven, tot de tijd van de wederoprichting aller dingen.

Als de Heere Jezus komt met tienduizenden van Zijn heiligen, dan zal Hij allen overtuigen en Zijn vijanden de erkenning afdwingen, dat Hij gezegend is, dat Hij de Messias is. En het gevolg daarvan zal wezen, dat de vijanden des Heeren zullen roepen: „Bergen valt op ^ ons, heuvelen bedekt ons, enz."

Gelukkig de mens, die hier gewillig, blijmoedig heeft leren zingen:

„Gezegend, zij de grote Koning, Die tot ons komt in 's Heeren Naam. Wij zeeg'nen U uit 's Heeren woning, Wij zeeg'nen U al te zaam.

Als dan straks het Hemelgordijn openscheurt en de Heere Jezus zal verschijnen, dan zal dat volk als uit één mond jubelen: „Gezegend-is Hij, Die komt in de Naam des Heeren!"

J.V. te K. vraagt of de aarde draait om de zon of dat de zon draait om de aarde.

Antwoord: Het merendeel der tegenwoordige geleerden zeggen, dat de /tarde draait om de zon. Toch schijnen er ook te zijn, die die stelling aanvallen. Zelf vind ik het niet belangjrijk, ja al is het juist, dat de aarde om de zon wentelt, acht ik dit niet in tegenspraak met het zeggen van Jozua: „Zon sta stil te Gibeon en gij maan in het dal van Ajalon".

In dit geval zegt Jozua het zoals hij het met zijn natuurlijk oog waarneemt en zoals geleerd en ongeleerd nog heden ten dage zegt: „De zon komt op en gaat onder", en niet: „de aarde komt op en gaat onder."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1947

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1947

Daniel | 8 Pagina's