JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Briefwisseling met mijn jonge vrienden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Briefwisseling met mijn jonge vrienden.

4 minuten leestijd

(29)

Waarde jónge vrienden.

Een jonge 'vriend tracht zijn teven te verklaren en stelt in verband daarmede vele vragen. Hij hoopt zeker aan de hand van de beantwoording zich zelf te toetsen.

Nu moet Baruch er op wijzen, dat er onderscheid is tussen zelf onderzoek. en zelfbeproeving. Het zelfonderzoek stelt de vraag: WAT gaat er al zo in mij om? — De zelfbeproeving vraagt: HOE ben ik voor de Heere? Oprecht of onoprecht? Zijn mijn werkzaamheden en gestalten volgens de H. Schrift en als zodanig vruchten 'van een echt geloof?

Er kan heel wat in ons omgaan; er kunnen heel wat belevingen en beschouwingen, gevoeligheden en overdenkingen zijn. Maar daaruit kunnen wij onze oprechtheid voor den Heera nog niet opmaken. Wij kunnen beschouwen, wat er zo in ons gemoeds-en gedachtenleven omgaat, vragen of dat ook voorkomt bij Gods volk, en dan daaruit besluiten of onze^ weg goed is of niet. Zo vraagt ook mijn vriend: Gelooft u aan gezichten of bovennatuurlijke, inwendige, plotselinge gewaarwordingen, niet gepaard gaande met enirf bijbelwoord? ,

Welzeker, daaraan gelooft Baruch. Waarom? Wel omdat | de Schrift het zegt; en voor ons geloof hebben wij geen andere grond dan de Schrift. Baruch gelooft nog , wel meer. Hij gelooft, dat. die dingen voorkomen en ook gepaard kunnen gaan met enig bijbelwoord.

Immers, de satan verandert zich in een engel des lichts.

Het zelfonderzoek vraagt: Komen die^ dingen in mijn hart voer? Maar de zelfbeproeving legt zichzelf in het ge{oof ter toetsing neer voor Gods alwetendheid en zegt: Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart: beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, , of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg.

Het is geen ongeloof, die straatslenters (zoals Bunyan ze noemt) buiten de deur te zetten, en de Heere over ons hart in te roepen, om ons veilig te leiden door Zijn Woord, in het verlenen van Zijn Geest.

De verkeerde eigenliefde brengt ons er toe, onszelven te meten met onszelven. Maar, arglistig is het hart, dodelijk, meer dan enig ding; wie zal het kennen?

Nu vraagt mijn vriend, of dingen, die verder door hem beschreven worden, samen kunnen gaan met genade. Mijn vriend, wat bedoel je met „samengaan"? Al wat uit het geloof niet is, is zonde. Als Paulus klaagt: lk ellendig mens, wie fat mij verlossen uit het lichaam dezes doods? dan blijkt, dat er heel wat , .samen kap gaan" met genade. ' Er is maar één ding, dat niet samen kan gaan, en dat is de zonde tegen de Heilige Geest. Dat weten we allemaal. Maar. in de practijk geloven wij dat toch niet.. Van deze bekeerde man en van die bekeerde vrouw kunnen we niet geloven, dat ze dit of dat zouden kunnen gedaan hebben. Meer nog. Er zijn fhensen, die van zichzelf aannemen, dat ze genade hebben, geconcludeerd uit wat ze in vorige tijden hebben doorleefd, en die daarop gronden, dat ze in deze of gene zaak recht hahdelen, omdat ze bekeerd zijn. En een ander mag ze niet bestraffen, want die Gods volk aanraakt, raakt Gods oogappel aan. Het ziet er ongelukkig voor dezulken uit, dat ze menen een soort onaantastbaarheid te hebben verworven. En het komt voor, dat, als ze beginnen te beseffen, dat het niet helemaal recht was, wat ze deden, ze dan gaan redeneren: Het moet bedekt blijven, want anders wordt Gods naam erom gelasterd. Maar Gods naam wordt er niet om gelasterd, als de zonden bestraft en daarna ook beleden worden Van alle bijbelheifyen is de zonde openbaar geworden. Gods uaaaiu wordt ontheiligd als de zonde niet gedempt wordt. Wij zijn bang voor onze éigen naam. Koning David zal er ook zo lang mogelijk tegen gevochten hebben, na zijn zonde tegen Bathseba en Uria; maar hij is door Gods trouiv en genade niet in zijn zonde gestorven.

Anderzijds is het leven der genade zo teer dat de minste zonde een scheiding/ maakt tussen de Heere en het hart. Zó kan met genade niets bestaan. Er is geen samenstemming van Christus met Belial. Doch mijn brief is vol.

D.V. de volgende maal de rest: Wees hartelijk gegroet,

Je vriend BARUCH.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1947

Daniel | 8 Pagina's

Briefwisseling met mijn jonge vrienden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1947

Daniel | 8 Pagina's