JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Melaatsen genezen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Melaatsen genezen.

4 minuten leestijd

(Matth. 8 : 1—4; Luc. 17 : 11—19),

1. Beschrijving van deze ziekte. 2. Karakter van deze ziekte. 3. "Voorschriften omtrent deze ziekte. 4. Voorbeelden van genezing.

De melaatsheid is een der vreselijkste ziekten, die vooral in het Oosten voorkomt. Er is de zo genaamde knobbelmelaatsheid en de witte of gladde melaatsheid.

Deze ziekte draagt een chronisch karakter, d.w.z. zij is van lange duur.

In de eerste vorm duurt zij gemiddeld negen jaar, in de tweede vorm achttien jaar, eer er aan dit verschrikkelijke lijden een einde komt.

De ziekte ontstaat door de aanwezigheid van giftstof in het bloed.

Het bloed bederft zodat huid en zenuwen schade lijden en in de meeste gevallen verlamming en gevoelloosheid intreden. De ziekte begint met een gevoel van loomheid en neiging tot braken.

Wanneer de ziekte naar buiten uitbreekt, dan vertoont de eerste soort melaatsheid zich in roodachtige vlekken op de huid. Er ontstaan knobbels, die soms openbreken en een stinkend vocht afscheiden.

De spierweefsels worden aangetast, zodat de beenderen worden gezien.

Daarbij komt dat vaak blindheid intreedt zodat we besluiten dat melaatsheid een gevreesde ziekte is.

In de tweede vorm openbaren zich blaren, die later witte littekenen achterlaten. De zieke krijgt het voorkomen van een mummie.

Het'gezichtsvermogen en de smaak verdwijnt. Soms vallen vingers en andere lichaamsdelen af.

Elke ziekte is een gevolg van de zonde. De melaatsheid draagt een meer geestelijk karakter en wijst ons op de smet der zonde en de inwonende verdorvenheid.

De melaatsen waren als levende doden. Het verderf des doods trad al in terwijl ze nog leefden.

Zij werden in de Levitische wet met de doden gelijk gesteld.

Zij werden uit de samenleving uitgebannen. De melaatse werd beschouwd als een van God geslagene, en e«n beeld van wat de zonde in het geestelijk bestaan dea mensen heeft uitgewerkt.

De melaatse was onrein en kon alleen omgang hebben met de onreinen.

Hij moeat zijn klederen scheuren, zijn hoofd ontbloten, zijn kin bewinden en buiten de legerplaats afgezonderd wonen.

Kwam iemand in zijn nabijheid, dan was hij verplicht te waarschuwen en te roepen: onrein.

In de tempel mocht hij ntet komen.

Wanneer genezing intrad, wat echter hoogst zelden plaats vond, moest hij zich aan de Priester vertonen.

Buiten de legerplaats moest hij zich laten reinigen, zijn klederen wassen en zich baden.

Op de zevende dag moest hij dit nogmaals doen, en op de achtste dag de door de Wet bepaalde offers brengen om weer in de gemeenschap des volks te worden opgenomen.

In het Oude Testament komen er verschillende gevallen van melaatsheid voor.

Denk aan Mirjam, Naaman, Gehazi en koning Uzzia. Mirjanj werd melaats als straf voor haar murmureren tegen Mozes.

Na verootmoediging en het gebed van Mozes heeft de Heere haar genezen.

De krijgsoverste van de koning van Syrië, Naaman, werd van zijn melaatsheid ontledigd nadat hij zich, op bevel van Eliza, zevenmaal in de Jordaan gebaad had.

In Matth. 8 : 1—4 leren we van e«n melaatse, die tot de Heere kwam.

De schare wijkt verschrikt uiteen en blijft op een afstand.

De ongelukkige komt naderbij en zegt: Heere, indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. De Heere wordt met innerlijke barmhartigheid bewogen en raakt hem aan.

Als de Reine de onreine aanraakt, gaat er van Hem een genezende werking uit. Op het machtwoord: „Ik wil, wordt gereinigd" wordt deze man gezond.

Het is nodig, dat wij, gezonde mensen, onze innerlijke melaatsheid leren kennen en de toevlucht nemen tot Christus met de bede: „Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel, nu gans melaats, zal rein zijn en genezen".

Een andere geschiedenis vermeldt Luc. 17 : 11—19. Op Zijn doortocht van Jeruzalem naar Galilea ontmoette Hij tien melaatse mannen, die Zijn ontferming inriepen.

Op Zijn bevel moeten zij zich aan de Priester vertonen, welk bevel hun genezing inhoudt. Bij hun gaan naar de Priester bemerken zij dat ze genezen zijn.

Een van hen, een Samaritaan, had behoefte om terug te keren en zijn Redder te danken. De anderen gaan wel in de wettige weg maar hebben geen behoefte aan Christus. Zij hadden wel een wondergeloof maar het ware geloof, dat tot Christus uitdrijft, ontbrak. De Heere spreekt Zijn ongenoegen uit over de ondankbaarheid van de negen.

Wat is het nodig om aan onze melaatsheid te worden ontdekt.

Dan krijgt de nodiging pas waarde: Kom dan, en laat ons samen richten; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.

Bronnen:

G. Wielenga. Wonderen.

Sillevis Smit.

Henry.

Ds. DE BLOOIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1947

Daniel | 8 Pagina's

Melaatsen genezen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1947

Daniel | 8 Pagina's