GEVALLEN IN INDIË
Hij had zo moedig zich op reis begeven, Waar plicht hem riep in 't verre, vreemde land, Maar toen hij zag het laatste streepje strand, Ging diep in 't hart een vreemde roering beven.
Hij dacht aan hen, die zorgvol achterbleven; Hij zag weer 't laatste wuiven van de hand, En in zijn ogen kwam een wond're brand Van tranen — was 't een afscheid voor het leven?
Behoedzaam liep hij door het dichte woud; Met 't stille sluipen was hij al vertrouwd, En wist wel waarvoor hij zich had te hoeden
Eén schot uit 't dichte bladerdak gelost Ontsloeg hem plots'ling van zijn zware post, En onder palmen lag hij te verbloeden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1947
Daniel | 8 Pagina's