Jakob en Laban.
(Gen. 27 : 41—46; Gen. 28—29—30 en 31).
I. Jakobs tocht naar Laban. II. Jakobs verblijf bij Laban. IH. Jakobs vlucht uit het huis van Laban. IV. Jakob door Laban achterhaald.
Jakob is op onreehtvaardigde wijze de zegen deelachtig geworden.
De gevolgen van die zondige daad bleven niet uit. Ezau haat Jakob en wil hem doden.
Rebekka wil dat Jakob vlucht nakr Haran, de woonplaats van haar broeder Laban.
Tegenover Izak gebruikt Rebekka een ander argument.
Ezau had twee Kanaanitische vrouwen genomen en dat is oorzaak om er bij Izak op aan te dringen dat Jakob zal vertrekken naar Haran.
Izak gebiedt nu aan Jakob naar Paddan-Aram te gaan en zich aldaar een vrouw te zoeken. Hij geeft hem een zegen mee in verband met zijn aanstaand huweltfk.
Jakob gaat als een balling eenzaam op reis.
Te Luz verschijnt de Heere aan Jakob in een droom.
Bij het ontwaken noemt Jakob de plaats, waar de Heere hem verschenen is, Bethel = huis Gods.
De Heere bevestigt aan hem Zijn belofte en Jakob verbindt zich aan de Heere door het afleggen van een plechtige gelofte.
Bij de woonplaats van Laban gekomen, zet Jakob zich bij een waterput neder.
BQ de herders die hun khdde laten drinken informeert h\j naar Laban.
Hy verneemt, dat Rachel, Labans dochter met de schapen in aantocht is.
Nadat Rachel Jakob ontmoet heeft gaat zij naar haar vader en vertelt haar wedervaren.
Verheugd gaat nu Laban Jakob tegemoet. Laban is een zelfzuchtig man en wil van Jakob zoveel mogelijk profiteren.
Een volle maand werkt Jakob bij Laban om niet. Daarna sluit hij een overeenkomst dat hij zeven jaren zal dienen om Rachel, de jongste dochter, die schoner was dan Lea, de oudste dochter van Laban.
Wegens het bedrog van Laban wordt de jaarweek herhaald en nu heeft Jakob twee vrouwen, Rachel en Lea.
Nadat • Jakob ook met de twee dienstmaagden was gehuwd, wil hg naar zijn land terugtrekken.
Laban beweegt hem echter te blijven en sluit een overeenkomst dat Jakob voor het gespikkelde en geplekte en bruine vee zal werken.
Herhaalde malen werd Jakob door Laban bedrogen.
Door het verbreken van de huwelijksordinantie, dat één man één vrouw zal hebben, heeft Jakob veel ellende in zijn huwelijksleven ondervonden.
Hoewel Jakobs gedrag niet geheel zuiver is, is de handelwijze van Laban minderwaardig.
God zegende Jakob en geeft hem bevel terug te keren.
Jakob trekt in alle stilte weg met zgn VrouWeh efi kinderen en vee.
Bij Labans thuiskomst ontdekt deze aanstonds de vlucht.
Met plannen van wraak trekt Laban Jakob achterna, vooral ook omdat de terafim gestolen was.
God verschijnt aan Laban en verbiedt hem Jakob kwaad te doen.
De terafim wordt niet gevonden en een verbond van vriendschap wordt gesloten.
Laban is meestal Jakob vijandig gezind geweest.
Ook het Syrische volk, nakomelingen van Laban, heeft de Israëlieten veel kwaad berokkend.
De zonden van Gods kinderen blijven niet ongestraft, hoewel hun ontrouw Gods trouw niet kan vernietigen.
Bronnen:
Henry.
Dachsel.
Sillevis Smit.
Ds. DE BLOIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947
Daniel | 8 Pagina's