JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE Catechismus

5 minuten leestijd

(XXI)

Wat met een ander, die als borg, als plaatsbekleder optreedt, bedoeld wordt, vinden we ook duidelijk verklaard in de brief van Paulus aan Filemon. Onesimus heeft, nadat hg diefstal gepleegd had, zijn heer verlaten. Hij heeft dus twee dingen gedaan, die verkeerd waren. Hij heeft zichzelf aan zijn heer onttrokken, wiens wettig eigendom hij was en van diens goed gestolen.

Onesimus komt op zijn vlucht in Rome onder de prediking van Paulus, die hem tot zegen gesteld wordt. De man, die zich dacht uit «te leven in zijn boosheid, wordt hier het leven der genade deelachtig. Hier wordt de Heere hem te sterk, hij kan niet langer voortleven in de zonde en zit nu met een heilbegerige ziel aan de voeten van Paulus om onderwezen te mogen worden in de weg der zaligheid. Het was de apostel tot vreugde, dat hij de dief en vluchteling had mogen telen in zijn banden. Gaarne had hij Onesimus bij zich willen houden, daar deze hem zeer nuttig was en die nu zijn naam, die Nuttigheid betekent, waardig is. Door de genade Gods wordt een mens, die onnuttelijk de aarde beslaat zeer nuttig in de kerk en in de maatschappij.

Met grote voorzichtigheid en bekwaamheid neemt Paulus het voor Onesimus op als een ander, als een borg, daar' de zonden door hem zijn beleden en verzoend in het bloed van de Heere Jezus. Dat het hart van de weggelopen slaaf, die zich vergrepen had aan het goed van zijn heer, met schuchterheid vervuld was, vanwege de straf, ' die - hij zich had waardig gemaakt, laat zich gemakkelijk begrijpen. Maar met de voorspraak van een ander als borg, gaat hij moedig terug naar zijn heer. Paulus spreekt in de eerste plaats in zijn voorspraak van de goede' verstandhouding tussen hem en Filemon. Hij dankt de Heere voor de genade, die Hij heeft willen verheerlijken in de heer van Onesimus. Prijst de milddadigheid van Filemon in het verkwikken van de ingewanden der heiligen en dient zichzelf daarna aan als een oude man en gevangene van de Heere Jezus, om te pleiten voor zijn geestelijke zoon Onesimus, die hij tot nog toe met wijs beleid achter zich verborgen had gehouden. Het is de bede van de apostel, dat Filemon zijn weggelopen slaaf zal aannemen als een broeder. „En indien gij mij dan houdt voor een metgezel, zo neem hem aan gelijk als mij". Reken mg al de schade toe, die Onesimus u heeft berokkend. Paulus treedt dus in de plaats van de schuldenaar en wil dat de schuldenaar zal gesteld worden in zijn plaats. Zo wordt alles door een ander voor Onesimiw

in orde gebracht. Hij heeft niets te doen als deze brief van borgstelling te overhandigen aan Filemon.

Hier hebben we nu het beeld van een ander die in onze plaats moet treden om aan Gods gerechtigheid te voldoen, opdat wij in Zijn plaats gesteld zouden kunnen worden tot zaligheid.

Dat de Heilige Geest in het hart van een ontdekte zondaar een innige behoefte verwekt aan een ander is ons bekend uit het innerlijke leven van de kamerling. Het was de vraag van zijn hart, of de profeet sprak van zichzelf of van een ander. Hij denkt aan een ander, heeft behoefte aan een ander, daar hij het niet meer in zijn godsdienst kan vinden. Eerst is de heidense godsdienst en daarna de joodse godsdienst hem uit de hand gevallen. Het is een man, die het met zijn godsdienst niet meer kan stellen, die, er mee omgekomen is en dat is noodzakelijk om behoefte te krijgen aan een ander. Wat de kamerling leest trekt hem aan. Het is een dierbaar stuk. Hoor maar: „Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid en gelijk een lam stemmeloos is voor dien, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open. In Zijn vernedering is Zijn oordeel weggenomen en wie zal Zijn geslacht verhalen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen". Hand. 8.

Het gaat hier om het oordeel dat weggenomen wordt en dat trekt de kamerling. Dat wij naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en • eeuwige straffen verdiend hebben ligt ook in zijn hart verklaard. Als vanzelf rijst hier de vraag, zou mijn oordeel door Hem ook weggenomen kunnen worden. Het oordeel, dat mij drukt en waaronder ik gebogen ga. Maar nu is het de vraag of de profeet hier spreekt van zichzelf of van een ander. Spreekt de profeet hier van zichzelf, dan is het een martelaarsgeschiedenis en niet de lijdensgeschiedenis van een borg. Die behoefte heeft aan een ander, heeft behoefte aan een borg. Door Gods nederbuigende goedheid wordt deze arme man een, uitlegger beschikt. De profeet spreekt hier niet van zichzelf, maar van een ander, van een borg en zaligmaker. Nu reist de kamerling zijn weg met blijdschap, daar hij een ander heeft gevonden, die hem in de ruimte stelt, door het oordeel Gods van hem weg te nemen.

In „De Raad van Bileam" door Ds. R. Kok, Uitgave van het Landelijk Verband van Jongelings Verenigingen der Geref. Gemeenten is door de drukker op zeer storende wijze de nieuwe spelling doorgevoerd in het woord Heere, wat in genoemde verhandeling steeds met één e wordt geschreven. Wij wilden in ons blad hierop even wijzen omdat de schrijver in het minst geen schuld heeft. De zaak waarover het dus gaat is ontsnapt aan de aandacht van de corrector.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947

Daniel | 8 Pagina's

ONZE Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947

Daniel | 8 Pagina's