§ 18. DE LEVENSGESCHIEDENIS VAN AUGUSTINUS.
Het is van grote betekenis, dat Augustinus in zijn „Belijdenissen" ons niet alleen zijn levensgeschiedenis voor een groot deel tekent, waardoor w\j nauwkeurig met zijn ervaringen en belevenissen van zijn jeugd tot na zijn bekering op de hoogte zijn, maar vooral ook ons een blik laat slaan in zijn rijke persoonlijkheid, waardoor wij een kijk krijgen op zijn karakter en zielestrijd, voordat hij tot het licht kwam. Die „Belijdenissen" zijn geschreven in de vórm van een gebed, wat aan het stijltalent van Augustinus grote eisen stelde. De taal ervan is rijk en prachtig. Het is de moeite waard, orft dit boek aan te schaffen en er voortdurend eens in te lezen. Eigenlijk behoort het in elke J.V.-bibliotheek thuis! De nieuwste vertaling van Prof. A. Sizoo wordt algemeen als de beste erkend. (Voor hen, die Latijn kunnen lezen, bestaat er ook een uitgave, waarin de Latijnse tekst en de vertaling naast elkaar staan, eveneens van Prof. Sizoo).
Augustinus werd 13 Nov. te Thagaste in Noord-Afrika geboren. Zijn vader, Patricius, was een heiden, maar zijn moeder, Monica, een vrome Christin. Toen hij 16 jaar was, ging hij naar Carthago, om voor rhetor (advocaat of redenaar), te studeren. Ondanks zijn godsdienstige opvoeding ging hij daar volkomen in wereldse genietingen en vermaken op! Op 18-jarige leeftijd had hij reeds een zoon! De moeder van dit kind heeft hij lange tijd bij zich gehad, zonder haar te trouwen, omdat ze van te geringe afkomst en stand was en hem zodoende in zijn loopbaan zou belemmeren.
Uiterlijk trad er met zijn 19e jaar een verandering in. Door het lezen van een geschrift van de Romeinse heiden Cicero, een wijsgeer, werd de begeerte in hem gewekt naar „wijsgerige kennis der waarheid". Van nu af aan was het dan ook met zijn uitbrekende lichtzinnigheid en losbandigheid afgelopen. Nu trachtte h$j bevrediging te vinden in het diepzinnig-schiJnende Manicheïsme. Dit stelsel ontleende zijn naam aan de Perzische „Apostel" Mani, die omstreeks 't jaar 250 leefde. Deze ontwierp een stelsel, waarin elementen uit allerlei godsdiensten werden opgenomen. Hij leefde m-mers in de tijd, waarin er algemeen een streven was/ om alle mogelijke godsdiensten met elkaar te verbroederen, zoals we indertijd besproken hebben! Welnu, ook dit stelsel draagt daarvan het stempel. De hootdkenmerken zijn:
1. een grof dualisme, d.w.z.: in het stelsel staan 2 elementen scherp tegenover elkaar; in dit geval „licht" en duisternis". Uit het licht is het goede geboren en zoo oök de menselijke geest. De duisternis bracht het kwade voort en zo ook ons lichaam. Nu moet het goede (de geest) het kwade, (het lichaam), overwinnen en om dat te bereiken, heeft dit stelsel
2. een strenge zedeleer: Door voortdurende en straffe onthouding van allerlei geoorloofd genot en door vreselijke kastijdingen moet de geest het lichaam aan zich onderwerpen.
Toen Augustinus met dit stelsel in aanraking kwam, beleefde het juist de periode van haar grootste bloei. Het was een gevaarlijke mededingster voor de kerk, ondanks het feit, dat de Christelijke keizers het tot verboden godsdienst hadden verklaard.
Monica was diep bedroefd over haar kind, dat voor de kerk geheel verloren scheen. Maar in een droom en door middel van een bisschop werd haar hoop op God verlevendigd.
In 383 ging Augustinus naar Rome, nadat zijn vertrouwen in het Manicheïsme een geduchte knak gekregen had, toen een van de voormannen van dit stelsel geen afdoende oplossing bleek te kunnen geven voor de vele vraagstukken, waarmee Augustinus rondliep.
Te Rome verviel hij in twijfelzucht, pe twijfel aan het vinden van de waarheid leek hem voorlopig de hoogste wijsheid. Door felle koortsen werd h\j weldra te bed geworpen, maar de Doop begeerde hij niet! De kerk beleed immers, volgens Gods Woord, juist in de Doop, dat God merts geworden was! En dat was belachelijk en de grootste dwaasheid!
In 384 nam hij, ook al uit geldnood, de benoeming tot rhetor aan in Milaan. Daar maakte hij kennis met Ambrosius, wiens prediking hij nu ging beluisteren, aanvankelijk om zijn schone vorm en stijl alléén, hoewel ook wel iets van de inhoud tot zrjn hongerende ziel doordrong.
Eerst trachtte hij in het Nieuw-Platonisme nog zijn heil te vinden. Volgens dit stelsel smacht de ziel, die van Goddelijke oorsprong is, in het lichaam, als in een kerker, om terug te keren naar haar oorsprong: de Godheid! Door askese en aanhoudende beschouwing der dingen in hun wezen, moest men langzamerhand tot
vervoering en verrukking geraken, om zo de aanraking mee de Godheid te beleven en met die Godheid te versmelten, één te worden. Hier vinden we dus het stelsel van Origenes in zijn oorspronkelijke, heidense yorm!
Nu-is er in dit stelsel sprake van een goddelijkworden van de mens. Augustinus begreep wel als diep denker, maar ook als iemand, die iets van de ellende van zijn hart begon te zien, dat dit goddelijk-worden niet mogelijk was, indien God daartoe niet eerst in de menselijke ellende neerdaalde. Zo bracht het Nieuw-Platonisme hem als 't ware met geweld terug naar de „dwaasheid" van het lang versmade Woord Gods!! Een heftige strijd volgde nu! Hij kon zijn zondeleven niet verlaten, hij wilde met de wereld niet breken. In uiterste benauwdheid vlucht hij in zijn tuin en hoort daar een kinderstemmetje zingen: Neem, lees; neem, lees". Dan snelt hij naar zijn kamer, slaat zijn Bijbel op Rom. 13 : 13 en 14 open en leest daar: Niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; maar doet aan de Heere Jezus Christus en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden. — Dit op hém zo toepasselijke Schriftwoord, — (en dat is een kenmerk van het werk des Geestes!) beslecht de strijd. Hij trekt zich met enkele vrienden terug op een landgoed, ter voorbereiding voor zijn Doop, die Pasen 387 aan hem en zijn zoon, Adeodatus, (Van-God-gegeven, ) bediend wordt. Monica, die indertijd haar zoon is nagereisd, is zielsverheugd. Haar gebeden zijn verhoord, haar tranen In Gcds flessen bewaard! Samen gaan zij nu op reis naar Afrika, maar onderweg, in Rome's havenstad Ostia, sterft Monica. Haar werk is af! Augustinus blijft nu nog een jaar te Rome, daarna nog enkele jaren op een landgoed te Thagaste, zrjn geboorteplaats, waar zijn zoon weldra sterft.
Lang wordt Augustinus niet met rust gelaten. De gemeente van Hippo Kegius kiest hem tot presbyter. Na 4 jaren, in 395, wordt hij er bisschop.
Daar, in dat onaanzienlijke stadje, in een uithoek des Rijks, blijft hij tot zijn dood. Maar door prediking, briefwisseling en invloed op Synodes groeit hij weldra uit tot de gezaghebbende, algemeen erkende leider der Westerse kerk. In 430, terwijl de stad door de Vandalen belegerd wordt, sterft hij, uitgeput door arbeid en ouderdom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947
Daniel | 8 Pagina's