JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

A. K. te R. schrijft: Een dezer dagen sprak ik met iemand over de gelukzaligheid in de hemel. Deze persoon zei toen, dat de zielen in de hemel niets afweten van de mensen hier op aarde. Als bewijs haalde hij aan Jes. 63:16.

Daar ik het niet zeker wist wilde ik er niet tegen ingaan. Maar er is toch blijdschap in de hemel over een zondaar , die zich bekeert enz.?

Heeft deze man gelijk?

Antwoord: Het komt mij voor, dat die man gelijk heeft.

Als ge de verklaring bij Jes. 63 : 16 opslaat zult u kunnen lezen, dat Abraham en Israël ons niet kunnen helpen, omdat zij die macht niet hebben. Zij zijn reeds lang dood en weten van ons niet en kennen 'ons niet. Zij weten niet hoe onze toestand is en welke onze behoeften zijn en daarom kennen zij ook de middelen niet om ons enige vriendelijkheid te bewijzen.

In Job 14 : 21 lezen we: Zijn kinderen komen tot eer en hij weet het niet, wat naar de verklaring van Matth. Henry betekent: Hoe weinig belang stelt hij in de zaken van zijn familie, die hem eens zo na aan het hart lagen. Hij gaat.heen naar die wereld, waar hij een volkomen vreemdeling zal wezen voor al die dingen, waarvan hij hier zo vervuld was."

Als u de tekst aanhaalt over de blijdschap in de hemel, wanneer epn zondaar tot bekering komt, dan ziet dit op de blijdschap der engelen. Daarom staat in Luk. 15 : 10: Alzo zeg Ik ulieden is er blijdschap voor de engelen Gods, over één zondaar, die zich bekeert."

Het heeft de Heere beliefd om engelen in kennis te stellen van de zaligheid van Zijn volk. De goede engelen zullen verblijd zijn als aan een zondaar genade wordt bewezen.

Zeer gaarne worden zij na hun bekering gedienstige geesten, hun ten goede,

De verlQsgjng der uitverkorenen was oorzaak van blijdschap voor de Engelen want zij zongen in Efratha's velden: „Ere zij God in de hoogste hemelen."

Uit het een en ander boven aangehaalde, bemerkt u wel, dat de gezaligden in de hemel geen wetenschap hebben over het lot van hun achtergelaten betrekkingen.

Hoe zouden zij zalig kunnen zijn, als zij de moeite, ellende en verdriet kenden van hun eertijds geliefden.

Neen, als een kind Gods sterft laat hij alles achter wat stof is. Eeuwige vreugde zal op zijn hoofd wezen. Treuring en zuchting zullen wegvlieden.

T. de W. te M. vraagt: „Is er een Scheppingsmiddelaar, zoals in No. 2 van „Daniël" (Gew. Gesch.) staat? Wilt u dat eens nader uiteenzetten?

Antwoord: U begrijpt wel, dat het woord „Middelaar" in Scheppingsmiddelaar in een andere betekenis voorkomt als in Verzoeningsmiddelaar.

In het laatste geval ziet het op een persoon, die tussen twee partijen instaat en die bij elkaar brengt.

Die Persoon is de Heere Jezus Christus, Die in Zijn lijdelijke gehoorzaamheid de schuld heeft betaald en in Zijn dadelijke gehoorzaamheid de wet heeft volbracht, waardoor Hij vloek-en doemwaardige zondaren in de gemeenschap Gods heeft teruggebracht.

Als we spreken van Scheppingsmiddelaar, dan wordt daarmee bedoeld, dat niets geschapen is zonder Hem.

Psalm 33 zegt: Door het Woord des Heeren zijn de hemelen gemaakt". Joh. 1 : 3 leert: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

De apostel Paulus zegt het zo duidelijk in Kolossensen 1: „Dewelke het Beeld is des onzienlijke Gods; de Eerstgeborene aller kreaturen, want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.

A. K. te R. vraagt: In welke tijd is Dordrecht ontstaan ?

Antwoord: Groen van Prinsterer zegt in zijn handboek, bladzijde 41, le deel, dat Dordrecht, de oudste stad, in de 11e eeuw gebouwd werd door Dirk III (gest. 1039). - Het stond, wegens de aldaar gevestigde tol, aan de vijandelijkheden der naburen ten doel.

De tegenwoordige geschiedkundigen zeggen, dat Dordrecht tot stad is verheven in 1220.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1947

Daniel | 8 Pagina's