JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

6. Kleding en sieraden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

6. Kleding en sieraden.

4 minuten leestijd

Het is m\jn lezers bekend, dat de gevallen mens zich met vijgebladeren bedekte.

Maar God gaf in Zijn ontfermende genade hem een betere bedekking en toog hem „rokken van vellen" aan. Hierbij is het niet gebleven. Bij Israël vinden we linnen, wollen en katoenen stoffen gebruikt.

De gewone kleding bestond allereerst uit een linnen onderkleed of lijfrok. (Matth. 5 : 40).

Zo'n rok had waarschijnlijk de vorm van een hemd zonder mouwen en reikte tot beneden de knieën. • Bij dit kledingstuk behoorde de gordel.

Deze gaf de welstand van de drager aan. Hij was vervaardigd van leer, ook wel van linnen en vaak versierd met goud, zilver en juwelen.

Hij diende tot berging van geld en kostbaarheden; de krijgsman bevestigde er zijn zwaard aan, de schrijver zijn schrijftuig. (Matth. 10 : 9; Richt 3 ; 16; Ez. 9 : 2).

Koning Eglon behoefde dus niet direct aan een aanslag te denken; te meer omdat het zwaard bij Ehud aan de rechterzijde zat.

De ruimte in de lijfrok boven de gordel heette de „boezem" en werd ook gebruikt tot berging van allerlei dingen. Men leze 2 Kon. 4 : 39; Hagg. 2 : 13. Over de lijfrok droeg men het opperkleed, d.i. de mantel. Veelal was deze van kemels-of geitenhaar vervaardigd, soms zwart en bruin en wit gestreept.

Ook de mantel hing tot over de knieën en was zo genaaid j dat er voor de armen en ook aan de voorzijde een opening bleef.

Men herinnere zich de fraaie mantel, die de Heere Jezus droeg en bijzonder wordt vermeld.

Legde iemand de mantel af b.v. bij de arbeid, zo heette hij „naakt" (Joh. 21 : 7).

Petrus stond dus in zijn onderkleed te werken en sloeg haastig het opperkleed om.

Aan de priesters schreef God het dragen van linnen onderbroeken voor (Ex. 28:42).

Op het hoofd droeg men een doek, door middel van een wollen band vastgehouden of een ineengedraaide doek: de tulband.

Als de vrouwen in 't openbaar verschenen droegen zij steeds de sluier. (Gen. 24 : 65).

Dé voeten waren geschoeid met houten of lederen sandalen, door middel van riemen vastgemaakt.

Kwam men in een heilige plaats, of betrad men .de woning, ook "bij rouw, zo legde men ze af. (Ex. 3:5; 2 Sam. 15 : 30).

Het ontbinden van de schoenriemen der gasten was, zoals men weet, het werk van de minste slaven.

Johannes de Dooper verne'derde zich dus wel zeer, toen hij zei, dat hij niet waardig was de riem van Christus' schoenen te ontbinden (Markus 1:7). De schoen komt in de Heilige Schrift dikwijls als zinnebeeld voor. Maar in dat geval ontleent hij zijn betekenis aan de , voet. die er bijhoort. Deze is een teken van macht; van inbezitneming. (Ps. 60 : 10; 108 : 10). Men leze ook de geschiedenis van Ruth.

Wat de sieraden betreft, die van de man waren zegelring, snoer en staf.

De zegelring werd gedragen aan een snoer om de hals of aan een vinger van de rechterhand (Gen. 38 : 18; Jer. 22:24).

Ook de baard was een sieraad van de man. De mannen droegen deze lang.

Ook nu nog is belediging van dit tooisel een zeer erge belediging. (Vg. 2 Sam. 4 : 10).

Bekend Is de lange haartooi der Nazireërs. Men beschouwt deze wel als een kroon. Tatoueren was door God verboden (Lev. 19 : 28).

Baard, haar en aangezicht werden wel gezalfd. De sieraden der vrouwen waren natuurlijk zeer vele. Men leest van oorringen, ; neusringen (de Staten-Vertaling noemt deze „voorhoofdsierselen"), arm-en enkelringen, halskettingen, voetketentjes, die de enkelringen verbonden en zo dwongen trippelpasjes te maken'. (Gen. 21 : « 22; Jés. 3 : 16).

Verder ontbrak hët niet aan blanketsel, reukwaters en zalven.

Oogleden. en wenkbrauwen werden wel met zwart poeder (b.v. gebrand tarwemeel) bestreken, om de ogen groter te doen schijnen. Geen wonder, dat de profeten menigmaal moesten toornen tegen de overdadige weeldc/in kleding, sieraden en woningbouw, zodat 's Heeren huis maar al te veel vergeten werd. Men leze maar eens Jes. 3 : 18—24; Hagg. 1 : 4.

Wij willen in dit verband nog wijzen op het bezoek der warme bronnen van Tiberias en elders; echter niet voor de Romeinse tijd. Zeker, er zat ook wel geneeskracht in die wateren. Maar dat het alleen zieken waren, die er kwamen, kan ik niet aannemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947

Daniel | 8 Pagina's

6. Kleding en sieraden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947

Daniel | 8 Pagina's