JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

In nr. 6 en 7 van deze jaargang wordt beide gesproken van § 15. malen

Voor nr. 6 moet dat zijn § 15A en voor nr. 7 § 15B.

§ 17. DE OPBLOEI DER WESTERSE THEOLOGIE.

Sinds Cyprianus had de westerse kerk geen grote kerkvader meer opgeleverd. Maar tegen 't einde van de 4e eeuw werd dat geheel anders. Toen beleefde de kerk in het westen een periode van grote bloei. Voornamelijk Ambrosius, Hieronymus en Augustinus hebben, ieder op hun eigen terrein en alle drie gemeenschappelijk, de kerk in het westen de weg aangewezen, langs welke zij zich zou gaan ontwikkelen.

Deze opleving vond haar oorzaak in 't feit, dat verschillende bisschoppen uit het oosten, die om hun anti-Ariaanse gezindheid naar het westen verbannen waren, , daar de bestudering van theologische vraagstukken hebben aangewakkerd. En vooral ook het monnikenwezen, dat na 370 in 't westen ingang vond, heeft daartoe veel bijgedragen.

Onmiddellijk bleek echter het grote verschil in geaardheid tussen oosten en westen óók in de beoefening der theologie. De oosterse kerk, bespiegelend en beschouwend als ze was, voelde zich meer aangetrokken tot de bovennatuurlijke, bovenzinnelijke vraagstukken van de Drieëenheid, de Godheid des Zoons en de vereniging der beide naturen in Christus. Maar het westen was practischer en nuchterder; daar kwamen de leerstukken aangaande de mens en zijn verlossing tot ontwikkeling.

Een van de eerste vertegenwoordigers van deze nieuwe westerse theologie was Ambrosius (340—397). In 373 werd hij stadhouder van Boven-Italië met als residentie Milaan. Daar maakte hij zich verdienstelijk door zijn optreden tegen heidenen en Arianen, zijn propaganda voor het kloosterwezen, zijn prediking (want ook leken mochten preken!) en zijn verbetering van het kerkgezang. Toen de Ariaanse bisschop dan ook stierf, werd Ambrosius door het volk tot zijn opvolger gekozen. Ambrosius, die nog ongedoopt was, wilde aanvankelijk daaraan geen gehoor geven, maar zwichtte tenslotte voor de druk, die het volk op hem uitoefende en liet zich een week na zijn Doop tot bisschop wijden. Hij is ook van betekenis geweest wegens zijn omschrijving van de verhouding van kerk en staat. Hij schreef daarover het volgende: „De eenheid Gods en van het Romeinse rijk eist tevens eenheid in de dienst van God. De kerk is de vooruitgang van de wereldgeschiedenis van duisternis tot licht. Het is noodzakelijk, dat in geloofszaken de bisschoppen geraadpleegd worden, maar dan moet de staat hun uitspraken ook in practrjk brengen. De kerk behoort niet aan de keizer, maar aan de Heere."

Daar het volk hem op de handen droeg, dorst niemand hem te weerstreven. Zo onderwierp keizer Theodosius zich aan de kerkelijke boete, die Ambrosius hem had opgelegd, toen hij vele Thessalonicenzen had omgebracht. Op theologisch gebied is zijn invloed wèl groot geweest, maar hij kon in de schaduw van Augustinus niet staan. Een vaste lijn trok hij niet. Hij sloot zich vooral aan bij Origenes en bij Basilius de Grote, die wij reeds kennen uit de Ariaanse strijd. Oorspronkelijke ideeën had hij niet. Enerzijds kon hij zijn westerse af-Ifomst niet verloochenen en hield hij vast aan de gebondenheid van 's mensen wil, zoals Tertullianus, maar anderzijds leerde hij wilsvrijheid, evenals Origenes. Evenzo gaat het met de erfschuld, die hij soms uitdrukkelijk stelt, maar een andermaal weer krachteloos maakt door te leren, dat wij uitsluitend om onze dadelijke zonden worden gestraft.

Zijn meest bekende werk is: „Het ambt der dienaren", een christelijke zedeleer of Ethiek.

Hierónymus werd in 340 in Dalmatië, (d.i. ± 't tegenwoordige Albanië) < geboren. Zijn jeugd bracht hij door in Rome, waar hij de wereld volop diende, hoewel hij krachtens geboorte Christen was. Na zijn doop maakte hij een reis door Gallië en langs de Rtjn en vatte toen liefde voor de askese op. Hij trok naar 't oosten in 372. Daar had hij een droom, waarin hij zich geplaatst zag voor Gods rechterstoel. Hem werd gevraagd: „Wie zijt gij? " waarop hij antwoordde: „Een Christen". Daarop klonk hem het vreselijke antwoord in de oren: „Gij liegt, want gij volgt niet Christus, maar Cicero na!" Dit is wel de aanleiding geweest tot een zich steeds meer wijden aan het asketische leven, waartoe hij ook kluizenaar werd. In 379 werd hij presbyter te Antiochië, zonder dat hij als zodanig dienst deed. Later vinden we hem in Constantinopel bij Gregorius van Nazianze. Vandaar ging hij naar Rome, waar hij bleef van 382—385. Toen zijn hoop, dat hij opvolger van bisschop Damasus van Rome zou worden, / ijdel bleek, trok hij voorgoed naar 't oosten waar hij in Bethlehem een klooster stichtte en in 420 tijdens 't ontvangen van het H. Avondmaal stierf.

Hierónymus was zeer geleerd, maar had 'n onaangenaam karakter. Hij was erg ijdel en eerzuchtig. Zijn betekenis is vooral groot om zijn Bijbelvertaling in 't Latijn, de zgn. Vulgata (= de algemeen verbreide (vertaling). Hij trad ook op tegen allerlei dwalingen, o.a. tegen Pelagius en anderen, die hij in zijn geschriften scherp aanviel. Daardoor had hij grote invloed. Vooral heeft hij sterk het kloosterwezen bepleit.

Maar verreweg de grootste figuur uit dece periode is Augustinus. Deze grote denker heeft zijn stempel op de westerse kerk gedrukt. De Roomse kerk heeft nog in do 18e en 19e eeuw moeten vechten tegen zijn genadeleer, die in lijnrechte strijd is met het Roomse stelsel. De Reformatoren hebben op Augustinus teruggegrepen en zo ondergaan wij tot op de dag van heden nog in grote mate zijn invloed.

Zijn optreden betekende een keerpunt in de gang der westerse kerk. Hij heeft haar veroordeeld in haar eigengerechtigheid en teruggewezen naar Gods Woord. De Roomse kerk heeft niet geluisterd. Wèl kon zij een uiterlijk aanvaarden niet ontlopen; daarvoor was zijn beroep op de Schrift è.1 te dringend en te beslist. Maar innerlijk handhaafde zii haar oude standpunt van de verdienstelijkheid der goede werken.

Aan de persoon van Augustinus zullen we meer dan gewone aandacht moeten besteden. Daartoe zullen we in de volgende paragrafen uitvoerig bij hem stilstaan en zijn betekenis voor de kerk van zijn dagen en voor die van later jaren trachten in 't licht te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947

Daniel | 8 Pagina's