GODS OOG.
„Want de Heere heeft een oog over de mens, gelijk over al de stammen Israëls". Zach. 9 : lb.
De profeet Zaeharia spreekt ITier door Gods Geest tot troost van Gods verdrukte volk, in het midden der vijanden.
Hij spreekt van Gods oog. God heeft een oog over de mens, dat is te zeggen, Zijn alwetendheid. Dus Zijn zorg en Zijn bescherming omtrent Zyn volk tegenover de vijanden.
Dit is een grote troost voor elk mens, die al zijn zorgen en zaken in God kwyt raakt. De kanttekening zegt: de Heere is een oog, dat is de Heere heeft een oog over alle andere mensen, in welk land die ook zijn, zowel als over de Joden. En versta hier, door het oog des Heeren, Zijn voorzienigheid, dat is de overaltegenwoordige kracht des Heeren, waardoor Hij de hemel en de aarde regeert, met alles wat daar in is. God vertroost Zijn volk in het midden der vijanden. Hij is Koning over al de volkeren^ maar Koning bijzonder in Christus over de Kerke Gods. Hij regeert alle dingen.
De toorn en last zal zijn over Damascus, doch Zijn liefde-oog over Zijn volk. Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn, dat is: Ik zal zorg voor u dragen. Gods voorzienigheid is niet alleen bepaald tot de Kerk, maar ook over de gehele wereld. Ziet daar over: Zondag 10, Art. 13 N.G.B. en vraagboekje van Hellebroek, ook Psalm 33.
O, jongemannen en jongelingen, Gods oog is ook over u in Ned. Indië* of op zee, of waar ter wereld. Gods alwetendheid gaat omtrent, alle dingen, over goede en kwade, Gods oog ziet u overal en altjjd. Dit is tot schrik en tot vreze en waarschuwing van hen, die in zondige, ijdele wegen wandelen.
Dit ia tot bemoediging voor degenen, die in de wegen des Heeren wandelen. De ogen van je ouders, leraars, ambtsdragers, vrouwen of verloofden zien jullie niet, en jullie ogen zien ons niet, maar Gods oog is op u en ons altijd geslagen.
O, dat altijd op ons geslagen oog van God. Och, dat uw en onze ogen dan altijd op God geslagen mochten zijn, om alle nooddruft van Hem in Christus te erlangen. 'k Sla d' ogen naar het gebergte heen, vanwaar ik dag en nacht, enz. Ja nog eens: Ik hef tot U, Die in de hemel zit, mijn ogen op en bid, enz.
Onze ogen moeten geopend worden. Wij zijn voor alles geestelijk blind. Blind voor God en Zijn gemeenschap en dienst. Doch als onze ogen geopend worden, zien we wie God is en wie wij zijn. Nieuwe ogen zien door de bril des geloofs de dingen anders dan voorheen. De blindgeborene zegt: en ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.' Lees aandachtig Johannes 9. Het Woord des Heeren, in de hand des Geestes, verlicht ons oog in alle zaken, die nodig zgn. En dat Uw Geest mij ware wijsheid leer^ mijn oog-verlicht, d? nevels op doe klaren, enz. Zie Psalm 146 : 6 berijmd. Des Heeren oog is op alle mensen geslagen, als op alle stammen Israëls.
Dit geeft te kennen, God ziet ons overal en altijd. D«s in alle plaatsen, bij nacht en dag. Hjj ziet ons in Nederland en op zee. Hij ziet ons ook in Batavia, Soerabaja, Medan, Padang en overal.
Bedenk dan steeds, Zijn oog is altijd geslagen op de mens. Eerst overtuigend en ontdekkend, later in de verlossing vertroostend. Het verloste en gekochte volk mag zeggen: O, God zijn Uw ogen op mij in Christus, mijn ogen zijn nu ook op U geslagen.
Milde handen en vriendelijke ogen, zijn bij U van eeuwigheid. En Gods kinderen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid. En de ogen die zien, zullen niet terug zien. O, went u maar steeds in dit vreemde land tot God, Hij kan u helpen, bewaren, verlossen en zaligen. Hij kan u ook behouden thuis brengen.
Hij geve dan ons allen, dat onze ogen maar naar de hemel mochten geslagen zijn om alle hulp te verwachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947
Daniel | 8 Pagina's