HET HUWELIJK
8.
Het aangaan der verloving (I).
Al te weinig letten wij op de voorzienigheid Gods. Hoe schijnbaar toevallig kunnen mensen elkaar ontmoeten. Het hangt van onze zijde gezien, soms af van een samenloop van allerlei onberekenbare omstandigheden. Het is soms de kwestie van een enkel minuut, dat het levenspad van twee mensen elkaar kruist. Schijnbaar zien ze elkaar voor het eerst en meteen ook voor het laatst. Het lijkt misschien voor sommigen een gemakkelijke zaak om te geloven, dat tijd en toeval aan alle mensen wedervaart; dat • onze gehele levensgang bestuurd wordt door Gods hand. Wat wanbegrippen doen zich hier op. Wij moeten volstrekt niet menen, dat wij 't Godsbestuur kunnen doorgronden, begrijpen, uitleggen. Dit is een geloofsstuk. Maar niet minder is het een zaak van gebed en lijdzame betrachting. En, als we eens een klein stukske der zaken zien, dan moeten wij dit beleid Gods aanbidden.
De rechte beschouwing dezer Goddelijke voorzienigheid maakt ons niet werkeloos. Wij kunnen er met onze verantwoordelijkheid niet achter schuil gaan. Lijdzaamheid is geen lijdelijkheid-Nauwelijks is er voor de prak-
tijk der godzaligheid een schadelijker weg denkbaar, dan die van een scheefgetrokken beschouwing van de voorzienigheid en het souvereine bestel Gods. Deze wordt ons niet geleerd om ons zorgeloos te maken; om de weg der middelen te verwaarlozen; om in doffe lijdelijkheid neer te zitten. Dat leert ons de Schrift anders. „Al wat God doet is welgedaan, er is niet toe te doen en er is niet af te doen, en Hij doet dat, opdat wU vrezen zouden voor Zijn aangezicht." Heel ons leven zullen wij de oefening van dat stuk niet te boven komen. Ongelukkig zijn wij, als wij maar doorgaan, rokende aan onze eigen wijsheid, middelen te baat nemende, die niet overeen komen met Gods wet; zonder gedurig eens stil te staan en onze weg ootmoedig in Gods hand te stellen. „Leer mij, Heere, \ Uw weg, cn ik zal (neen, niet: stilzitten, maar) in TTw waarheid wandelen". Wandelen is het betreden voor een voor ons gemoed effen weg. Zo gaat het ook met betrekking tot de voorzienigheid Gods in het beleid der huwelijken. Die voorzienigheid is vaak voor ons wonderbaar en ondoorgrondelijk. Door Gods verborgen hand worden jonge mensen tot elkaar geleid. Soms menen we er iets van te bespeuren en de uitkomst leert, dat de weg anders ligt. Achteraf wordt het nog het beste verstaan. De uitkomst leert ons het beste de vervulling van Gods raad.
Er gaat een stille genegenheid groeien. In het ene geval spontaan, in een ander geval zeer geleidelijk. Maar tenslotte moet het toch tot een wederzijdse verklaring komen. Niet alleen de wijze hoe, maar ook de tijd waarop zulks geschied is naar Gods bepaalde raad en voorkennis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1947
Daniel | 8 Pagina's