HET HUWELIJK
7.
De eerste kennismaking (II).
Het is middelijkerwijs van zeer groot belang hoe en waar jonge mensen elkaar zoeken. Wij willen hier een gedachte van Ds. J. v. Lodensteyn weergeven. Misschien zullen sommigen zich daarover verwonderen. Toch heeft deze godzalige dienstknecht des Heeren, die zelf nimmer gehuwd is geweest, daarmede een goede weg aangewezen, mits men het in' een gezonde zin vat. Hij toch achtte het, als jonge mensen verkering zochten, noodzakelijk, dat ze elkaar voldoende kenden. Dat zulke verbindtenissen maar niet na al te oppervlakkige kennismaking tot stand kwamen. En daartoe beval hij aan, dat ze de gezelschappen zouden bezoeken. Bijeenkomsten dus, waar men vrijelijk met elkaar sprak over zijn geestelijke noden en over de dienst des Heeren. Daar toch, zo betoogde hij, leert men elkaar kennen. Kennen vooral ook in geestelijk opzicht.' Hij wilde dus, dat jonge mensen maar niet alleen uiterlijk en in het dagelijkse leven elkaar zouden kennen, maar ook ten aanzien van hun gedachten in geestelijke zaken. Een zeer juiste gedachte. Laat ons deze gedachte maar in de ruimste zin overnemen. Jonge mensen moeten zich op diƩ plaatsen begeven, waar ze behoren te zijn. Daar ontmoeten ze gelijkgezinden. Hier wordt aan het algemeen gevaar ontkomen van zich straks te verbinden aan dezulken, die vreemd zijn van de dienst des Heeren. Mag men aan velen, als men bemerkt .met wie ze omgang zoeken, niet toevoegen met de ouders van Simson: s er geen vrouw onder de dochteren uwer broederen en onder al mijn volk, dat gij heengaat om een vrouw te nemen van de Filistijnen, die onbesnedenen? (Richt. 14 : 3).
Jonge mensen, de eerste kennismaking is soms beslissend. Gaat niet op plaatsen, waar ge niet hoort.
Ten aanzien van de gedachte van Lodensteyn mogen wij wel de klacht opheffen: Waar zijn de gezelschappen in onze dagen? En zo ze er zijn, heeft veelal de gedachte niet postgevat, dat daar geen plaats is voor de jonge mensen; voor onze kinderen? Het lijkt wel of men daar niet mag komen, zonder eerst zelf een bepaald geestelijk gewicht te hebben bekomen. Tekent Het niet het droef verval van onze dagen, dat wij onze kinderen in geestelijk opzicht (en waarlijk niet alleen in geestelijk opzicht) maar aan hun lot overlaten? Weten ouders wel waar hun kinderen vertoeven? Tot ernst, tpt vreze Gods mogen onze jonge mensen wel worden opgewekt. Ze staan op de tweesprong des levens bij hun huwelijkskeuze. Laten ze toch niet wanen - en hoe dikwijls wordt het niet uitgesproken - wij zijn wijs en sterk genoeg om een rechte gang te gaan.
Hoeveel treffelijker was de praktijk vSn Isaak. Ook in zijn hart en leven was een ledige plaats; vooral na de dood van zijn moeder Sara. Hij ging uit in het veld om te bidden. Ongetwijfeld heeft hem ook deze nood, welke hem een nooddruft was, voor Gods aangezicht gebracht. Neen, wij kunnen er zeker van zijn, hij deed het die avond, na volbrachte dagtaak, niet voor het eerst. Maar nu, nu komt de vervulling tijdens zijn gebed. De kemelen naderen en dragen Rebekka tot hem. Hij ontvangt ze als een geschenk uit 's Heeren hand.
Wij zouden willen aanbevelen voor onze jonge mensen het lezen van het boek van L. v. Renesse getiteld , , De heilige voorzienigheid Gods in 't beleid der huwelijken".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1947
Daniel | 8 Pagina's