JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandsche Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandsche Geschiedenis

5 minuten leestijd

2. Holland en Vlaanderen.

In mijn vorig artikel schetste ik het begin van de strijd der Hollandse graven tegen hun leenheren. Het is er niet bij gebleven. Zo poogden in de 12e eeuw de keizers het recht op de tollen onzer grote rivieren te doen gelden. En in 1300 trachtte keizer Albrecht het graafschap Holland aan het Henegouwse huis te ont-. rukken. Het mocht niet baten. Toen hij Jan II, de eerste graaf van dat huis, voor zijn rechterstoel te Nijmegen daagde, kwam de leenman met een grote vloot de Waal opvaren. En de leenheer nam de wijk!

Ook over de eeuwenlange strijd met Vlaanderen wil ik een en ander meedelen. Deze strijd liep over Zeeland d.w.z. het land tussen de Bornisse (bij Geervliet) en Hedonsee (ten N. v. Cadzand.); in hoofdzaak over de vruchtbare eilanden Walcheren, de Bevelanden, Wolfaartsdijk en Borsselen (= Zeeland bewester Schelde).

Vlaanderen was nl.. voor 't grootste deel een leen van Frankrijk; dit heette Kroon-Vlaanderen. Een kleiner deel heette Rijks-Vlaanderen en was dus een leen van de Duitse keizer. Hiertoe behoorde o.m. genoemd Z. bewester Scheld; alzo het land tussen Honte en Ooster Schelde.

Nu had k. Hendrik II dit Z.b.S. aan Boudewijn IV van Vlaanderen in leen gegeven. Maar Schouwen en de noordelijke eilanden tot aan de Bornisse behoorden weer aan de Hollandse graaf.

Omdat de Vlaamse graven reeds sedert de 10e eeuw bezittingen op Schouwen hadden, was het te voorzien, dat zij ook op het verder gebied rechten zouden doen gelden. Aanvankelijk ging het tussen de buren vrij goed. Maar onder Floris III van Holland (1161—1191) liep het mis. Deze had n-l van de toenmalige Vlaamse graaf, Filips van Vlaanderen, Z.b.S. in achterleen gekregen. Maar wat doet Floris? Hij gaat van de Vlaamse kooplieden bij Geervliet tol heffen. En dit gaf aanleiding tot oorlogen. Een paar andere buren wisten er een eind aan te maken. Bij het verdrag van Hedensee in 1167 (1168? ) werd Z.b.S. een soort „condominium" d.w.z. een gemeenschappelijk bezit. Het bleef een achterleen van Holland, maar de inkomsten werden gelijkelijk verdeeld. In gevallen van roof was er gemeenschappelijke rechtspraak; de Vlaamse kooplieden waren vrij van tollen; geen van beide graven mocht versterkingen aanleggen.

Zetel van het hoogste rechtscollege was Brugge. Pas in 1323 kon Willem III zich graaf van Holland en Zeeland noemen.

3. Holland en Utrecht.

Reeds zagen we, dat het ook tussen deze twee niet altijd boterde. De Hollandse graven (evenals de Gelderse) hebben er dan ook altijd naar gestreefd hun invloed in het bisdom te doen gelden en z.m. grenscorrecties, natuurlijk ten eigen bate, aan te brengen.

Een paar voorvallen tijdens de regering van het Holl. huis mogen de strijd typeren.

Van 1139—1158 regeerde over Utrecht bs. Herbert. Hij geraakte in oorlog met graaf Otto van Reineck en Bentheim. Deze viel in Twente maar werd door bs. Herbert bij Ootmarsum verslagen en krijgsgevangen gemaakt. Direct snelde gr. Dirk VI v. Holland toe, om gr. Otto, zijn zwager, te bevrijden. Hij sloeg het beleg om Utrecht.

Dag en uur werden vastgesteld, waarop de beslissende slag tussen Holland en Utrecht, zou gestreden worden. Maar inplaats van een leger zag Dirk de bisschop zelf naderen, omstuwd door zijn geestelijken allen in pontificaal; de bisschop natuurlijk gereed om de ban over Dirk uit te spreken. Deze poetste maar gauw de plaat! Otto werd echter vrijgelaten.

Een tweede geval.

De bovengenoemde Floris III kreeg het aan de stok met bs. Godfried van Rhenen over het Rgnwater. Omstreeks 1000 maakte n.1. de Rijnmond bij Katwijk verstopt. Telkens liep nu het Rijnwater over het Hollandse land en richtte er grote verwoestingen aan. Dus liet gr. Floris III eenvoudig bij Swadenburg (nu Zwammerdam) een dam in de Rijn leggen. Maar nu kreeg Utrecht en zelfs ook Gelre de last.

De bisschop beklaagde zich bij zijn vriend, de welbekende Frederik Barbarossa.

Deze beval de dam op te ruimen. Maar tegelijk be-% paalde hij, dat het water bij Wijk bij Duurstede meer naar de Lek zou afgevoerd worden! Ook moest door de Gelderse Vallei een kanaal gegraven wox'den om overtollig Rijnwater via de Eem naar de Zuiderzee te voeren.

Wellicht is de Grebbe (= Grift — gracht) er nog een overblijfsel van.

4. Holland en Friesland.

Ook tussen deze twee heeft eeuwenlang een bittere strijd gewoed.

Prof. Blok wijst er op, dat de monniken van Egmond het beter wisten dan iemand anders, toen zij in hun Annalen schreven, dat het een strijd was van stam tegen stam, dat het ene volk het andere zijn leven en zijn bezittingen onophoudelijk trachtte te ontnemen. Ook de keizer had in dezen schuld! Nu eens schonk hij Friesland in leen aan de bs. van Utrecht, dan weer aan do graaf van Holland; of zij werden Rijksonmiddellijke landen, d.w.z. direct onder de keizer staande.

Maar de Friezen, vrijheidlievend van aard, stoorden zich aan niemand - of niets. Hier vond men dan ook nog de oud-Germaanse toestanden.

En kwamen zij al .onder het juk van Holland, zo maakten zij van inwendige twisten en voorvallen in dit gewest gebruik, om zich weer vrij te maken. Vooral waar nu Noord-Holland ligt. was hot plunderen niet van de lucht.

Hollands machtige bondgenoten zijn geweest het ijs en de grote watervloeden van de 12e en 13e eeuw, waardoor het Friese land in twee delen werd gedeeld. Keizer Frederik Barbarossa heeft ook hier een „condominium" (zie boven) vastgesteld (1165). 't Gaf alles niets. De Rooms-koning Willem II van Holland trekt in 1256 tegen de West-Friezen op en vindt de dood. Zyn zoon Floris V heeft pas in 1289 West-Friesland in zijn macht gekregen.

Wat het overige Friesland betreft, de Hollandse graven en de bisschoppen van Utrecht hadden er niets te zeggen. Alleen Stavoren bukte zich in 1292, zeker in het belang van zijn handel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1947

Daniel | 8 Pagina's

Vaderlandsche Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1947

Daniel | 8 Pagina's