DE ROEP OM EENHEID
Het eenheidsstreven is een typisch na-oorlogs verschijnsel. Het is ook zo alleszins verklaarbaar.
De oorlog bracht over ons volk een gemeenschappelijk lijden. Het geweld van de bezetter dreef de mensen naar elkaar toe. Personen van allerlei rang en stand en van de meest irtteenlopende godsdienstige en politieke overtuiging zaten met elkander in de concentratiekampen en werkten samen in het verzetswerk.
Men gevoelde zich verenigd, als de verdrukte zonen van één volk, zo werd het nationale besef versterkt.
Men ervoer, hoe het brute geweld al het menselijke vertrapte: als reactie leefde het humanisme op, dat de rechten van de mens erkent.
Tenslotte besefte ieder in de druk, de een meer, de ander minder, de afhankelijkheid van een „Opperwezen": zo werd een vaag algemeen religieus besef gekweekt (maar al te vaak vereenzelvigd met: één geloof!).
Deze drie aspecten: het nationale, het humanistische en het religieuze, kan men terugvinden in de verschillende eenheidsstrevingen.
Zeer duidelijk komt dit bijvoorbeeld uit in de (Nederlandse (J)eugd (G)emeenschap. Omtrent haar doelstelling lezen we: „...medewerken aan de nauw samenhangende lichamelijke, zedelijke en geestelijke vorming van de jrsugd van het Nederlandse Volk. Haar arbeid geschiedt in gehoorzaamheid aan waarden van hoger orde: waarheid, gerechtigheid en naastenliefde, zoals deze in de historie van ons volk gegroeid zijn uit het Christendom en in de eerbiediging van de medemens één van haar hoogste uitingen vinden. Zij erkent in haar organisatie een verscheidenheid, maar weet zich in haar geheel deel van onze volksgemeenschap en kweekt daartoe trouw aan Vaderland en Vorstenhuis".
Hier treedt het nationale sterk op de voorgrond: een zoeken naar wat ons verenigt. Zeker, men spreekt zelf niet gaarne over: „eenheid", maar liever over: „eendracht" en over: „samenwerking". Maar die samenwerking gaat zover, dat men gezamenlijk voorlichting (let wel!) en ontspanning aan de jeugd wil geven in echt Vaderlandse geest. Alle jeugdwerk heeft daarbij gelijke waarde: sport en spel, film en dans, maar ook... zuiver religieus werk! Als het dat nationale maar niet in de weg staat.
Hier kan geen plaats zijn voor iemand, die allereerst Christen is, buigend voor Gods Woord; en die daarna en juist ook daarom een goede Vaderlander wil zijn. Dezulken zal men verwijten, dat ze de eenheid van ons volk'verbreken, niet wetend, dat de ware eenheid van ons volk, ook nationaal gezien, alleen gevonden kan worden in een nationaal buigen voor en onder God.
Wel spreekt het N.J.G. ook over het internationale: strijd met de jeugd van alle landen voor een rechtvaardige samenleving der volkeren". Maar hier spreekt duidelijk de zucht naar beveiliging van het nationale!
Let voorts op de humanistische tendenzen: „gehoorzaamheid aan waarden van hoger orde"; „eerbiediging van de medemens". De mens alzo in het middelpunt. Maar voor deze mens is, ondanks zijn spreken over Christendom, geen plaats voor het Kruis van Christus, omdat dit de mens veroordeelt.
Voor religie, Gods-dienst in de ware zin van het woord is bij een dergelijk eenheidsstreven geen plaats meer. Men moet zoeken naar het gemeenschappelijke, naar een religieuze idee. Men propageert zulks natuurlijk niet, maar er kan in de praktijk niet anders overschieten dan een algemeen erkend „Opperwezen", een God van eigen formeersel. Immers de vele schotjes en heiningen van voor 1940 moeten zo gauw mogelijk verdwijnen, zo luidt het.
Niet alleen in de N.J.G. openbaart zich dit eenheidsstreven. Denk ook aan de Nederlandse Volksbeweging: de Partij van den Arbeid; aan de actie in de Ned. Herv. Kerk om op alle terreinen te spreken tot het gehele Nederlandse Volk.
Voor iemand, die een principieel Gereformeerde opvoeding genoten heeft, zullen dergelijke eenheidsstrevingen over het algemeen geen bekoring hebben. Hij zal de valse leuzen en idealen erin weten te ontdekken.
Maar merkwaardig is toch, dat al dat geroep um eenheid z'n weerklank gevonden heeft op het Gereformeerde erf. Men spreekt meer dan ooit over de zondige gcdceldheid. Men zoekt naar datgene wat samenbindt en wil trachten te vermijden wat verdeelt.
We zijn toch allen Gereformeerd? We beroepen ons toch allen op Calvijn? Wc hebben toch allen dezelide Belijdenisschriften? Moeten we dan als Gereformeerde Kerken zo naast elkaar, ja tegenover elkaar staan?
Het jeugdige oordeel is gauw klaar met het antwoord op deze vragen. De jeugd is gauw bereid om gehoor te geven aan de oproep tot eenheid. Dan zullen de conservcetieve ouderen wel volgen.
Zo verwondert het ons niet, dat ook onze J.V.'s op verschillende plaatsen uitnodigingen krijgen van andere J.V.'s van Gereformeerden huize om te komen tot nauwer contact of samenwerking.
Hoe moeten onze J.V.'s daar tegenover staan?
Die vraag hopen we in een volgend artikel te bespreken met elkaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1947
Daniel | 8 Pagina's