HET HUWELIJK
Het ontwaken (I).
4.
Het ontwaken (I).
De Heere heeft de drang tot het huwelijk gelegd in het. hart van de mens. Wanneer het menselijke leven begint te rijpen, zo komt de drang daartoe van zelf op. Deze begeerte behoeft niet te worden gekweekt, maar moet wèl worden geleid. Deze moet niet worden verhaast, maar kan toch ook niet worden gekeerd. Bg de een openbaart het zich vroeger dan bij de ander. Bij het meisje in de regel wat eerder dan bij een jonge man. Bij allen is het niet even sterk; ook niet even bewust. Bij de een treedt het ook meer aan de dag dan bij de ander. Zelden zal men zich hierover tegen zijn Ouders uitlaten; eer tegen vrienden of vriendinnen. Komt dat, omdat men vreest bij zijn Ouders geen begrip, misschien zelfs tegenstand of afkeuring te ontmoeten? Meisjes trachten het vaker te verbergen dan jongens, 't Ligt bij meisjes meest dieper verborgen. Hoogstens openbaart het zich voor het scherpziend oog in een toenemende behaagzucht. De natuur brengt mede, dat de vrouw hier meer passief is. Wanneer een meisje zich in dit opzicht te veel uit, vooral als deze uiting niet algemeen is, maar zich richt op een bepaald persoon, dan wekt dit niet zelden tegenzin en lokt afkeuring uit.
Toch mene men niet; dat nu bepaald in het binnenste van ieder jong mens de gedachten zich vermenigvuldigen. Er zijn er die lange tijd, ja sommigen in het geheel niet, ook maar enigszins door zulk een drang of begeerte worden bewogen. Aanleg, karakter, temperament, omstandigheden, ze spelen hierbij een verborgen rol en hier ook openbaart zich de Godsregering op een voor ons onnaspeurlijke wijze. Onze waarneming is hier geen goede maatstaf. Het zijn zaken, waarmee men niet te koop loopt. En niet alleen is valse schaamte hiervan een oorzaak, maar ook wel degelijk een hoog opgevatte zedigheid. Maar zelden zal het voorkomen, dat een jonge dochter haar hart blootlegt voor haar moeder of voor haar oudere zuster.
Hoe gelukkig zijn zij, die in hun jonge jaren reeds bedeeld zijn met een tedere vreze Gods. Zij zullen ook met deze zaken, welke meer dan meji wellicht vermoedt,
zulk een centrale plaats in het gemoedsleven kunnen beslaan, een schuiling aan Gods genadetroon hebben. , .Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord"; , zo mogen zij weieens met een diepe zucht de dichter nazeggen. Maar ook hier juist dreigen dezulken de gevaren. Vraagt het eens aan 's Heeren volk, als ze op later leeftijd gekomen zijn. Hoe menigeen heeft later loc zijn smart moeten getuigen, dat hij juist hier zgn verborgen omgang met God is kwijt geraakt. Ja vooral aan jonge dochters is dit wel overkomen. Zij gingen op in haar verkering, straks in haar huwelijk, 't ging haar als die vrouw in de gelijkenis, die haar penning was verloren. Smarteliike wegen dienden later wel als middelen, dat ze haar penning terug vonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1947
Daniel | 8 Pagina's