HET LANDSHEERLIJK TIJDPERK.
Zoals de woorden reeds aangeven, is het de tijd der landsheerlijkheden. Deze loopt vanaf de Frankische tijd tot de 16e eeuw.
Men verstond onder heerlijkheid het recht tot uitoefenen van overheidsgezag. Zo waren Utrecht, Holland, Vlaanderen, Gelre enz. heerlijkheden. De koning (keizer) was wel de opperste gezaghebber, maar in de loop van dit tijdperk werden de leenmannen meer en meer zelfstandig en deden ten slotte in hun gebied wat des konings (keizers) was.
± 1300 zijn dan ook de landsheren in deze landen vrijwel onafhankelijk van de Duitse keizers. Deze toestand is natuurlijk niet in eens ontstaan, maar langzamerhand geworden.
Omstreeks het jaar 1000 behoorden deze streken tot het Duitse rijk. Nederland en België heetten toen samen Neder-Lotharingen. Het werd bestuurd door hertog Godfried I. De toenmalige Duitse koning, Otto I, was een krachtig vorst, die niet alleen de Duitse stamhertogen, maar ook de hertog van Neder-Lotharingen, tot zijn ambtenaar, zijn vertegenwoordiger maakte. Daardoor werd N.-Lotharingen feitelijk een provincie van zg'n rijk. .
De hertog moest zorgen, dat de graven in zijn gebied hun plicht deden. Of zij 't werkelijk deden is een ander geval: meestal volgden ze hun eigen zin. In alle geval hertog Godfried stond bij Otto I zeer in de gunst.
1000 dan vinden we hier o.m. de graven van Keimemerland, van Vlaanderen, de bisschop van Utrecht. Ook de laatste. Ja, het bisdom wordt in de vroege M.E. het machtigste der Nederlandse gewesten genoemd.
Was hun macht in den beginne alleen een kerkelijke, reeds in de 10e eeuw ontvingen zij van de Duitse vorsten wereldlijke, grafelijke macht, n.1. over 't Sticht (tegenw. Utrecht), 't Oversticht (Overijsel) en Drente. Men verwarre dus deze macht niet met de geestelijke: de laatstgenoemde strekte zich uit over he' grootste gedeelte van onze gewesten. De graven van Vlaanderen (tussen Schelde en Noordzee) en die van Kennemerland hadden tot taak hun Kustlanden te beschermen tegen de invallen der Noren en de hertog van N.-Lotharingen was hun onmiddellijke chef.
Mijn lezers verwachten nu natuurlijk eerst een behandeling van het graafschap Holland en de bekende gravenhuizen., , JNodig is het niet. 't Kan ook anders. Maar we zijn dat nu eenmaal zo gewoon en beginnen dus met:
a. het Hollandse huis.
De graven van Kennemerland waren dan in de 9e en 10e eeuw met de kustverdediging belast.
Wie is nu de eerste graaf geweest? Omstreeks 885 bezit een zekere Gerolf hier een of meer graafschappen. De graven over deze delen waren we-? r ondergeschikt aan hem. Hij en zijn zoon Dirk (Diederik) I kregen van keizer Arnulf en Karei de Eenvoudige van West-Francië (korte tijd, van 911—925 behoorde N.-Lotharingen tot dit lancl) goederen in Kennemerland en Rijnland in e i g e n d o m . Let wel: zij waren al graaf in dat gebied (waarschijnlijk Haarlem het middelpunt).
Dirk II kreeg van Otto II in 95 bezittingen in Maasland en West-Friesland en zo regeerden deze Kennemer graven al tussen Maas (Hoek van Holland) en Flie.
De bekendste in deze tijd is Dirk III geworden. Zijn vader Arnulf (of Arnoüt) sneuvelde in 993 tegen de Friezen, d.w.z. de eilandbewoners achter Kennemerland. Dirk was bij de dood zijns vaders nog minderjarig en stond onder voogdij van zijn moeder. In de woelige tijd, die zij doormaakte, raakte zij heel wat bezittingen kwijt, zodat alleen Kennemerland en Maasland overbleven.
Maar Dirk III, zelf aan de regering gekomen, was er de man niet naar, om bij de pakken neer te blijven zitten.
Allereerst bond hij de strijd aan met de machtige Sciehtse bisschop Adelbold en ontnam hem een graafschap aan de Rijn (bij Woerden? ), dat tot de Utrechtse kerk behoorde. Voorts vestigde hij zich aan Maas en Merv/ede ongeveer waar nu Dordrecht ligt. Het heette Holtland, een naam, die later (einde 11e eeuw) op het gehele gebied overging. Omdat die streek zeer moerassig was ging hij tot ontginning over.
Hij deed echter meer. Hij stichtte aan de Merwede (volgens anderen waar nu Vlaardingen ligt) een „tolhuis" d.w.z. een kasteel met „mannen van wapene" en liet. de kooplieden, die naar Engeland voeren, vooral die van Tiel, lustig tol betalen. Ook de bisschop van Utrecht maakte aanspraak op Holland, dat zijn tafel van vis voorzag. Dirk joeg de bisschoppelijke dienaren weg en viste er zelf.
De gevolgen bleven niet uit. Klacht op klacht van de bisschop en de Tielse kooplieden bereikte de keizer, Hendrik II, nog wel Dirks oom. Op dc rijksdag te Nijmegen in 1018 werden de klachten onderzocht en de klagers in 't gelijk gesteld. Omdat neef Dirk zich natuurlijk nergens wat van aantrok, werd aan hertog Godfried opgedragen de weerspannige Kennemer tot rede te brengen. Dies trok een grote vloot, waarop ook de bisschop van Utrecht en de aartsbisschop van Keulen waren, naar Dirks gebied. Men landde, waar nu Vlaardingen ligt; maar de tocht door het moerassige gebied was ver van gemakkelijk. Dirks leger was, wat getalssterkte betreft ver in de minderheid en bestond uit ridders en boeren. Maar allen waren hun graaf getrouw. Het einde was een verschrikkelijke paniek onder het krijgsvolk van Godfried. De een zegt, dat een bange soldaat Vliedt! Vliedt! geroepen heeft; de ander, dat die woorden van de hemel klonken! In alle geval de klap van Dirk was raak. Drieduizend ridders en graven van Godfried sneuvelden. En ook de hertog zou er het hachje bij ingeschoten hebben, als Dirk hem niet — zwaar gewond — gevangen had genomen en beschermd tegen de woede zijner mannen. Dirk verzorgde hem bovenste beste en... schonk hem toen de vrijheid. Godfried zelf heeft er nu voor gezorgd, dat de keizer zijn neef in het ongestoord bezit van zijn gebied liet. 29 Juli 1C18 had dan ook getoond, dat er met de Kennemer niet te spotten viel.
Al waren er maar weinig burchten en steden; hij had het bestaan met enkele honderden ridders en boeren de vijand op dc vlucht te drijven. Maar de ware reden, dat de keizer zijn neef zo toegevelijk behandelde, moet, volgens een tijdgenoot, geweest zijn, dat Dirk de enige krachtige graaf was, die de Noren van de kust kon houden. Op het eind van de 11e eeuw omvatte Holland de streek van de Maasmonden tot het Flie: ongeveer het tegenwoordig Holland,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1947
Daniel | 8 Pagina's