Briefwisseling met mijn jonge vrienden
(21)
Jonge vrienden en vriendinnen,
Eerst moet ik even een paar regels schrijven aan een jonge vriendin, die al enige malen schreef en nog niets terug hoorde. Het is niet altijd mogelijk direct terug te schrijven. Zijn er eens spoedeisende zaken, dan schrijf ik wel per brief. Er ligt soms zoveel correspondentie te wachten. Baruch raakt met antwoorden hoe langer hoe meer achterop. Maar al krijg je geen rechtstreeks antwoord, of al duurt het wat lang, ik waardeer het toch als de jonge mensen hun hart eens voor mij uitstorten. Het wordt heus niet op een goudschaaltje gewogen, en ik doe er mijn voordeel wel mee.
Van één ding hoop ik, dat wij ons wachten zullen, en dat is, dat we uit de hoogte op een ander neer zien. Wij kunnen uit de zuiverheid van onze belijdenis opkomen, en die is nederig, en dan gaan we (neen, niet onszelf, maar) onze belijdenis vergelijken met de belijdenis of praktijk van anderen.
En dan . . . komen wij er nogal goed af. zo stilletjes. Weet je wat we doen moeten? Wij moeten onszelf vergelijken met onze eigen belijdenis; dan hebben we meer dan genoeg. Wij denken, dat nederigheid zon gemakkelijke zaak is. Maar het is net zo moeilijk als echt bidden. De discipelen zeiden: „Heere leer ons bidden." Maar, waar ze niet om vroegen, dat leerde de Heere Jezus hen, zeggende: „Leer van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart." Daar staat niet: nederig van belijdenis, maar van hart.
Is het Woord je dierbaar? Moet het mes er maar scherp ingezet? Wat werkt het uit? Zie met al je noden en begeerten aan de voeten des Heeren te komen. Dat is de beste plaats. Begeef je onder de prediking van Gods Woord. Verkeer daar biddende, om er de stem des Heeren in te mogen beluisteren. Rust niet in gemoedsgestalten. De middelen op zichzelf kunnen het je niet geven. Ik wens je toe, wat de bruid zegt: „Toen ik een weinig van hen was weggegaan, vond ik Hem, die mijn ziel lief heeft." Er is onderscheid tussen wat wij werken met onze hebbelijkheden, en wat God werkt door Zijn Geest in onze harten.
Een andere vriendin heeft meer een rechtstreekse vraag, n.1. of er mensen zijn, die een betrekking op God hebben gekregen, maar die, gelijk Orpa, op de grens weer terugkeren. Zóu, zo vraagt ze, Orpa wel een betrekking op God hebben gehad? Als God een werk begint, voleindigt Hij het dan niet? Kan iemand, die geroepen is, nog een tijd in de wereld terug keren en er over heen leven? En op wie slaat de tekst: De hond is wedergekeerd tot zijn uitbraaksel en de gewassen zeug tot de wenteling in het slijk?
Jonge vriendin, maak je ernst met de keuze? Vraag je jezelf nu af: Is die keus wel oprecht? Laat ik proberen, dat met een eenvoudig voorbeeld toe te lichten. — Neem eens aan: je wilt iets dolgraag hebben. Je hebt het in een winkel zien staan. Geld om het te kopen heb je niet. Maar het is niet uit je gedachten. Je hoopt het nog wel eens cadeau te krijgen of het nodige geld ervoor bij elkaar te krijgen. Wat zou je er nu van zeggen, als je altijd maar bezig was, met bij jezelf na te gaan, of je dat begeerde ding wel werkelijk graag had. Op de vraag van anderen: Zou ze dat ding nog wel eens krijgen, was je antwoord: Jawel, want ik begeer het werkelijk. Mijn keus is erop gevallen, dus ik mag hopen, dat ik het eerlang deelachtig wordt. Als je begeerte ernaar afzakte, dan zou je zeggen: Ja nu vrees ik toch, dat ik het niet zal krijgen; begéérde ik het maar ernstiger. En als je dan weer ernstiger begeerte gewaar werd, dan zou je zeggen: Gelukkig, ik zal het toch wel krijgen. — Baruch denkt, dat het een beetje anders zal toegaan. Hoe sterker je begeerte wordt, hoe ongelukkiger je jezelf zult voelen, dat je het nog niet hebt. Hoe minder tijd je zult besteden om de sluitreden op te maken: lk begeer het oprecht, dus ... ik zal het wel spoedig krijgeri>
Er is veel begeerte als die van een luiaard. De Schrift zegt daarvan: die zal hem doden. Maar de begeerte, de reine bc geerte, die komt, is als een boom des levens. Orpa had ongetwijfeld ook wel enige betrekking op Naomi, Het scheiden viel haar zwaar. Maar, tenslotte, ze kón toch scheiden. De ware begeerte blijft niet staan aan de grens. Die is ook niet tevreden met zichzelf, maar gaat uit tot het begeerde voorwerp, en rust niet vóórdat ze vervuld is. De ware keuze laat zich niet afschepen; ze houdt aan. Overwint teleurstellingen, doorstaat beproevingen.
Heb je weieens de gelijkenis gelezen van het zaad, dat op vier verschillende plaatsen viel? Daar viel een gedeelte in ondiepe aarde. In dat land bestond de grond uit rotssteen. Daarover lag soms maar een dun laagje aarde. Dat waren de steenachtige plaatsen. Daar was de grond spoedig vochtig, maar ook weer spoedig droog. Hierbij worden zij vergeleken, die het Woord horen, het terstond met vreugde ontvangen, maar het is voor een tijd. Als verdrukking of vervolging om des Woords wil komt, worden ze terstond geërgerd. Van hen geldt: „De hond is wedergekeerd tot zijn uitbraaksel." Of, om het met onze Dordtse Leerregels te zeggen: anderen nemen het wel aan (het Woord des Levens) maar niet in het binnenste hitns harten, en daarom is het, dat zij, na een kortstondige blijdschap, van het tijdelijk geloof wederom terugwijken: (III-IV, 9).
Jonge vrienden en vriendinnen, die de Heere verwachten, zullen nimmer beschaamd worden. Zoek de zaligheid buiten je. Niet in je keus, om daarin te rusten. Er is maar één Rust, dat is die enige naam onder de hemel gegeven tot zaligheid. Zoek in Hem al je heil. De rivier Gods is vol water. Hij is een overvloeiende fontein. Die tot Hem komt, zal hij geenszins uitwerpen.
Mijn papier is vol, ik moet afbreken. Ik verblijf als altijd,
Je vriend BARUCH.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1947
Daniel | 8 Pagina's