EEN WOORD aan de strijdkrachten in Indië
Met diepe ontroering hebben wij vernomen tot welk een taak u allen geroepen zijt, om met de wapenen de belangen van ons dierbaar vaderland in Indië te verdedigen. Wat heeft de Nederlandse regering getracht om door onderling overleg tot een oplossing te geraken, maar dat heeft niet zo mogen zijn. Ook zij heeft de grote verantwoordelijkheid beseft om tot zulk een bevel te moeten overgaan, omdat zij de draagwijdte er ten volle van beseft.
De lankmoedigheid heeft ook haar grenzen, en gezien de gang van zaken in Indië werd de Overheid als Gods dienaresse verplicht het zwaard uit de schede te doen gaan, omdat zij haar taak ook in deze vervullen moet.
Mijn vrienden, er wordt nu van u gehoorzaamheid geëist, om het bevel van uwe wettige overheid uit te voeren, naar het Woord des Heeren. Toch kunnen wfl ons indenken wat onder alle deze omstandigheden in u zal omgaan, waar grote gevaren u bedreigen. Het is nu werkelijkheid voor u geworden, wat door ons allen gevoeld wordt. Ook voor uw ouders, vrouwen, kinderen en verloofden is deze zaak van zeer groot gewicht. Er. zal ook bij hen grote zorg zijn omtrent de toestand waarin gij gekomen zijt. Er was altijd wel een zeer grote vrees, vooral omdat ook zij het meegemaakt hebben, wat oorlog en de gevolgen ervan betekenen, doch nu is die vrees verkeerd in werkelijkheid.
Wat gevoelen wij ons machteloos iets voor jullie te doen, gelet op de verre afstand die ons van jullie komt te scheiden. Toch blijft er voor u en ons een weg open, en dat is om met al deze noden tot de Heere te vluchten, Die toch de enige en ware Toevlucht is. Dat mogen wij voor u doen, en hopen genade te ontvangen om het te kunnen doen. Denk er toch maar steeds aan, als gevaren u dreigen, dat ge niet op eigen kracht steunt, maar uw knieën buigen moogt om uw noden bij Hem' bekend te maken. De Heere, Hij toch voert Zgn Raad uit en die zal bestaan. Hem te kennen in alle onze wegen is toch het hoogste en blijvende goed.
Wij hopen uwer te gedenken zowel in het openbaar in het midden der gemeente, als ook in onze binnenkamer. Zien wij op de klimmende zonden zoowel in het moederland, als in Indië, dan kan er geen verwachting op uitkomst geoefend worden. Wat hebben wij weinig geleerd, ook uit de vorige oorlog; er is meer verharding dan vernedering, zodat wij zouden moeten zwijgen, als de Heere zou doortrekken. Maar alleen om Christus Jezus en Diens verdienste zou het nog kunnen, dat God in de toorn des ontfermens gedachtig was.
Wij bidden u allen des Heeren nabijheid toe. Hij dekke u onder Zijn vleugelen, en beware u als de appel van Zijn oog. Wil ons steeds wat van u doen horen, want wij leven dagelijks in zeer grote spanning.
Weest van ons meeleven overtuigd en ontvang allen de hartelijke groeten, Gode en Zijn genade bevolen zgnde, van uw liefhebbende en meelevende vriend,
Ds. A. VERHAGEN,
Lisse.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1947
Daniel | 8 Pagina's