JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE Catechismus

7 minuten leestijd

(XIV)

Gesproken hebbende over de diepte, de oorzaak en de onafwendbaarheid van onze ellende, gaat de onderwijzer nu spreken over een roepen uit de ellende tot God.

In de diepte der ellende krijgt het gebed waarde. De eenzaamheid wordt die mensen dierbaar, om die ellende te bewenen en het hart uit te storten voor de Heere. Als zwarte Moren heffen zij hun hart en hand op tot God. Uit de diepte der ellende roepen zij tot de Heere. Zij kirren als een duif en piepen als een zwaluw, daar het oordeel des doods loodzwaar weegt op het hart. Met de overtuiging, dat zij tijdelijke en eeuwige straffen verdiend hebben, buigen zij onder Gods rechtvaardig oordeel en smeken zij om genade.

Kaïn en Judas waren wel overtuigd van hun zonden, maar hadden geen boetvaardige ziel en geen behoefte aan genade. Kaïn belijdt zijn misdaad wel, om daarna met het teken van Gods ongenoegen, al was het dienende tot bescherming van zijn leven, van God af te vluchten. En het is ons bekend, dat Judas er grondig van o^rtuigd was, dat hij onschuldig bloed verraden had, maar hij kon er niet mede onder God komen en nam tot zelfmoord'zijn toevlucht.

In het aanvaarden van de straf, in het buigen onder Gods rechtvaardig oordeel, wordt het openbaar, dat de overtuiging een zaligmakende overtuiging is. In de overtuiging, dat we in Adam verdoemelijk liggen voor God, is op zichzelf geen zaligheid. Met een grote verschrikking en diepe ontroering des harten werd men het zich bewust, een rampzalige zondaar te zgn. Maar deze overtuiging heeft men bekomen door de bijzondere of zaligmakende werkingen des Heiligen Geestes. God heeft deze mensen ten doel en wil ze door de ontdekkingen des Heiligen Geestes drgven tot de Zaligmaker.

Van Ezau leren we, dat hij een plaats des berouws zocht en niet vond, als een bewijs, dat hij geen smart fiad over het verkopen van zijn eerstgeboorterecht voor een schotel linzenmoes. Wat voorrecht, als men met een boetvaardige ziel onder Gods rechtvaardig oordeel mag buigen, met de bekentenis, dat men tijdelijke en eeuwige straffen verdiend heeft.

Deze boetvaardigheid is een geschenk en een gewrocht van Gods genade. Die met zijn schuld onder God mag komen, heeft een weldaad van het Verbond der genade ontvangen. Zij hebben het voor de Heere mogen verliezen, want tot dat einde heeft Hij de Geest gegeven in hun hart.

Het oordeel, dat God uitspreekt over de zonden is gans rechtvaardig. Dit wordt welbewust en van ganser harte aanvaard; en dat gaat gepaard met verbreking en verbrijzeling des harten. Het oordeel, dat God heeft uitgesproken is wel zwaar, maar niet te zwaar, daar het geheel in overeenstemming is met het kwaad, door ons bedreven. Hier wordt God gerechtvaardigd. „De Heere heeft mij nooit geen kwaad gedaan. Al het kwaad, dat mij overkomen is en wat mij eeuwig zal treffen, heb ik verdiend. Ik ben Uw gramschap dubbel waardig. Ik ben het waardig vanwege mijn diepe val in Adam en vanwege het versmaden van Uwe roepstemmen. De kostelijke tijd der genade heb ik doorgebracht

in de zonde. Ik heb geen recht en geen waardigheid overgehouden. Nu weet ik niet alleen, wat het is, God in Zijn rechtvaardigheid te billijken, maar ook, wat het in heeft, Hem daarin te lieven." Het is zo noodzakelijk en profijtelijk voor ons innerlijk leven, hiervan een grondige kennis te hebben in onze harten. Het oordeel des doods en der verdoemenis moet van ganser harte aanvaard worden. Door de Geest des oordeels en der uitbranding is het alleen maar mogelijk, in deze vernedering te komen voor het aangezicht des Heren.

Buigend onder Gods recht, wordt een middel gezocht, om tot genade te komen. De vraag: „Is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen, " komt op uit het hart, daar vele middelen zijn uitgedacht en aangewend, die alle op een bittere teleurstelling zijn uitgelopen.

De Pinksterlingen spreken ook van w ij, terwijl de stokbewaarder spreekt van i k, omdat hij hier alleen stond in zijn verlorenheid voor God. Daar zijn banden gelegd in het hart dergenen, die zich in hunne verlorenheid hebben leren kennen. Zij weten wat het is van hart tot hart te spreken uit hun ongeluk en daarom bidden zij met en voor elkander.

Zou er nog een middel, een mogelijkheid zijn om die welverdiende straf te ontgaan? Een middel, waardoor wc uit deze ruisende kuil en uit dit modderig slijk van onze ellende verlost zouden kunnen worden. Zo zit het bedrukte volk te zuchten in de diepte der ellende en te wenen over de dwaasheid die begaan werd, door zich los te scheuren Van God.

Zou er nog een middel zijn waardoor wij van deze dodelijke krankheid zouden genezen kunnen worden. Elke dag kan de laatste dag 'zijn en dan is het voor eeuwig verloren.

De straf der zonde gevoel ik en draag ik in mij om, daar ik vol etterbuilen en stinkende wonden ben. Ik ben een mens, die de tering heeft en uitgeteerd, zal ik straks wegzinken in de eeuwige dood. •

Zou er nog een middel zijn, waardoor wij uit het diensthuis van de' helse Farao verlost zouden kunnen worden? Met de daden van Gods alvermogen, die bewijzen waren, dat God Mozes gezonden had om Israël te verlossen, zijn we steeds dieper gekomen in de ellende. We moeten harder werken en we krijgen meer slaag. Wij wensen God te dienen en te trekken naar het beloofde land, maar dat is niet mogelijk, daar de helse Farao ons niet los wil laten.

Zou er nog een middel zijn om te komen, door de zee van Gods verbolgenheid ? De bergen van schuld verheffen zich hemelhoog. Onze zonden van nalatigheid en bedrijf getuigen tegen ons en maken het ons onmogelijk om het oordeel des doods te ontvlieden. En de vijand nadert met zijn krijgswagenen om het ons onmogelijk te makeii te trekken naar het land vloeiend van melk en honing. Hot wordt steeds meer gevoeld, dat Satan de mens de begeerde zaligheid niet gunt.

Zou er nog een middel zijn om verlost te worden van het oordeel, dat hier bij Babylonê "rivieren door ons beweend wordt. Dat te bewenen is de enigste verkwikking die we hier nog smaken. En dat zal in de hel niet mogelijk zijn, want daar zal wel wening zijn en knersing der tanden, maar geen wening der ogen. Het is niet in woorden uit te drukken hoe ellendig wij geworden zijn door de zonde. De zonde is nog erger dan de duivel, daar de duivel macht over ons heeft door de zonde. Hier wordt niet alleen een middel gezocht, met een buigende ziel onder Gods rechtvaardig oordeel, waardoor wc die straf zouden kunnen ontgaan, maar ook om wederom tot genade te komen.

Dat ene woordje wederom moet onze aandacht trekken. Het is niet de vraag om tot genade te mogen komen, maar om wederom tot genade te mogen komen. Hier wordt gedacht aan Gods zalige gunst en gemeenschap, die door de mens genoten werd in de staat der rechtheid. Hot staan in Gods zoete en zalige gemeenschap in het Paradijs was genade. Daar waren duizenden schepselen in de hof, die dat niet geschonken was, daar zij niet naar Gods beeld en gelijkenis geschapen waren. Naar dit leven, door de mens genoten, verloren door de zonde, dorst het hart. Wat was ik toen gelukkig, wat was het zalig van dag tot dag, van ogenblik tot ogenblik te leven in het licht van Gods vriendelijk aangezicht en in de genietingen van Zijn liefde. Zou er een middel zijn om mijn hart in die zalige harmonie met God te herstellen ? Als een hert naar de waterstromen, dorst mijn ziel naar God.-Hem te missen is mij bitterder dan de dood. Wat zijn het toch gelukkige mensen die kunnen zeggen: Heere mijn God. Zou' er nog een middel zijn om zo gelukkig te worden voor mij ? Ik hoor het Göds kinderen zo gaarne vertellen, hoe zij gelukkig en zalig geworden zijn in God. Mijn hart brandt van verlangen om daarvan deelgenoot te mogen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's

ONZE Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's