JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

§ 13. UITBREIDING, VERVOLGING EN ZEGEPRAAL DER KERK.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

§ 13. UITBREIDING, VERVOLGING EN ZEGEPRAAL DER KERK.

5 minuten leestijd

In de loop der jaren had de kerk zich zeer sterk uitgebreid. Aanvankelijk was het Christelijk geloof het sterkst verbreid in de Oostelijke landen rondom de Middellandse Zee, Klein-Azië, Syrië, Palestina en Egypte. In het Westen was bovendien vooral Rome een bloeiende gemeente.

Vanuit deze 4 kernpunten: Klein-Azië, Syrië (met Palestina), Egypte en Rome is de uitbreiding verder gegaan. Klein-Azië bracht het Christendom in Zuid-Frankrijk, vanwaar het doorging in geheel Gallië, tot aan de Rijn, en in Brittannië. Syrië had Armenië en Perzië tot zendingsveld, Egypte werkte in Zuid-Arabië en Rome plantte de kruisbanier in Noord-Afrika, de bakermat van Augustinus.

Dc vier genoemde kernpunten — wij zouden ze „moederkerken" kunnen noemen, — hadden elk hun eigen karakter. Bij de bespreking van de Theologie der oude kerk hebben we daarvan al iets aangestipt. Zo droegen ook de „dochtergemeenten" enigermate hetzelfde stempel! In verband met de latere geschiedenis is het zeer gewenst, dat we ons daarvan goed rekenschap geven. We komen daarop dus nog nader terug!

Tegelijk met deze uitbreiding over de verschillende landen, zien we als begeleidend verschijnsel ook een gestadige toevloed van ontwikkelden en aanzienlijken tot de kerk, terwijl tevens de kerk meer en meer aan invloed wint op het platteland.

Zo werd de kerk een macht, waarmee de Staat steeds meer rekening diende te houden! Vele keizers hebben echter het „gevaar" niet gezien. Men leefde in de eeuw der verdraagzaamheid, die niet anders dan slapheid was. De Romeinse Staat nijgde naar haar ondergang.

Verandering in deze slappe houding kwam er onder keizer Decius, (249 251), die een flink staatsman was en het groeiende gevaar, dat de kerk voor hem vormde, duidelijk inzag. Van zijn standpunt was het zéér juist, dat hij zich voornamelijk wilde keren tegen de leidende fguren in de kerk. Het ging hem dus voornamelijk om de uitschakeling der bisschoppen. De organisatie van de vervolging, die hij op touw zette, legde hij in handen van Valerianus, die later, n.1. van 253- 259 ook keizer was. Daarom wordt deze vervolging, die van 250 258 geduurd heeft, de Deeiseli-Valeriaanse vervolging genoemd. Daarbij ging het zeer heftig en wreed toe! Het martelaarsbloed vloeide in stromen. Maar groot ook was het getal der afvalligen. Die waren er voorheen maar zelden! Duidelijk blijkt ons daaruit ook het verval der kerk! Die afvalligen werden in verschillende klassen verdeeld: Er waren er, die ge-

offerd hadden of gewierookt. Dat waren de ergsten. Dan volgden zij, die door omkoperij zich een bewijs verschaft hadden, dat ze trouwe offeraars waren. Een derde groep had Christelijke boeken ingeleverd. We hebben reeds gezien, welke moeilijkheid inzake de tucht deze afvalligen voor de kerk gevormd hebben.

Na deze vreselijke jaren trad een periode van rust in, die 40 jaren heeft geduurd en waarin het Christendom weer geduld werd. Deze jaren zijn een periode van enorme uitbreiding geweest, maar tevens/trad er verslapping in. De kerk was moe! Dat was uiterst gevaarlijk, want dan is Satan 't meest actief! De geschiedenis heeft clan ook geleerd, dat dwaling en deformatie niet uitbleven, toen de kerk de waarschuwing des Heeren: „Waakt!" vergat en verwaarloosde.

Aan het einde van deze 40 jaren brak nogmaals een vreselijke vervolging los, die in hevigheid alle vorige overtrof. Dat was onder Diocletianus in het jaar 303. Aan deze keizer zweefde het oude ideaal voor ogen: Hén volk, één rijk, één keizer, één religie! Die religie moest dan inpassen in het gehele staatsbestel en daarom moest de goddelijke verering' van de keizer één van de hoofdtrekken zijn. Het noodzakelijke gevolg van deze opvatting was de uitroeiing van het Christendom. Toch heeft de. keizer lang geaarzeld. Vooral het grote aantal Christenen in het leger heeft hem tenslotte waarschijnlijk doen besluiten tot een vervolging. In verschillende edicten werd geboden: Verwoesting van kerkgebouwen; verbranding van alle Christelijke geschriften; verlies van alle rechten voor aanzienlijke Christenen, zowel als voor slaven; optreden tegen allen, die een kerkelijk ambt bekleedden; en dwang om te offeren. Volledige doorvoering van deze edicten bleek onmogelijk. Maar vele martelaars hebben nochtans hun geloof met bloed bezegeld. Daarentegen was ook het aantal afvalligen weer verbijsterend groot!

In het Westen duurde deze vervolging tot 305, maar in 't Oosten bracht 't jaar 311 pas verademing. Dat hield verband met het feit, dat in het Westen Constantius, (de Vader van Constantijn de Groote), in 305 keizer werd, terwijl in het Oosten een ander tot keizer werd uitgeroepen, n.1. Galerius, die de eigenlijke aanstichter van de vervolging was. In 311, op zijn sterfbed, schonk hij in een edict aan het Christendom vrijheid.

Inmiddels was Constantijn de Groote in 306 zijn vader opgevolgd en in 312 wist hij ook het Oosten onder zijn gezag te brengen, door zijn overwinning op Maxentius, die Galerius was opgevolgd. Die veldslag vond plaats bij Rome. Constantijn moet toen in een visioen vóór de slag een groot kruis aan de hemel hebben zien schitteren, waarbij in lichtende letters geschreven stond: „Overwin in dit teken!" Hij heeft toen als veldteken het kruis aangenomen en inderdaad zijn mededinger verslagen. Daarmee was het Christendom niet alleen een godsdienst geworden, die geduld werd, maar het zou voortaan volkomen het alléénrecht hebben. Het werd Staatsgodsdienst. Helaas, dat heeft niet altijd zulke gunstige gevolgen gehad!

d. H. enden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's

§ 13. UITBREIDING, VERVOLGING EN ZEGEPRAAL DER KERK.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's