JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Briefwisseling met mijn jonge vrienden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Briefwisseling met mijn jonge vrienden

4 minuten leestijd

(18)

Waarde jonge vriend,

Je kunt niet vatten, waarom een predicatie beëindigd moet worden met het woordje „Amen". Je zegt: dat hoort op het eind van een gebed. Inderdaad hoort het daar ook. Zie het Gebed des Heeren in Matth. £> Het wordt besloten met „amen" en hiervan zegt in zijn verklaring de Catechismus, vr. 129: Amen, dat is te zeggen: het zal waar en zeker zijn, want mijn gebed is veel zekerder van God gehoord, dan ik in mijn hart gevoel, dat ik zulks van Hem begeer.

Maar daaruit mag je niet de gevolgtrekking maken, dat de prediking niet besloten moet worden met „amen", omdat het da)ï een gebed zou worden. Je zoudt willen, dat aan het eind van een predicatie gezegd zou worden: „het zij zo."

Het is ogenschijnlijk zo'n klein, verschil en die opmerking heeft misschien niets te betekenen.Maar het is ook mogelijk dat er bij mijn jonge vriend (en anders misschien bij anderen) achter deze opvatting wat meer verborgen ligt.

Daarom wil Baruch aan zijn jonge vrienden de ifolgende vraag stellen: Beseffen', jelui wet genoegzaam het karakter van de prediking?

Het is maar niet een stichtelijke toespraak, een troostrijke vermaning, maar een boodschap van Godswege. Wij moeten meer oog hebben voor het ambtelijke karakter van de prediking van Gods Woord. Daad ontbreekt nog wel eens iets aan bij oud en jong. Het gaat er maar niet om, wat deze of die dominee in een min of meer boeiende trant ons heeft te vertellen, of wat ons uit een „oude schrijver" wordt voorgelezen. Tot de dienst des Woords, tot de prediking'des Evangelies, roept God Zijn knechten om ze van Zijnentwege hun verderf en behoudenis aan te zeggen. Het is waar: de Heere bedient Zich daarbij van mensen, die elk naar gave en geaardheid en aanleg dat Woord uitdragen. Maar onder deze bediening moet de gestalte van ons hart zijn: Ik zal horen, wat de Heere spreken zal, want Hij zal tot Zijn volk en gunstgenoten van vrede spreken. Dat Woord komt nu met gezag.

Als Nicodemus des nachts komt tot de grote Leraar der Gerechtigheid, wordt hem de waarheid Gods voorgehouden met een: Voorwaar, voorwaar, (of: amen, amen) zeg ik u, tenzij een mens wordt wedergeboren, hij kan het Koninkrijk Gods niet z: en< .

Zie je wel, dat daar het „amen" wordt gevoegd bij de prediking. Als een dienstknecht des Heeren van 's Heeren wege de last zijner zending vervult, mag hij dat dan niet besluiten met: „amen"? Zo immers wordt Gods Woord bevestigd door hen, aan wie God gezegd heeft: , .Gijlieden zult Mijn getuigen z'jn."

Aan Johannes wordt bevolen: Schrijf: „Zalig zijn zij die geroepen zijn tot dc bruiloft van het avondmaal des Lams". En dan volgt dc bevestiging, het amen: „En hij zeide tot mij: Deze zijn dc waarachtige woorden Gods."

Beseffen mijn jonge vrienden en vriendinnen de ernst der prediking wel? Het is maar niet een N gunnende toespraak, die besloten wordt met een even gunnend: „het zij zo".

God zal het woord Zijner knechten bevestigen. Die liggen voor rekening van hen, tot wie het woord der zaligheid gezonden wordt. Het geve een heilig beven hun die het horen, 's Heeren Geest als een Geest der overtuiging geve ons amen te zeggen, gelovig té omhelzen, wat ons gepredikt wordt van wet en evangelie.

Hoe velen gaan het Woord „beluisteren", hebben een zeker vermaak in de verklaring en ontvouwing daarvan, maar van wie geldt: Gij zijt hun als een lied der minnen, als een die wet speelt; zij horen uw woorden, maar zij doen ze niet.

Verstaat mijn jonge vriend nu beter, wat dat „amen" aan het eind der prediking betekent? Als hij zo het Woord hoort, zal hij ook niet aan het eind zeggen: „zo zij het". Maar „amen", de Heere heeft gesproken.

BARUCH

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's

Briefwisseling met mijn jonge vrienden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1947

Daniel | 8 Pagina's