VOOR onge Militairen
SCHRIJVEN.
Ik heb de laatste tijd ontzettend veel brieven ontvangen. Ik heb een hele stapel naast me liggen. Dat doet Krijgsman goed hoor! Toen „Daniël" pas was opgericht heb ik eens advies gegeven inzake de vaccinatie en schreef toen aan onze Hoofdredacteur, dat indien er jongens waren, die met moeilijkheden zaten ik wel genegen was om deze jongens — indien mogelijk — te helpen. De Hoofdredacteur, niet van handigheid ontbloot, schreef me onmiddellijk terug: , , Zo'n man zocht ik nu juist" en hij benoemde mij meteen maar als medewerker. Wil je wel geloven, dat de moed me in de •schoenen zakte toen ik dat las. Ik ben een krijgsman f n geen journalist. Daar moet je letters voor hebben *~ geten en de gave bezitten om te kunnen schrijven. Ik wil je wel eerlijk bekennen jongens, dat ik beter met een Bren kan omgaan, dan met mijn pen. Indien jullie mij dan ook niet steunen in mijn werk, dan komt er niets van terecht. Daarom ben ik zo ontzettend blij met jullie brieven. Dan vat ik weer moed als ik die gelezen heb. Dan is het net of ik midden tussen m'n jongens zit. Nu wil ik jullie één ding verzoeken. Je moet niet zo dikwijls schrijven, dat je m'n stukjes zo mooi vindt, want dan zou ik werkelijk gaan denken, dat ik nog schrijverstalenten bezit en heus, als je eens wist wat een moeilijk werk het is om steeds maar weer wat nieuws te schrijven. Dan merk je pas dat je geen schrijver van beroep bent. t
Weet je waar ik veel op let als ik een brief van jullie ontvang? Of er niet eens één bij is, die het met God heeft te doen gekregen. Ik bedoel zo'n zuchter, een waarbij de zonde nog eens zonde is geworden. Want weet je wat me is opgevallen? Van de 10 brieven, die ik ontvang zijn er 9 bij, die eindigen met een klacht. Nou is klagen goed hoor, indien het uit het hart geschied. De klacht n.1., dat we God vrijwillig en moedwillig hebben verlaten en dat onze zonden een scheiding maken tussen God en onze ziel. Maar die klacht is het niet. Wat d< an wel? Deze. Bijna alle jongens klagen, dat ze de zuivere verkondiging van Gods Woord zo missen. Dat ze, toen ze nog in Holland waren zo weinig de prediking van Gods Woord hebben gewaardeerd.
O, schrijft me een jongen, kon ik hier in Indië nog eens één keer Gods Woord horen verklaren, zoals ik dat thuis altijd gewoon was.
Bedenk daarom, jongens in Holland, dat je nu nog in de mogelijkheid bent om 's Zondags op te gaan onder de zuivere bediening van Gods Woord. Ik kan de klacht, van deze jongen zo goed verstaan. Een mens van nature waardeert iets pas als hij het mist. Zo lang we ih de gelegenheid zijn om iedere Zondag op te gaan naar Gods huis, och dan is dat een vanzelfsheid; maar als we deze gelegenheid missen, ja, dan merken we pas de grote waarde daarvan. Wat al een aansporing om op al die roepstemmen toch acht te geven. Want daar breekt een andere tijd aan. Daar komt een tijd dat we van dit alles verstoken, ja voor eeuwig verstoken zullen zijn. Daarom is het gemis, waarin onze jongens verkeren, wel erg, doch nog maar betrekkelijk. Dat zal wat zijn jongens! We hopen, dat de jongens in Indië nog eens de tijd mogen beleven, dat ze weer in en uit mogen gaan en dan in alles zullen tonen, hoe het gemis soms tot waardering leidt. \
Ik ben blij jongens, dat je nog niet zo ver afgedwaald ben, maar het is niet genoeg. We beloven zo veel als we in nood zitten, maar onze ouden zeiden wel: „onze beloften blijven op bed liggen en wij Stappen er uit."
Van harte hoop ik, dat het bij jullie zo niet mag zijn.
Ik had eigenlijk heel wat anders naar jullie willen schrijven, maar ik schrijf veelal zoals het in mijn hart is. Dat moeten jullie nu ook maar doen. Daar zijn jongens bij, die schrijven me: ik kan haast geen brieven schrijven en ik heb geen stijl enz., enz. Och jongens, je moet dit maar goed onthouden: We zijn niet veel edelen en we zijn niet veel wijzen, maar weet je waar het op aankomt? Op het ware, het oprechte, en dat is altijd eenvoudig en ongekunsteld. En of je nou veel fouten schrijft of weinig, daar kijkt Krijgsman niet naar, want ik weet zeker , dat ik ze zelf ook volop maak. Dus daarover geen zorg en geen valse schaamte voor elkaar.
Of ik jullie allemaal persoonlijk terug zal kunnen schrijven weet ik niet. Daar is bijna niet aan te beginnen, zoveel brieven heb ik ontvangen. Ik denk, dat ik de volgende keer D.V. op iedere brief heel kort zal terug komen in „Daniël", natuurlijk zonder namen te noemen. Jullie schrijven alleen naar Krijgsman en die neemt er kennis van, verder niemand.
Van twee brieven moet ik nog wat zeggen. De ene brief is een heel lelijke; of hij van een jongen is van onze Gemeenten weet ik niet. Het is ook wel eens goed dat je niet altijd geprezen wordt. Ik kom daar nog wel op terug.
De andere brief heeft me bedroefd, want die is van een jongen van onze Gemeenten en die jongen is ver afgedwaald. Erger nog is, dat hij dit zelf niet beseft. Ook op deze brief hoop ik D.V. terug te komen. Mijn stukjes waren wat lang, hebben ze van de Redactie
gezegd, en een van de militaire deugden is het „gehoorzamen". Dus jongens, tot de volgende keer dan hè? Hartelijke groeten en Gode bevolen van
KRIJGSMAN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1947
Daniel | 8 Pagina's