Gewijde Geschiedenis N.T.
(Luc. 4 : 14—30).
Jezus in de Synagoge te Nazareth.
I. Hij wekt verwondering door Zijn prediking.
H. Hij ontdekt het ongeloof door Zijn waarheid.
III. Hij beteugelt de boosheid door Zijn majesteit.
Het eerste wonder heeft Jezus gedaan te Kana Galilea. in
Vele wonderen heeft Hij verricht in Kapernaum. Ook in Zijn vaderstad zal Hij Zich openbaren als de beloofde Messias.
De burgers van Nazareth hebben Hem gezien als een bijzonder mens, doch niet als de Messias.
Van Zijn wonderen hebben zij gehoord en zouden het op prijs stellen als Hij ook zulke wonderen deed in de stad waar Hij zo lang heeft gewoond.
Op zekere Sabbath begaf de Heere Zich naar de Synagoge waar Hij zo vaak Zich had neergezet. Een Synagoge was een eenvoudige vergaderzaal. Er stond oen kast waarin de wetrollen en de profetiën werden bewaard.
Voorts zag men er een katheder, van welke plaats de lezing der Wet geschiedde.
Dan waren er de voorgestoelten, die gaarne door de Farizeën werden ingenomen.
Een voorname Rabbi, Overste der Synagoge genoemd deed het gebed, waarna de Wet werd gelezen en in bepaalde volgorde een gedeelte der profetie.
Toen de Heere Jezus in de Synagoge was, Jesaja 61 gelezen worden. moest
Waarschijnlijk op verzoek van de Overste der Synagoge, heeft Christus dat gedeelte van Jesaja's profetie gelezen en verklaard.
Heden is deze Schrift in uwe oren vervuld.
Jesaja profeteert van het Nieuw Testamentische jubeljaar, dat met de komst van de Messias zou aanvangen.
In het Israëlitisch jubeljaar, dat om de zeven maal zeven jaren gevierd werd, werd ieder die dienstbaar was ontslagen, en keerden de goederen, die door armoede of andere redenen in vreemde handen waren overgegaan, tot de oorspronkelijke bezitter terug.
Christus is de ware Losser.
Hfl maakt vrij van de dienstbaarheid der zonde en geeft de gewisse weldadigheden Davids aan de armen van geest.
De armen en gebondenen kunnen nu rijk en vrij worden gemaakt, want de Messias is gekomen. Nog nooit hadden de burgers van Nazareth woorden gehoord. zulke
Zij verwonderden zich.
Hun ongeloof belette hen echter, om de Zoon van Jozef als de ware Messias te aanvaarden.
Hun verwondering maakt plaats voor verbittering. Vooral als de Heere gaat zeggen, dat er vele melaatsen waren in Israël ten tijde van Eliza, maar dat slechts Naaman genezen werd.
Dat er vele weduwen waren in de dagen van Elia, maar dat de Heere de profeet zond naar Zarfat.
Als men Zijn leer niet aanneemt heeft het doen mn wonderen geen uitwerking.
Omdat de Heere jood en heiden op één lijn stelt ontsteken ze in woede.
Hun blik wordt dreigend, hun vuisten ballen zich. Men dringt Hem naar buiten met de bedoeling om Hem van de steilte waarop hun stad gebouwd is, te pletter te doen vallen.
Er gaat echter majesteit van Hem uit en zo wordt hun boosheid beteugeld.
Wat is het ongeloof een vreselijke macht.
De zonde tegen de Wet wordt zwaar gestraft. De zonde tegen het Evangelie zwaarder.
Er is echter een tweeërlei ongeloof.
Het ongeloof van de vijanden die niet willen, en het ongeloof van Gods kinderen die niet kunnen.
Calvijn zegt: Waar de vonk van het geloof is ook de rook van de twijfel. brandt,
Zij het onze verzuchting om met die beproefde vader uit te roepen: Ik geloof Heere, maar kom mijn ongeloof te hulp.
Bronnen:
Henry. Sillevis-Smit. Stock. v. Andel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1947
Daniel | 8 Pagina's