JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

§12. EEREDIENST, TUCHT EN ORGANISATIE VAN ± 180-300.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

§12. EEREDIENST, TUCHT EN ORGANISATIE VAN ± 180-300.

4 minuten leestijd

§12. EEREDIENST, TUCHT EN ORGANISATIE VAN ± 180—300.

In Joh. 17 : 19 zegt Christus tot Zijn Vader in het Hoogepriestcrlijk gebed: Ik heilig Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid". Christus is niet alleen gegeven tot wijsheid en rechtvaardigheid, maar ook tot heiligmaking en volkomen verlossing. Alleen in Christus is de heiligheid van Gods volk. Deze

Deze rijke troostbron had voor de oude kerk vrijwel geen beteekenis. Immers, volgens ha& r opvatting werden in den Doop de vroegere zonden gedelgd, dus het recht vaardig-zijn voor God verkregen; maar voor de rest van het leven, voor de heiligmaking dus, had die Doop geen waarde. Dat was iets, dat voor rekeningvan den gedoopte lag. De Doop verplichtte tot een heilig leven, om de Doopgenade te behouden.

Zoo werd de Doop tegelijk overschat en onderschat. Tevéél waarde hechtte men er aan, omdat die Doop de plaats van Christus in ging nemen. Immers, niet de I> oop vergeeft ons onze zonden, maar in Christus alleen hebben wij vergeving. Deze óverschatting van den Doop beteekende tegelijk een onderschatting, want nu beteekende de Doop niets meer dan onze rechtvaardigheid voor God en verder liet ze den mensch in de steek. Hij moest voor de rest zélf zorgen.

Gods kind acht zich echter gelukkig, dat Christus niet slechts de Toegangspoort tot den weg ten hemel is, maar, Gode zij dank, óók de Weg tot den Vader is, om Zijn volk te leiden, ondanks hun veelvuldige afwijkingen en struikelingen, tot Zijn heerlijkheid.

Deze. inleiding was noodig, om de strijd over vraagstuk der Tucht in de oude kerk te verstaan. liet

Indien de oude kerk gelijk had in haar opvatting, dat de Doop alleen maar toegangspoort is, maar dat de mensch verder zélf den weg bewandelen moet, dan moest ze volkomen heiligheid eischen van haar lidmaten. Dan moest de allergeringste overtrediag van eenig gebod Gods onmiddellijk gevolgd worden door ban en afsnijding. Maar ja, dat was toch al te erg! Weldra werd het al minder. Alle zonden konden vergeven worden na boetedoening, behalve de drie doodzonden: moord, echtbreuk en afval van 't geloof.

Wanneer de kerk iets begrepen had van de geestelijkheid der wet, dan zou ze tot deze onderscheiding tuschen lichte en grove, vergeeflijke en onvergeeflijke zonden niet gekomen zijn! Maar helaas, in alles blijkt de veruitwendiging der kerk. Het geestelijke karakter van heel de godsdienst was allengskens buiten de horizont der kerk geraakt. Op deze weg kon voor het probleem der tucht nooit een degelijke oplossing gevonden worden. Tóch heeft de practijk de kerk dikwijls tot een beslissing gedrongen, die in openlijke tegenspraak was met haar leer en veeleer thuishoorde in de waarachtige Evangelische leer der genade.

Calixtus, de bisschop van Rome, zag zich in 217 voor het feit geplaatst, dat menschen, die schuldig bevonden waren aan echtbreuk, (dus één van de doodzonden!), door de ban afgesneden moesten worden. Blijkbaar heeft hem de verantwoordelijkheid voor het zieleheil van deze zondaren toch te zwaar gedrukt, dan dat hij ze durfde prijsgeven aan de wereld. Zoo kwam hij er toe, om een edict uit te vaardigen, waarin verkondigd werd, dat er ook voor echtbreuk vergeving mogelijk was, tenminste na zware boetedoening.

Jaren later, in de Decisch-Valeriaansche vervolging, (waarover een volgende paragraaf zal handelen!) werd ook voor afvalligen, die er toen in zoo grooten getale waren, vergeving opengesteld. In Carthago wilde de gemeente, dat wat al te gemakkelijk en lichtvaardig doen. Daartegen trad de wijze, herderlijke kerkvader Cyprianus echter wat matigend op.

In Rome was het juist omgekeerd. Daar moest de bisschop Cornelius de felle tegenstand der „preciesen" trotseeren, die van geen wederopname van bedrijvers van doodzonden weten wilden. Cyprianus en Cornelius waren het gelukkig roerend eens en trokken één lijn: Cyprianus tegenover de al te „rekkelijken", Cornelius tegenover de al te „preciesen". Die „preciesen" in Rome scheidden zich af en vormden een aparte gemeenschap. Zij noemden zich de „Katharoi", de reinen.

In de grond der zaak stonden deze „reinen" in hun recht, als consequente doorvoerders van het Doopsbegrip der oude kerk.

Maar intusschen was er een nieuw kerkbegrip opgekomen: De kerk was een gemeenschap van schapen en bokken, zooals in Noachs ark reine en onreine dieren gehuisvest waren. Daarmee werd de kerk dus volkskerk. En dat is een beleediging voor Christus, als Bruidegom en Hoofd der kerk! Het wezen der kerk werd ingeruild voor de jammerlijke openbaring der kerk! Maar dat gaat niet op! De kerk is een heilige vergadering van ware Christgeloovigen, alle hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus. Wie lid is van die kerk, zonder waarachtig te gelooven, is een hypocriet, een huichelaar. Als dè, t meer beseft werd, óók door ons, zouden wc minder gemakkelijk over ons onbekeerd-zijn spreken en meer ernst maken met ons afleggen van belijdenis! Er zou minder „zwaarheid" en meer waarachtige levensernst gevonden worden'

d. H,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1947

Daniel | 8 Pagina's

§12. EEREDIENST, TUCHT EN ORGANISATIE VAN ± 180-300.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1947

Daniel | 8 Pagina's