De uitstorting des Heiligen Geestes.
Nog enkele dagen en wij mogen weer herdenken den uitstorting des Heiligen Geestes.
Helaas, wat ontaarden de Christelijke feestdagen in sport en spel, zoodat er geen oor en oog is voor de groote heilsfeiten tot zaligheid van verloren Adamskinderen. Maar al is het, dat wij uitwendig dit feest meevieren in den weg van des Heeren ordinantiën, toch hebben ook wij dan noodig dat de Heilige Geest in ons hart woning maakt. En dat is de beteekenis van het Pinksterfeest.
De Heilige Geest, de derde Persoon in het aanbiddelijk Wezen Gods, is nedergekomen. Hij heeft Zijn volk gemaakt een tempel des levenden Gods. Gelijk de Zone Gods nederkwam in onze menschelijke natuur in Bethlehem's stal. Toen klonk het „Immanuël", God met ons. Zoo ook is de Heilige Geest nedergekomen op den Pinksterdag, om te werken dat groote wonder „God in ons". Hoe diep zijn wij allen in Adam gevallen, zoodat wij van nature zonder God in de wereld zijn en verkeeren onder den zwaren toorn Gods. Hoe hebben wij onszelf van God losgescheurd en zijn den Satan toegevallen. Wee onzer, dat wij zoo gezondigd hebben.
Ontzettend, dat voor die diepe ellende het oog des menschen van nature gesloten is.
O, zie eens, vooral op de Christelijke feestdagen, hoe Christelijk en onchristelijk wij die dagen misbruiken, werkelijk, dan past een woord van vermaan ook onze jonge menschen, om eens te bedenken, wat toch het Pinksterfeest beteekent. Hoe noodzakelijk het is, dat ook wij persoonlijk die genade noodig krijgen, dat Gods Geest woning in ons hart make. En dat zulks mogelijk is, omdat de grond daartoe in Jezus Christus ligt. In Hem, Die de toorn Gods voor de Zijnen gedragen en weggedragen heeft. Hij is zonde gemaakt, en daarna verheerlijkt aan des Vaders Rechterhand. Hij is ten hemel gevaren om die Trooster te zenden, die bij Zijn volk zal blijven in der eeuwigheid.
Hoe groot zou dat voorrecht zijn, lezers, als die Geest ook in u uitgestort werd. Het is het allernoodzakelijkste, om vernieuwd en vereenigd te worden met den Drieëenigen God. Zonder dien Geest liggen wij in diepte van ellende, maar waar de Geest des Heeren is aldaar is vrijheid.
Hoe wordt in onze oppervlakkige dagen het werk des Geestes ontkent en ook Zijn werking niet benoodigd.
Wat zal de dag der eeuwigheid openbaren, denk maar aan de dwaze maagden. Al wandelden zij op denzelfden weg als de wijze, al was er geen verschil in hun lampen, het onderscheid lag dieper, immers geen olie in de vaten.
Vreeselijk was hun gewaarwording, dat, toen de bruidegom kwam hun zaak niet in orde was, en ook niet meer te redden viel.
O, laat dat ons tot zelfonderzoek leiden, opdat wij toch niet in dat zelfde oordeel vallen. De Heere storte Zijn Geest nog rijkelijk uit.
Hij mocht den hof van Zijn kerk doorwaaien, met den Noorden- en Zuidenwind Zijns Geestes, opdat vervuld moge worden, wat door Jesaja gesproken is:
„Ik zal water gieten op den dorstige en stroomen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen, en zij zullen uitspruiten tusschen in het gras als wilgen aan de waterbeken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1947
Daniel | 8 Pagina's