JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze Catechismus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Catechismus

5 minuten leestijd

Van nature zijn alle menschen kinderen des toorns. „En wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen" (Efez. 2). Het zal niet baten, al meenen wij met Israël op reis te zijn naar het beloofde land, wanneer wij niet weten, wat het is, door het geloof te vluchten tot Hem, die Gods vollen toorn heeft gedragen en doordragen als Borg. „Zoo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn: Indien zij in Mijn rust zullen ingaan" (Hebr. 3). Hij, die God eenigermate heeft leeren kennen in de sterkte van Zijn toorn en in Zijn verbolgenheid, naardat Hij te vreezen is, weet het zeer wel, waarom Paulus drie dagen lang gevast en gebeden heeft, toen God hem in Zijn vijandschap gegrepen en gearresteerd had. Met klaarheid wordt Gods groote toorn ons door den Bijbel voor oogen gesteld en wij kunnen erop rekenen, dat het vreeselijk zal zijn, in het uur van ons sterven onbekeerd te vallen in de handen van den levenden God, daar Hij een wreker is van het kwade en dat zeer grimmig. Daar zijn er, die het gevoelen in hun harten en die beven en sidderen, bij dagen en bij nachten, onder de majesteit van Gods verbolgenheid en zeggen: „Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben." De zondaar tast God aan in Zijn bestaan, door Hem te negeeren. Hij leeft en doet, alsof God niet bestaat. Zoo deed de mensch in het eten van den verboden boom, want hij wilde zijn eigen heer en meester zijn. De mensch komt op den weg der zonde in de praktijk van zijn leven God geheel uit te schakelen en doet, alsof Hij niet bestaat. De mensch wil niet leven uit de vaderlijke hand der Goddelijke Voorzienigheid in afhankelijkheid des harten.
De zondaar tast God aan in Zijn bestaan, door Hem te haten. In de zonde komt de mensch in botsing met God, daar hij zich niet kan uitleven, zooals hij zich dat had voorgesteld. God staat hem in den weg en dat doet hem God haten in Zijn bestaan. De mensch wil het voor den Allerhoogste niet opgeven.
De zondaar tast God aan in Zijn bestaan, door Hem te vloeken. Als elke vloek een druppel water was, dan zou de zee dat water niet kunnen bevatten. Het is niet te zeggen, hoeveel vloeken uitgebracht worden tegen God, om Hem in Zijn bestaan te verachten. Ieder mensch gevoelt zich in zijn bestaan aangetast, als hij bespot en uitgescholden wordt en hoe oneindig veel erger is het, den Allerhoogste zoo aan te tasten in Zijn bestaan.
Hierover moet God toornen; dit kan Hij niet gedoogen. Voorwaar, de Heere is een God, die te allen dage toornt. Zijn toorn is een eeuwige toorn.
God toornt over de zonde, daar de zondaar Hem aantast in Zijn liefde. Aan God verwant door het beeld Gods, deelde de mensch in Zijn liefde. In alle handelingen Gods met den mensch in den staat der rechtheid, schittert Zijn liefde ons tegen. Zelfs in den boom, dien Hij ons onthield, was Zijn liefde, daar Hij er door getuigde tegen de zonde. Uit liefde tot den mensch, stond Zijn liefdehart altijd voor ons open, met den tempel van Zijn heerlijkheid in den hemel. Door het geloof, dat ook in den staat der rechtheid werkte door de liefde, kon de mensch steeds verder treden in gemeenschap met God en steeds hooger klimmen in de heerlijkheid van God. Inplaats van dat te doen, heeft de mensch door zijn moedwillige ongehoorzaamheid, God aangetast in Zijn liefde, door Hem tot een leugenaar te stellen. De mensch dacht in zijn hart: „God heeft den boom der kennis des goeds en des kwaads ons niet onthouden om ons te waarschuwen, maar om het ons onmogelijk te maken, Hem gelijk te worden". Erger kon het niet. Oordeel zelf, heeft de mensch God niet op een verschrikkelijke wijze aangetast in Zijn liefde?
En nu is de openbaring van Gods liefde in Christus nog oneindig veel heerlijker dan in het Paradijs, daar God in Hem met Zijn liefde komt tot vijanden. En de mensch, die God in Zijn liefde heeft aangetast, door Hem tot een leugenaar te stellen, gaat daarin voort. Wij zijn gekomen in den staat des ongeloofs en het ongeloof kan en wil geen goed denken van God. Gelijk het geloof werkte door liefde tot God, werkt het ongeloof door vijandschap tegen God. Hierom vertoornt Hij zich schrikkelijk over onze aangeborene en werkelijke zonden.
God toornt over de zonde, daar de zondaar Hem aantast in Zijn wijsheid, die Hij in al Zijn werken openbaart. „Hoe groot zijn uwe werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt." De wijsheid Gods was in den mensch, daar hij versierd was met kennis, zij omringde hem van alle kanten, daar de geheele schepping voor ons een openbaring van Gods wijsheid is. De alleenwijze God had den mensch onderwezen in den weg, dien hij had te bewandelen en zoo kende hij den weg, die ten leven en het pad, dat ten verderf leidde. In de zonde verheft de mensch zich in zijn dwaasheid tegen de wijsheid van God, met één slag wendt hij het rad van zijn geboorte om en werpt hij den tempel van Gods wijsheid in puin en zoo moet God toornen tegen onze dwaasheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1947

Daniel | 8 Pagina's

Onze Catechismus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1947

Daniel | 8 Pagina's