JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Arbeidsplicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Arbeidsplicht

5 minuten leestijd

De grote oorlog, die pas achter ons ligt, heeft een wereld achtergelaten, bloedend uit vele wonden. Het is ondoenlijk het leed te beschrijven, dat over de aarde gekomen is. Het is onzegbaar leed, dat geleden is en waaraan de mensheid nog lijdt. Nog steeds is de vrede niet getekend. Een donkere toekomst ligt vóór ons.
Boven de materiële schade steekt hoog uit de morele ellende, die over ons is gekomen. En tot die morele inzinking behoort wel de schrikkelijke arbeidsschuwheid. En nu weet ik wel, dat de bezettingstijd de arbeiders leerde saboteren en lijn-trekken, maar dat had een bepaald doel: het was afbreuk voor den vijand. Ieder die werken moest onder en voor het Duitse regime wist, dat het minste, dat gedaan werd toch schadelijk was voor de Nederlandse zaak en het geringste werk, dat verricht werd, ten goede kwam van het nationaal-socialisme.
Die tijd is gelukkig voorbij. En we hadden gehoopt, dat het nu anders zou gaan; dat iedereen nu flink de handen uit de mouwen zou steken. Hoe zijn we daar beschaamd mee uitgekomen!
Algemeen is de klacht: geen werkvolk en als je werkkrachten hebt, wat dóén ze dan nog?
Dat is heel erg en diep te betreuren, en het tekent de mentaliteit van het volk. Een volk, dat niet meer werkt, gaat te gronde.
Kent ge ze niet, de straatslijpers, die het leven doorgaan met nietsdoen; die schijnbaar van-de-wind-leven en meestal door oneerlijke middelen aan de kost komen? Praat met dezulken niet over werken!
Er is een geest over het mensdom gekomen, die funest is: zo weinig mogelijk arbeiden en zo veel mogelijk verdienen. Dat is een verderfelijke geest. Het tekent zo duidelijk hoe ver we van God af staan.
Arbeid is geen straf. Het was Adams taak vóór de val om te arbeiden. Onze eerste voorvader moest de hof van Eden bouwen en bewaren. En God zag alles wat Hij gemaakt had en het was goed. Dus ook Adams taak in het Paradijs; ook de arbeid. De arbeid kwam dus niet na de zondeval. De arbeid behoort niet tot de vloek, maar de arbeid is een zegen. Het eerste mensenpaar heeft arbeidsvreugde gekend. Er was vóór de val geen leed, verdriet en teleurstelling.
Na de val wordt het anders. De gevallen mens zou zelf bepalen wat goed en kwaad was; zelf zijn zaken besturen en den Heere er buiten laten. De band met God werd losgemaakt. Nu konden de gevolgen niet uitblijven. Het aardrijk vervloekt; met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten. De vloek kwam over alles, ook over de arbeid. De arbeid was van zijn oorspronkelijke inzet vervreemd. De vloek kwam er op te rusten, met al de ellendige gevolgen er van.
Toch blijft de eis des Heeren om zó te leven voor Gods aangezicht om God lief te hebben boven alles en onze naasten als ons zelf. Ieder mens heeft zijn roeping te vervullen. 't Is een roeping van God. Elk heeft een werkkring waarin hij geplaatst is om, in gehoorzaamheid aan God, zijn krachten en talenten te besteden in dienst van de naaste. Ons leven dient geleefd te worden tot eer van God en tot heil van de mensheid.
Hieruit volgt hoe ver we van het juiste pad zijn afgegaan als we de arbeid gaan schuwen. De arbeid maakt het menselijk bestaan middellijker wijs mogelijk.
Nu zien we ook hoe schrikkelijk de tijd was vóór de oorlog met de ontzettende werkloosheid in schier alle landen. Het was een vloek, die op de wereld rustte. Het menselijk bestaan werd aangetast. Daarbij kwam nog, dat ledigheid des duivels oorkussen is.
In het oude Rome riep men om brood en om spelen, maar niet om arbeid. De val van het Romeinse Rijk was nabij. Dat was het natuurlijke gevolg. Het kon niet uitblijven.
De arbeid is ons gegeven om middellijker wijs door dit leven te komen. We hebben elkander nodig. We moeten onze naasten dienen. Zoals in een goed geordend huisgezin elk lid van dit gezin werkt tot heil van elkander, zo dient het ook te gaan in de maatschappij.
Wel mogen we werken om onze positie te verbeteren, maar werken om rijk te worden is gevaarlijk. „Die rijk willen worden, vallen in de strik, " zegt Salomo.
Gezien de grote armoe en het schrikkelijke gebrek aan vele dingen in ons land, moest het ons dubbel aanzetten om te arbeiden, kon het zijn met vreugde, zoveel in ons vermogen is.
Onze jonge mensen vooral moet het op het hart gedrukt worden, dat we geroepen zijn om te arbeiden, een ieder in het zijne, tot heil van onze medemensen. Het is de roeping van God, die het van ons eist.
De Heere Jezus werkte zolang het dag was.
Mochten we de les van Paulus ter harte nemen (2 Thes. 3: 10—12):
„Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, ook niet ete. Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende. Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende hun eigen brood eten."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1947

Daniel | 8 Pagina's

Arbeidsplicht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1947

Daniel | 8 Pagina's