Kerkgeschiedenis
§ 11. DE THEOLOGIE DER OUDE KERK.
De Gnostische strijd heeft de Kerk weer teruggeroepen tot Gods Woord. Tegenover dit heidensche stelsel met haar Christelijk gewaad moest de kerk teruggrijpen naar de eenvoudige waarheid der Schrift. Daar was ze ook zèif geheel van afgeweken. Dat zien we duidelijk weerspiegeld in de theologie van den tijd, vóórdat de Gnostiek de kerk bedreigde; dat is dan de theologie der Apologeten (d.i. „verdedigers der waarheid"). Wat die Apologeten schreven, was niet veel anders dan een heidensch stelsel onder het dekkleed van Christelijke termen. Volgens hen beteekende Christendom niet veel anders dan wat gezond verstand met een ernstig zedelijk leven. Christus is het groote Voorbeeld. Hij heeft ons den weg gewezen en wij moeten die met onze vrije wil nu ook bewandelen. Christus is de „Logos", het Woord. De heidenen hebben ook hun Logos, maar onder hen bestaat daarover geen zekerheid. Die is er alleen bij het Christelijke geloof te vinden.
Inderdaad hadden de heidenen een Logos. Dat was dan een bemiddelend tusschenwezen tusschen God, die een oneindig verre en eeuwige Geest is, en de stoffelijke vergankelijke wereld. Die Logos was dan een door God geschapen iets, dat tusschen deze beide uitersten, n.1. God en de wereld, in ligt. Die gedachte namen nu de Apologeten ook over! Daarmee was Christus dus een geschapen wezen geworden. De kiem voor het latere Arianisme zat daar reeds in! En op het standpunt van deze Apologeten was de mensch niet gansch en al bedorven, maar door demonen verleid. Christus is gekomen als het „Woord", het „Verstand", de „Wijsheid", om den mensch weer op het goede pad te brengen, door hem dat aan te wijzen en zelf te bewandelen.
Wij zien wel, hoeveel dit gemeen heeft met de Gnostiek. Genade is heelemaal niet noodig. Welke waarde blijft er over voor den dood en opstanding van Christus? Immers niets!
Het gevaar der Gnostiek is dan ook buitengewoon groot geweest. En het blijft een wonder, dat de kerk daarin niet is opgegaan, maar dat de Heere Zijn gemeente daaruit heeft verlost en teruggebracht tot Zijn eeuwig Woord! De Gnostiek, die naar menschelijke gedachten geheel de kerk moest opgeslokt hebben, is juist het middel geweest, om haar terug te voeren van haar dwaalweg tot de Bijbelsche banen. Overigens zijn er natuurlijk onder de niet-geletterden wel hervormende krachten geweest, maar de kerk als geheel leverde toch min of meer hef beeld op, dat in de geschriften der Apologeten weerspiegeld is en dat wij hierboven schetsten.
Wanneer wij nu de theologie uit de periode tijdens en na den Gnostischen strijd bezien, dan bemerken we wel veel, dat nog allerminst getuigt van een recht verstaan der Schriften, maar dat koud-verstandelijke en geleerde is toch verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een warmere, meer Bijbelsche beschouwing. Er is geen sprake van passen en meten, om Gods Woord te wringen in een heidensch stelsel. De Vroeg-Katholieke Vaders (zoo worden ze genoemd!) hebben zich willen buigen onder dat Woord, om daaruit hun stelsel op te bouwen. Dat hebben ze allen op hun eigen wijze geprobeerd. Dat hing samen met hun herkomst en met het onderwijs, dat ze genoten hadden. Irenaeus, de Kleinaziaat deed het op andere wijze dan Tertullianus uit Noord-Afrika, die advocaat was. En Origenes, die te Alexandrië in Egypte een degelijke wijsgeerige opleiding genoten had en daar later „professor" werd aan een soort Christelijke „Hoogeschool", had weer een andere methode. Zij zijn de voorloopers geworden van 3 belangrijke richtingen of scholen, n.1. van de Kleinaziatische, de Westersche en de Alexandrijnsche school. Later komen we daarop nog breeder terug.
De theologie van Irenaeus is sterk beïnvloed door Johannes. Dat is heel begrijpelijk, want de leermeester van Irenaeus, Polycarpus van Smyrna, was een leerling van Johannes! Datzelfde geheimzinnige, duistere en bovennatuurlijke, dat in de geschriften van Johannes zoo met voorliefde behandeld wordt en dat we de mystiek van Johannes noemen, vinden we ook bij Irenaeus terug. Zijn theologie is gebouwd op de Vleeschwording des Woords, zooals dat in Joh. 1 beschreven wordt. „God werd mensch, opdat wij der Goddelijke natuur deelachtig zouden worden"; deze zin staat in het middelpunt van zijn denken. De menschheid was door God voor de onsterfelijkheid bestemd, maar door Adams val is dat onmogelijk geworden. Het menschelijk geslacht is daarmee prijsgegeven aan de vergankelijkheid. De gehoorzaamheid, die Adam nagelaten heeft, heeft Christus volbracht. Al wie door het geloof dit Vleeschgeworden Woord aanschouwt, ontvangt het eeuwige leven. Christus heeft het H. Avondmaal geschonken als geneesmiddel tot onsterfelijkheid.
In deze theologie ontbreekt het lijden en sterven van Christus geheel. Daar wist Irenaeus geen raad mee. Want de vloek der wet was geen werkelijkheid voor hem. De mensch was niet verdoemelijk voor God, maar vergankelijk; niet boos en gruwelijk, maar ongelukkig. Niet de tegenstelling zonde — genade, maar vergankelijkheid — onsterfelijkheid, vinden we bij hem. Hij ging niet tot de oorsprong terug, maar bleef bij de gevolgen staan!
Heel anders is het met Tertullianus gesteld. Hij, de rechtsgeleerde, die sterk onder invloed stond van de Romeinsche maatschappij, waar alles wettelijk geregeld was, heeft sterken nadruk gelegd op de rechtsverhouding tusschen God en mensch. Hij was ook de eerste Christelijke schrijver, die in het Latijn schreef. En in die Latijnsche taal heeft hij allerlei uitdrukkingen gevonden, die thans nog door ons gebruikt worden. Woorden als Drieëenigheid, religie, verdienste, voldoening, sacrament, enz. Daardoor is hij de vader van het Latijn als kerktaal geworden. Vooral voor wat betreft zijn formule's voor de Drieëenigheid, (één Wezen, drie Personen), en voor de naturen van Christus, (twee naturen, één Persoon), is hij belangrijk geweest, in verband met den strijd met Arius en over de naturen van Christus.
Omdat Tertullianus de verhoudingen tusschen God en mensch als een rechtsverhouding zag, kregen begrippen als wet, straf, voldoening en recht grooten nadruk. Hij had wel oog voor den dood van Christus, als noodzakelijk ter voldoening! Toch is er overigens van geen theologisch stelsel bij hem sprake. In verband met de latere leergeschillen is het alléén wèl belangrijk om te zien, hoe hij over de Drieëenheid en de naturen van Christus dacht. De eenheid stond bij hem voorop en daarom zag hij den Zoon en den Heiligen Geest als Personen van lageren rang dan den Vader. Bij Irenaeus is de Logos, dus Christus, in den vollen zin van Joh. 1 als waarachtig God gehandhaafd. Deze innerlijke tegenstrijdigheid zou met Arius op een openlijken strijd uitloopen. Ook de latere strijd over de naturen van Christus is hier in beginsel reeds aan te wijzen in het verschil tusschen Irenaeus en Tertullianus. De Kleinaziatische bisschop stelt de eenheid van den Godmensch voorop en legt sterken nadruk op de Godheid. Maar de Romeinsche advocaat heeft meer oog voor de tweeheid en geeft aan de menschelijke natuur grooter plaats. In dezen tijd gaf dat nog geen strijd. Daarvoor waren de theologische begrippen nog te ijl en te onvast. We moeten daarom met de uitdrukkingen van de schrijvers uit dezen eersten tijd altijd erg voorzichtig zijn en wèl bedenken, dat ook de theologie nog tot ontwikkeling moest komen. Voor de menschen uit dien tijd lag alles niet zoo klaargemaakt en eenvoudig als voor ons, die zooveel eeuwen van theologisch denken als erfenis hebben en 's Zondags daarin worden onderwezen van onze jeugd af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1947
Daniel | 8 Pagina's