Gegrepen om te grijpen
Niet dat ik het alreede gekregen heb, of alreede volmaakt ben, maar ik jaag er naar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. (Filip. 3: 12).
De man, die jagend en jachtend voorttrekt om te grijpen, moest gegrepen worden, daar GOD hem ten doel heeft.
Daar zijn bloed, het bloed der besnijdenis, met het bloed van zijn offerdier, veracht wordt door het bloed des Kruises, dorst hij naar het bloed der Christenen. Op het roode paard van een bloedige vervolging jaagt Paulus — nog staande in zijn vijandschap — naar Damaskus. Hij blaast nog dreiging en moord, al heeft hij Stefanus met blijdschap in den Heere, vermanend en biddend zien sterven.
Neen, het vuur der liefde, dat de Heilige Geest aanblaast en steeds feller doet branden, kan hij niet uitblazen, al blaast hij nog zoo fel dreiging en moord. Bijna heeft hij het volk van Damaskus in zijn greep, want hij is nabij de stad, waar hij hen denkt te grijpen. De man, die zijn handen uitstrekt om dat biddende volk te grijpen, wordt zelf gegrepen.
Gegrepen wordt hij in en door het licht van Gods majesteit en rechtvaardigheid. De bliksemstraal van Gods eeuwige liefde treft hem in het hart en hij valt in het stof der aarde. Hij wordt gearresteerd, ter verantwoording geroepen met de vraag: „Saul, Saul wat vervolgt gij Mij?" De man krijgt met GOD te doen. Het is Jezus, die door hem vervolgd wordt. Gevallen in het stof der aarde, blijft hij liggen. Hij is niet gelijk de bende in den hof van Gethsemané achterover gevallen van God af, maar voorover naar God toe. Niet slechts gegrepen in zijn consciëntie , maar in zijn hart. Hier leert hij den Heere Jezus niet kennen als Borg en Zaligmaker, maar als Rechter. Hij wordt gegrepen in zijn hoofdzonde en dat is: „Jezus van Nazareth vervolgen." Het is hem hard de verzenen tegen de prikkels te slaan, dat zal hem bloed en tranen kosten. Het dier, dat niet wil gelijk zijn eigenaar wil, slaat terug, verwondt zich zelf door de verzenen stuk te slaan tegen de prikkels. Paulus is het eigendom des Heeren, dat is hij van eeuwigheid, hij is een uitverkoren vat. De groote Pottenbakker bewijst, dat Hij macht heeft over Zijn leem, hetwelk Hij bereidt tot een vat Zijner groote barmhartigheid.
Door de toerekening van Christus' gerechtigheid is de liefde Gods in zijn hart uitgestort en geeft hij zich onvoorwaardelijk aan God over. Niet zijn wil, maar Gods wil is vanaf heden zijn levensregel.
Drie dagen heeft de Heere hem weenend en biddend laten liggen in zijn verlorenheid. Bevende vanwege het oordeel, dat op zijn ziel weegt, was hij verbaasd en verwonderd dat hij nog leefde en nog niet in de hel lag. Hij smaakt Gods goedertierenheid en dat vervrijmoedigt hem in het bidden. Hier is hij gestorven, hier is hij door de wet der wet gestorven. Hier heeft hij God in Zijn rechtvaardigheid omhelsd en geliefd. Met die gesteldheid des harten is hem Jezus Christus als Borg en Zaligmaker geopenbaard en geschonken in Damaskus onder de bediening van Ananias. In den doop heeft hij beleefd met Christus gestorven en begraven, maar ook opgewekt te zijn om in nieuwigheid des levens te jagen naar de volmaaktheid.
Paulus is geen volmaaktheidsdrijver, hij behoort niet tot degenen, die beweren, dat zij de volmaaktheid al verkregen hebben. Hij is in zichzelf nog een arme zondaar. Hij jaagt naar de volmaaktheid, naar de kroon der rechtvaardigheid, gelijk de loopers in de Olympische loopbaan. Het leven der genade dorst naar de volmaaktheid om den Heere volmaakt te dienen en te verheerlijken.
Tot op den dag van heden grijpt de Heere nog zondaren in het hart, al zien zij het licht, dat de oogen van Paulus als verschroeit, niet. Gelukkig is het zalig worden niet afhankelijk van des menschen welwillendheid. Welk een voorrecht door Gods Woord en Geest gegrepen te mogen worden in het hart, te mogen vallen in het stof der verootmoediging. Al zijn wapenen in te leveren en zich over te geven aan den Heere. Een biddend mensch te mogen worden. Wat is het werk der genade, de waarachtige bekeering toch eenvoudig en duidelijk!
Zij, die liggen in hun verlorenheid met een weenend en biddend hart, raden wij aan zich niet op te laten bouwen in hun verandering en werkzaamheden om buiten Christus om te komen tot het geloof van bekeerd te zijn. Blijft liggen in Uw verlorenheid voor God totdat Christus door Gods Woord en Geest U in het hart geopenbaard wordt. Hoe lang dat duren moet, weet ik niet, dien tijd bepaalt God. De Heere liet Paulus drie dagen liggen in de smarte der wedergeboorte. Degene, die Christus door het geloof heeft leeren kennen als Borg en Zaligmaker, zal met Paulus jagend grijpen naar de volmaaktheid. Wat uit God geboren is, dorst naar de eeuwige heerlijkheid om God te verheerlijken. Het zijn beklagenswaardige menschen, die jagen naar de Olympische spelen van deze wereld. Plaatst de Olympische loopbaan van deze wereld tegenover de Hemelsche loopbaan der genade, opdat het zou mogen worden in Uw hart: „Heere wat wilt Gij dat ik doen zal."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1947
Daniel | 8 Pagina's