BIDDAG
Wanneer Gij onze akkers komt bedauwen,
Ons schenkt op tijd de zomerzonneschijn,
Dat overal de weeld'rige landouwen
Met golvend graan een lust voor d'ogen zijn;
Wanneer geen vijand ons komt te benauwen,
Geen droogte d' akkers maakt tot een woestijn,
Zodat wij na de oogsttijd blij aanschouwen
Dat onze schuren weer vol vruchten zijn:
Wat zullen baten al die zegeningen,
Als nog ons hart onvruchtbaar blijft en koud,
Gesloten voor de lokstem van Uw Woord?
O Heilzon, laat Uw stralen ons doordringen,
En Geestesregen, stroomt en 't hart doorboort,
Opdat Gij, Landman, rijke vrucht aanschouwt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1947
Daniel | 8 Pagina's