Jaarvergadering van het Landelijk Verband
Het Landelijk Verband van Jongelingsvereenigingen der Gereformeerde Gemeenten in Nederland heeft op Dinsdag 25 en Woensdag 26 Febr. zijn groote jaarvergadering gehouden in het Kerkgebouw der Geref. Gemeente te Gouda.
Deze jaarvergadering is meer dan ooit een ware demonstratie geworden van de groote eenheid onder onze jongelingen en de goede verstandhouding tusschen vereenigingen en Hoofdbestuur.
De eigenlijke Jaarvergadering van Woensdag 26 Febr. werd ingeleid door een samenzijn op Dinsdag 25 Febr. waar door den Weleerwaarden Zeergel. Heer Dr. C. Steenblok van Gouda een rede werd uitgesproken.
Dr. Steenblok sprak naar aanleiding van Spr. 20: 29 over:
„Der Jongelingen Sieraad"
aan de hand van de drie volgende hoofdgedachten:
1. Wat het is.
2. Waartoe het strekt.
3. Hoe het aangewend moet worden.
In duidelijke bewoordingen teekende spr. den jongeling in zijn levenskracht. Op meer dan een wijze kan die kracht bezien worden. Zien we die kracht, zooals de wereld die ziet, dan letten we alleen op het uitwendige, de uiterlijke lichaamskracht. Dat is in het oog van de wereld der jongelingen sieraad en alles wordt aangewend, die kracht te ontplooien en ten top te voeren.
De wereld heeft daarbij de verheerlijking van den mensch op het oog. Dit voert af van God en bedoelt op geenerlei wijze Zijn eer. In de ontwikkeling van die uiterlijke lichaamskracht wordt alle vermaak en genoegen gezocht.
De Spreukendichter heeft echter op niets van deze dingen het oog. Hij bedoelt allerminst dat uitwendige, maar zinspeelt kennelijk en allereerst op de van God geschonken kracht en wijsheid, die den jongeling sieren zal.
Het is zoo noodzakelijk, dat onze jongelingen dat sieraad - die kracht bezitten.
Dan zijn ze in zichzelf zwak, maar machtig in Hem, Wiens kracht in zwakheid wordt volbracht.
Het doel van die kracht is ook niet tot eer van den mensch, maar dat sieraad strekt tot eer en verheerlijking des Heeren.
In ernstige bewoordingen wijst Dr. Steenblok op de noodzakelijkheid om die zwakheid in zichzelf, te leeren kennen door de genade Gods.
Dr. Steenblok heeft zijn leerzaam doch zeer ernstig betoog besloten met een vermanend en opwekkend woord voor onze jonge menschen.
Alleen door een krachtige toepassing aan het hart, door het werk des Heiligen Geestes, kan het onderzoek van Schrift en Belijdenis tot een rijken zegen zijn.
Met veel aandacht werd naar de rede van Dr. Steenblok geluisterd.
Er was een groot getal toehoorders, waaronder enkele van onze predikanten. Ook was een drietal studenten van de theologische school aanwezig, zoomede ongeveer 150 jongens uit alle oorden van ons land, die te gast waren bij een 80 gezinnen der gemeente van Gouda.
De Jaarvergadering
Toen de Voorzitter van het Landelijk Verband, Ds. A. Verhagen, op Woensdag 26 Februari de vergadering opende, stond hij voor een geheel gevulde kerk.
In groot getal waren uit Noord en Zuid — Oost en West onze jonge menschen samengestroomd.
Op verzoek van den Voorzitter werd gezongen Psalm 68: 13 en 17, waarna hij las Lukas 13: 18—29; de Twaalf Artikelen des Geloofs en voorging in gebed.
In het openingswoord, dat de Voorzitter op de hem eigen pittige en pakkende manier sprak, heette hij alle aanwezigen hartelijk welkom.
Het stemt mij — aldus de Voorzitter — tot ootmoedige erkentelijkheid, dat op een dag als deze er zoo'n belangstelling is van onze predikanten. Niet alleen Ds. de Blois, Ds. Kok en Ds. Ligtenberg zijn, als iets dat vanzelf spreekt, in ons midden, maar het verheugt mij, dat ook Ds. v. d. Berg van Utrecht en Dr. Steenblok van Gouda in ons midden zijn. Ook zijn tal van onderwijzers en hoofden van scholen in ons midden, zoomede enkele studenten van onze theologische school. Uit dit alles blijkt, dat er een groot en sterker wordend medeleven is met onze jeugd en wat voor hen wordt gedaan.
Het is een voorrecht, zoo'n dag te beleven met zooveel jonge menschen uit alle deelen des lands. De Heere doet in dezen tijd die zich kenmerkt door afbraak en afval, groote dingen.
Gelet op de zuigkracht van de wereld en nog zooveel band aan Gods Woord betaamt het ons met den dichter te zeggen: „De Heere heeft groote dingen gedaan".
Uit het voorgelezen hoofdstuk blijkt, dat we met het uitwendige niet tevreden moeten zijn. Van het zuurdeesem, waarvan in ons teksthoofdstuk wordt gesproken, gaat kracht uit. De werkingen daarvan zijn niet te stuiten.
Dit brengen we in verband met onze jongens die het Woord Gods onderzoeken en met wat we gisteravond hoorden uit den mond van Dr. Steenblok over de krachtige toepassing van de werkingen des Heiligen Geestes in ons hart.
Laten we elkander vooral dat voor oogen houden.
Niet, dat we van de J.V. een gezelschap willen maken, maar we wijzen op de noodzaak, dat de Heilige Geest evenals het zuurdeesem moet inwerken en waarschuwen voor alles, dat ons kan doen denken, dat het wel met minder kan.
Als God door Zijn Geest Zijn Woord onderwerpelijk toepast aan ons hart, dan leeren we onszelf kennen en leeren we vragen of er nog een weg is, om die welverdiende straf te ontgaan.
Die weg is door God den Vader uitgedacht en in Christus geopenbaard, Die van Zichzelf zegt: „lk ben de Weg".
We hebben gestaan aan het graf van een onzer jongens te Lisse, die daarvan heeft mogen getuigen. Laten we elkander dat hartelijk toewenschen, opdat alzoo inplaats van de vaderen, die juichen voor den troon, de zonen mogen zijn.
We begroeten de dienaren des Woords in ons midden en danken Dr. Steenblok voor zijn ernstig en leerzaam woord.
Dit jaar is het geboortejaar geweest van „Daniël". De Heere heeft het ook hierin wel gemaakt en hij geve zoowel allen, die hierin werkzaam zijn als de lezers en lezeressen evenals weleer Daniël open vensters naar Jeruzalem.
Met liefde en medeleven denken we aan onze militairen, speciaal in Indië.
Uit een en ander zal ook vandaag blijken, dat hun zaak onze volle aandacht heeft.
De voorzitter besloot hiermede zijn openingswoord en op zijn verzoek werd onzen jongens in Indië toegezongen Ps. 121: 4.
Aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en aan het Prinselijk echtpaar werden telegrammen gezonden resp. van den volgenden inhoud:
Aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina:
Het Landelijk Verband van Jongelingsvereenigingen der Gereformeerde Gemeenten in Nederland, heden in jaarvergadering te Gouda bijeen, biedt Uwer Majesteit zijn eerbiedige hulde en bidt U in deze veelbewogen dagen, des Heeren onmisbaren zegen toe in de leiding van Volk en Vaderland, het terugroepende tot de Wet en het Getuigenis.
De Heere geve U en Uwer Majesteits regeering genade om met wijsheid Indië's zaak tot een oplossing te brengen, opdat Nederlands getrouwe zonen weer spoedig mogen terugkeeren tot hun betrekkingen.
Ds. A. VERHAGEN.
Aan Hunne Koninklijke Hoogheden Prinses Juliana en Prins Bernhard:
Het Landelijk Verband van Jongelingsvereenigingen der Gereformeerde Gemeenten in Nederland, heden in jaarvergadering te Gouda bijeen, biedt Uwer Hoogheden zijn eerbiedige hulde, feliciteert U met de vermeerdering van Uw Koninklijk gezin en bidt U des Heeren onmisbaren zegen toe.
Ds. A. VERHAGEN.
Door den Secretaris van het Landelijk Verband werden 1e. de notulen van de vorige Jaarvergadering; 2e. het jaarverslag en ten 3e. een Rapport over „Daniël" gelezen.
Uit alles blijkt hoe vooral in het laatste jaar een sterke vooruitgang moet opgemerkt worden.
Dat „Daniël" voorziet in een behoefte blijkt wel uit het groot lezersaantal, dat steeds weer uitziet naar den dag van verschijning. Bijna 5000 lezers hier te lande en in het buitenland — van het laatste meest in Indië — staan bij de administratie geboekt.
Ds. Verhagen vertelde op vlotte en geestige manier een en ander over het werk voor en onder de militairen. Met grooten dank en waardeering mag gesproken worden over het werk, dat door de classis Barneveld middels den zoo geachten Heer B. Roest is gedaan.
Ontelbaar veel boekjes en een groot bedrag aan geld is voor dit doel geschonken. Wat de verzending betreft is er overeenstemming bereikt, om dit vanuit een punt te doen geschieden, doch het zenden van boeken en giften kan zoowel geschieden aan B. Roest te Scherpenzeel als aan „Krijgsman" p.a. Heereweg 294, Lisse.
Door den Voorzitter werd een aardig voorval verhaald, hoe bij hem een pakket boeken door den post werd bezorgd, waarop alleen stond: „Aan den heer".
In al zulke gevallen is dat vanzelf onbestelbaar, maar hoe het ook zij, hoe wonderlijk ook, het werd bij mij bezorgd en bleek ook werkelijk bestemd te zijn voor onze militairen.
Regelmatig gaan nu pakketten naar de jongens in Indië met preeken en andere goede lectuur en bij elke zending, in elk pakket is een brief van een onzer predikanten ingesloten.
Dit heeft blijkens de vele brieven, die door ons ontvangen worden uit Indië, groote waardeering verworven van de geadresseerden.
Eén der brieven, van J P. Lijster, een voormalig J.V.'er wordt voorgelezen, waaruit, evenals uit alle andere brieven blijkt, hoe dit alles gewaardeerd, maar ook, hoe sterk het begeerd wordt, en welk een groote behoefte er is aan steun, voorlichting en medeleven.
Ook in ons land zelf is er groote erkentelijkheid voor het werk, dat Redactie en Administratie van „Daniël", die over een adressenmateriaal van ongeveer 500 militairen beschikken, gedaan wordt.
In de naaste toekomst hopen we door verwezenlijking van onze plannen nog meer te doen voor onze militairen en alles nog beter te verzorgen. Ook zullen aan de vereenigingen adressen van militairen worden versterkt, om zoodoende tot een uitgebreide correspondentie te komen.
Na deze vlotte vertelling van Ds. Verhagen werden enkele voorstellen besproken.
O.a. het bespreken en aanwijzen van lectuur.
Het hoofdbestuur gevoelt tenvolle de noodzakelijkheid hiervan en zal daarvoor spreken met een persoon, die het hoofdbestuur daarvoor op het oog heeft. Overtuigd van het nut van een dergelijke voorlichting hopen we t.z.t. hierover in ons blad een rubriek te openen.
Wat betreft het aanwijzen van onderwerpen enz. werd door een der afgevaardigden van Amsterdam-C. aangedrongen om te blijven bij het reeds vroeger ingenomen standpunt om alleen Gew. Gesch. zoomede Vad. en Kerkgeschiedenis en Gel. Bel. te behandelen.
Anderzijds werd opgemerkt, dat in dezen tijd van verderfelijke stroomingen het z'n nut kan hebben dit te onderzoeken en de „geesten te beproeven".
Het Hoofdbestuur kan niet ontkennen, dat in dit laatste, vooral voor onzen tijd, iets is dat onze sympathie heeft, doch adviseeert, zooals Amsterdam-C. opmerkte, allereerst bij die vakken te blijven.
Naar aanleiding van het voorstel Kampen over het samenstellen van een schema voor onderwerpen, verwijst de voorzitter naar de artikelen in „Daniël", die voor ons alsnog voldoende kunnen worden geacht.
Het voorstel Leiden over een eenvoudig uittreksel van Sions Roem en Sterkte, voor de behandeling van de Geloofsleer op de J.V. werd nader door een hunner afgevaardigden toegelicht.
Op verzoek van den voorzitter werden hierover enkele woorden gesproken door Dr. Steenblok, die zich in principe bereid verklaarde ons hierin te helpen. Nader zal hierover nog worden gesproken.
Het voorstel Middelharnis over het uitgeven van een jaarboekje, nader door hun afgevaardigde, den heer Th. de Waal toegelicht, werd onder beding van een nader onderzoek aangenomen.
Het voorstel Vlaardingen over het in druk geven van referaten en lezingen voor de J.V.'s speciaal om onze militairen te helpen aan actueele lectuur, werd aangenomen, doch onder voorwaarde, dat steeds en allereerst overleg met den auteur vooraf zal gaan.
Voorts werden nog enkele vragen besproken handelende over de financiëele verhouding van Landelijk Verband-, „Daniël"; over het schrijven in een onzer bladen naar aanleiding van een artikel in „Daniël", waardoor de belangen van onze jeugd niet worden gediend, maar wel geschaad, enz. Welke vragen en zaken tot volle tevredenheid werden beantwoord en opgelost.
Ds. A. Verhagen werd zonder stemming herbenoemd als 1e Voorzitter, terwijl de heeren S. Moerman en T. Molenaar met groote meerderheid van stemmen werden herkozen.
Het woord werd nu gegeven aan C. den Hertog van Mijdrecht ter behandeling van zijn referaat, getiteld
Karl Barth
Uit dit met zorg samengestelde referaat blijkt dat we in Karl Barth te doen hebben met een der grootste dwaalgeesten van de midden—20e eeuw.
Het lijkt zoo mooi, wat hij stelt en leeraart, doch juist daarom is hij zoo heel gevaarlijk. Zoo gemakkelijk komt men onder den invoed, doch een man, die met bestrijding en omverwerping van alle theologieën iets geheel anders wil, die van geen uitverkiezing wil weten, het geloof een onzekeren stap noemt en de Goddelijke oorsprong van den Bijbel verwerpt kan geen man zijn onze sympathie en achting waardig.
De heer den Hertog kreeg een 20-tal vragen gesteld, die door hem op voortreffelijke wijze werden beantwoord. Enkele vragen laten we volgen:
Hoe staat Barth tegenover Chr. Onderwijs, J.V. en Chr. barmhartigheid en hoe tegenover de volkskerkgedachte van Prof. Hoedemakers?
Heeft de kerk de taak „Barth" te bestudeeren?
Is in onze Geref. Gemeente de beoefening van wijsbegeerte verboden?
Welke beteekenis hebben voor Barth de sacramenten?
Heeft de geschiedenis waarde en hoe denkt Barth over de Algemeene genade?
Erkent hij de mogelijkheid van het werk des H. Geestes in het hart van den zondaar?
Wat is een dialectische theologie?
Hoe staat Barth tegenover het verschil tusschen de H. Schrift afs kenbron en als getuigenis?
Is er in de leer van Barth, gelet op zijn scheidslijn tusschen God en mensch nog plaats voor het gebed?
Verschillen in de theologie van Barth wedergeboorte en rechtvaardigmaking in tijd of orde?
Hoe staat Barth tegenover de leer der Drieëenheid?
Hoe tegenover de Chr. Politiek?
Deze vragen leidden tot een leerzame bespreking en aangename gedachtenwisseling.
Ds. de Blois sprak een kernachtig slotwoord.
Op hartelijke en ernstige wijze sprak hij de jonge menschen toe, hen wijzende op het groote nut van het Bijbelonderzoek.
Nooit, aldus Ds. de Blois, krijgen we een beteren voorzitter als Ds. Verhagen.
Ds Verhagen heeft het record, dat ten name stond van Dr. Boerhave, verbeterd.
Als uit een ander werelddeel een brief werd verzonden waarop stond: aan Dr. Boerhave—Europa, kwam die brief in Leiden aan.
Doch een pak, met als adres alleen: aan den Heer! komt bij Ds. Verhagen aan.
Laten we hopen, dat Ds. Verhagen nog jaren voorzitter van ons Landelijk Verband mag zijn.
Na allen te hebben bedankt, die hebben meegewerkt aan het welslagen van deze mooie vergadering, werd nog een psalmvers gezongen, waarna Ds. de Blois dit samenzijn met dankgebed sloot.
De Secr. van het Landel. Verb.
H. HOOGENDOORN.
De collecte op Dinsdagavond, waar Dr. Steenblok zijn rede hield bracht ƒ 225.— op, welk bedrag beschikbaar werd gesteld voor het werk onder de militairen.
De collecte op de Woensdagvergadering bracht ƒ 156.— op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1947
Daniel | 8 Pagina's